Ga naar hoofdinhoud

Gegevens toevoegen

Uw tweede stap richting een complete app is het koppelen en dan laden van de gegevens.

U koppelt de volgende bestanden:

  • Cities.xlsx

  • Customers.xlsx

  • Item master.xlsx

  • Sales rep.csv

  • Sales.xlsx

Gegevens koppelen

In de weergave Koppelingen van Gegevensbeheer worden uw gegevens weergegeven in de vorm van bellen, waarbij elke bel een gegevenstabel vertegenwoordigt. De grootte van de bel geeft de hoeveelheid gegevens in de tabel aan. Bellen die met een * zijn gemarkeerd, geven aan dat het een nieuwe of bijgewerkte tabel betreft. U zou nu vijf gegevenstabellen moeten zien.

Vijf gegevenstabellen die niet zijn gekoppeld

5 bellen die niet zijn gekoppeld.

Nu is het is tijd om een koppeling te maken tussen de velden in uw tabellen Sales en Sales rep.

  1. Sleep de bel Sales rep naar de bel Sales toe.

    Gegevensbeheer detecteert nu een gematigd aanbevolen koppeling met de tabel Sales. De bel wordt oranje gemarkeerd.

  2. Zet de bel Sales rep neer op de bel Sales.

    Er wordt nu een koppeling gemaakt tussen de bellen en de tabellen worden gekoppeld met behulp van de aanbevolen velden.

  3. Klik op de koppeling tussen de bel Sales rep en de bel Sales.

    Het koppelingsvenster, onder aan het scherm, bevat een voorbeeldweergave van gegevens in de gekoppelde velden.

  4. Klik op de koppeling Sales rep ID-Sales Rep Number in het koppelingsvenster en geef deze de naam Sales Rep Number.
  5. De koppeling heeft nu de naam Sales Rep Number.

Meer gegevens toevoegen en koppelen

U hebt de tabellen Sales en Sales rep al gekoppeld. Gegevensbeheer helpt u bij het identificeren van aanbevolen koppelingen.

  1. Houd de bel Customer ingedrukt.

    De bellen Sales en Cities zijn groen gemarkeerd omdat Gegevensbeheer sterk aanbeveelt om deze twee tabellen Customers te koppelen.

  2. Houd de bel Cities ingedrukt.

    De bel Customer is groen gemarkeerd. De bel Sales is oranje gemarkeerd om aan te geven dat de aanbeveling van gemiddeld niveau is.

  3. Houd de bel Item master ingedrukt.

    De bel Sales is groen gemarkeerd.

Aanbevolen koppelingen worden geïdentificeerd tussen alle tabellen. Gegevensbeheer maakt de koppelingen nu voor u.

    1. Zorg ervoor dat het venster Koppelingen aanbevelen aan de rechterkant is geopend. Als het gesloten is, kunt u het openen door op Effecten te klikken.

    2. Klik op Alles toepassen.

      De tabellen worden nu gekoppeld op basis van deze aanbevelingen. De vijf tabellen zijn allemaal gekoppeld.

      Gegevens die zijn gekoppeld.

Nu kunt u de gegevens laden.

Gegevens laden

U hebt nu alle gegevensbestanden toegevoegd en hun tabellen gekoppeld. Voordat u uw app begint te bouwen, moet u het script laden.

  1. Klik op Gegevens laden.

    Er wordt een voortgangsvenster weergegeven terwijl de gegevens worden geladen. Als het laden van de gegevens is voltooid, kunt u doorgaan.

  2. Klik op Sluiten.

Het gegevensmodel weergeven

U kunt u beginnen met het bouwen van uw app. Voordat u begint, moet u eerst het gegevensmodel bekijken.

  1. Open in de werkbalk de vervolgkeuzelijst Voorbereiden en kies Gegevensmodelviewer.
  2. Klik op de werkbalk in de Gegevensmodelviewer op uitvouwen om de tabellen uit te vouwen.

Alle tabellen zijn nu verbonden en de Gegevensmodelviewer zou de volgende inhoud moeten hebben. Een veld dat twee of meer tabellen met elkaar verbindt, wordt een sleutel genoemd.

De Gegevensmodelviewer met tabellen verbonden door sleutelvelden

U bent klaar met het toevoegen van gegevens en kunt uw app gaan bouwen.