Ga naar hoofdinhoud

Automatiseringen beheren

Een tenantbeheerder kan automatiseringen beheren vanaf de Management Console. Automatiseringen zijn standaard uitgeschakeld en kunnen alleen door de tenantbeheerder worden ingeschakeld.

Gebruikers met professionele gebruikerstoewijzing kunnen automatiseringen maken. Automatiseringen kunnen niet worden gedeeld met of toegevoegd aan gedeelde of beheerde ruimten. Zie Automatisering van de Qlik-applicatie om te leren hoe u automatiseringen maakt.

Automatiseringen inschakelen

De tenantbeheerder kan automatiseringen inschakelen voor alle gebruikers vanaf de Management Console.737

  1. Ga naar Configuratie > Instellingen > Functiebeheer.

  2. Klik op de wisselknop Automatiseringen inschakelen om automatiseringen in te schakelen in de tenant.
    Zodra automatiseringen zijn ingeschakeld, kunnen gebruikers nieuwe automatiseringen maken vanaf de hub door op de knop Nieuwe toevoegen te klikken.

The settings section of the management console showing enable automations turned on

Automatiseringsinformatie bekijken

De tenantbeheerder kan alle automatiseringen bekijken vanaf de Management Console onder Inhoud > Automatiseringen.

The management console showing the automations section under content

De automatiseringen worden in een tabel weergegeven waarin de basisinformatie over elke automatisering staat, zoals of de automatisering is ingeschakeld of uitgeschakeld, de status van de laatste automatiseringsrun en de uitvoeringsmodus van de automatisering. U krijgt meer informatie over de afzonderlijke automatiseringen door op de Arrow down to expand a row op het einde van de automatiseringsrij te klikken. Deze tabel geeft een geschiedenis van automatiseringsruns, de status van elke run en de duur van de run weer.

Automations table from the management console with an expanded automation row

Afzonderlijke automatiseringen inschakelen

Een tenantbeheerder dient mogelijk automatiseringen uit te schakelen om te voorkomen dat snelheidslimieten worden overschreden. Automatiseringen worden in- en uitgeschakeld vanaf de tabelweergave voor automatiseringen in de Management Console. Wanneer gebruikers automatiseringen maken, worden ze standaard ingeschakeld.

  • Om een uitgeschakelde automatisering in te schakelen, selecteert u de automatiseringsrij en klikt u op Inschakelen.

  • Om een ingeschakelde automatisering uit te schakelen, selecteert u de automatiseringsrij en klikt u op Uitschakelen.
    Wanneer een tenantbeheerder een automatisering uitschakelt, ziet de eigenaar van de automatisering een status Uitgeschakeld op de overzichtspagina met automatiseringen.

The automation editor overview page showing the disabled status

Een uitgeschakelde automatisering kan door de tenantbeheerder worden ingeschakeld vanaf de Management Console of door de eigenaar van de automatisering vanaf de overzichtspagina met automatiseringen. Dit betekent dat de tenantbeheerder niet kan voorkomen dat de eigenaar van de automatisering deze opnieuw inschakelt.

De eigenaar van een automatisering wijzigen

De tenantbeheerder kan de eigenaar van een automatisering wijzigen vanaf de Management Console. Hierdoor kan de tenantbeheerder voorkomen dat een automatisering opnieuw wordt ingeschakeld door de eigenaar ervan. Om de eigenaar te wijzigen, klikt u op de Three dots to show more options om het menu met meer opties te openen en vervolgens selecteert u Eigenaar wijzigen.

Automations table in the management console showing the change owner option highlighted