Ga naar hoofdinhoud

Het derde werkblad: Customer Details

In het derde werkblad maakt u een spreidingsdiagram en een draaitabel die zich richten op klanten. Vervolgens voegt u filtervakken toe zodat u kunt filteren op datum en manager.

U hebt nu al zo veel ervaring in het maken van dimensies, metingen en visualisaties dat u geen uitgebreide beschrijving meer nodig hebt. Als u een herinnering nodig hebt van wat u tot nu toe hebt geleerd, kunt u teruggaan naar de vorige onderwerpen.

Werkblad Customer Details als u klaar bent

Werkblad Customer Details wanneer gereed

U begint uw werk in de standaard bewerkingsmodus. Nadat u uw visualisaties hebt gemaakt, gebruikt u de geavanceerde bewerkingsmodus om ze aan te passen.

Het spreidingsplot toevoegen

De volgende visualisatie is een spreidingsplot die de Klantverkopen en hoeveelheid toont. Zorg ervoor dat Geavanceerde eigenschappen is uitgeschakeld.

Met behulp van een spreidingsplot wordt de relatie tussen twee of drie metingen gevisualiseerd.

Ga voor meer informatie naar Spreidingsplot.

In dit geval zijn Sales en Quantity de metingen die worden vergeleken. Elke bel staat voor een waarde van de dimensie Customer.

  1. Ga naar Velden en sleep het veld Customer naar het werkblad en voeg het toe als een dimensie.

  2. Voeg Sales en Quantity toe als metingen. De Autochart verandert de visualisatie in een spreidingsplot.

  3. Ga naar Presentatie > As. Stel zowel de X- als de Y-as in om bij Nul te beginnen. Hiermee worden negatieve waarden verwijderd.

  4. Geef de spreidingsplot een titel: Klantverkoop en hoeveelheid.

De draaitabel Customer KPIs toevoegen

De draaitabel presenteert dimensies en metingen als rijen en kolommen in een tabel. In een draaitabel kunt u gegevens analyseren voor meerdere metingen en in meerdere dimensies tegelijk.

U kunt de metingen en dimensies herordenen om andere weergaven van de gegevens te krijgen. De activiteit van het verplaatsen van metingen en dimensies tussen rijen en kolommen wordt 'draaien' genoemd.

Een van de voordelen van een draaitabel is de uitwisselbaarheid, oftewel de mogelijkheid om rij-items naar kolommen te verplaatsen en kolomitems naar rijen. Deze flexibiliteit is zeer krachtig en stelt u in staat de gegevens te herordenen en verschillende weergaven van dezelfde gegevensverzameling te tonen.

Afhankelijk van waar u zich op wilt concentreren, verplaatst u de dimensies en metingen om interessante gegevens naar voren te halen en gegevens die te gedetailleerd of irrelevant voor de analyse zijn te verbergen.

Ga voor meer informatie naar Draaitabel.

  1. Klik op Item toevoegen onder het staafdiagram om een nieuwe visualisatie toe te voegen.

  2. Voeg Customer toe als een dimensie.

  3. Voeg Sales en Sales Qty toe als metingen.

  4. Selecteer onder Eigenschappen > Visualisaties de optie draaitabel.

  5. Geef de draaitabel een titel: Customer KPIs.

Nu hebt u een heel eenvoudige draaitabel.

De overige metingen, voor de laatste drie kolommen, moeten worden gemaakt in de geavanceerde bewerkingsmodus.

De draaitabel aanpassen in de geavanceerde bewerkingsmodus

Schakel in de rechterbovenhoek Geavanceerde opties in om in de geavanceerde bewerkingsmodus te werken.

Metingen maken met uitdrukkingen

  1. Selecteer de draaitabel.

  2. Ga naar Gegevens > Metingen.

  3. Meting Margin Percent:

    1. Klik op Toevoegen en klik op Uitdrukking. Voeg deze uitdrukking in:

      (Sum(Sales) - Sum(Cost)) / Sum(Sales)

    2. Klik op Toepassen.

    3. Typ onder Label het volgende: Margin Percent.

    4. Stel Getalnotatie in op Getal (12,3%).

  4. Meting # of Invoices:

    1. Klik op Toevoegen en klik op Uitdrukking. Voeg deze uitdrukking in:

      Count (Distinct [Invoice Number])

    2. Klik op Toepassen.

    3. Typ onder Label # of Invoices.

  5. Meting Average Sales per Invoice:
    1. Klik op Toevoegen en klik op Uitdrukking. Voeg deze uitdrukking in:

      Sum(Sales)/Count(Distinct [Invoice Number])

    2. Klik op Toepassen.

    3. Typ onder Label Average Sales per Invoice.

    4. Stel Getalnotatie in op Geld.

Tip

De kwalificatie Distinct wordt gebruikt in twee van de uitdrukkingen. Door Distinct te gebruiken, weet u zeker dat een factuurnummer maar één keer wordt geteld, ook als het meerdere keren voorkomt in de gegevensbron. Distinct zorgt dat er alleen unieke nummers zijn. Houd er rekening mee dat er tussen Distinct en de veldnaam een spatie moet staan.

De overige metingen aanpassen

  1. Ga naar Gegevens > Metingen.

  2. Klik op Sum (Sales) en stel het volgende in:

    • Getalnotatie op Geld

    • Label op Verkoop.

  3. Klik op Quantity en stel het volgende in:

    • Getalnotatie op Getal (1.000).

    • Label op Hoeveelheid.

Dimensies toevoegen als rijen

  1. Ga naar Gegevens > Dimensies. Klik onder Rij op Toevoegen.
  2. Selecteer in de lijst de optie Product Group.
  3. Selecteer opnieuw Toevoegen en voeg een rij Product Type toe.

U kunt nu de verkopen voor individuele klanten per productgroep en -type bekijken. Klik op Klant, Productgroep of Producttype, of selecteer afzonderlijke items in de tabel en filter de selecties die worden weergegeven in de tabel. Door Productgroep of Producttype te verplaatsen naar Metingen en vervolgens te filteren, kunt u verschillende weergaven van de gepresenteerde gegevens realiseren.

Filtervakken toevoegen

Nu voegt u twee filtervakken toe zodat u kunt filteren op tijdperiode en manager.

  1. Voeg het filtervak Period toe.
  2. Voeg een nieuw filtervak toe met de dimensie Manager.

Het werkblad is compleet. Klik in de rechterbovenhoek op Volgende om naar het werkblad Customer Location te gaan.