QlikView 12
QlikView-connectoren worden gebruikt om verbinding te maken met een QlikView-omgeving.
Sessielogpaden: Het UNC-pad voor de QlikView Server-sessielogs. Het is standaard opgeslagen onder:
\\QLIKVIEW-SERVER\c$\ProgramData\QlikTech\QlikView
Sessiedata laden: Aanvinken wanneer het sessielogpad wordt gebruikt. Activeert het lezen van het logpad.
Gebruikersknooppunten maken: Indien geactiveerd, extraheert deze optie gebruikersinformatie uit de sessielogs en bindt deze aan elke gepubliceerde toepassing.
Aantal dagen terug voor gebruikerssessie: Hoeveel dagen terug wordt gekeken voor inhoud.
Max parallelle werkers: Dit is het maximumaantal mappen dat tegelijkertijd kan worden gescand. Het wordt aanbevolen om de standaardwaarde te gebruiken. U kunt deze waarde verhogen afhankelijk van de verwerkingskracht van uw netwerk. Een hoger aantal zou voor betere synchronisatieprestaties zorgen als het lezen vanaf schijf traag is. Dit kan echter het geheugengebruik verhogen.
QlikView-regels
Er zijn twee regelcategorieën voor QlikView: Mapregels en mapaliasverwijzingen.
Directoryregels
Pad: Zoek de bestanden die u wilt koppelen aan deze regel. UNC wordt aanbevolen. U kunt een jokerteken invoeren in het pad, bijvoorbeeld c:\qlikview\data\*\qvw
Submappen scannen: Door deze optie te selecteren, neemt Qlik Lineage Connectors submappen op in het opgegeven pad.
Inclusief filter: U kunt een volledig gekwalificeerde naam zoals sales.qvw of een naam met een jokerteken gebruiken, bijvoorbeeld *.qvw, *.xlsx, etc.
Filter uitsluiten: U kunt een volledig gekwalificeerde naam zoals data.qvd of een naam met een jokerteken gebruiken, bijvoorbeeld *.qvd. Als u meer dan een bestand of map wilt uitsluiten, kunt u ; gebruiken om ze te scheiden.
Koppeling maken in Qlik Cloud: Door deze optie te selecteren wordt een koppeling naar herkomstgegevens ingevuld in de opgegeven beheerde ruimte in de doeltenant.
Mapalias
Een mapalias synchroniseert de verschillende referenties waaruit een connector mogelijk leest. Een toepassing kan bijvooorbeeld verwijzen naar een map als \\qlik-sense\QVD, maar in een script wordt hiernaar verwezen als \\qlik-sense.local.corp\QVD. In dit geval verwijzen de twee verschillende referentiepunten naar dezelfde map, maar zo wordt het niet weergegeven in de herkomstdiagrammen. Wanneer u het alias toevoegt, wordt de bronnaam gesynchroniseerd en worden de diagrammen met elkaar in overeenstemming gebracht.