Ga naar hoofdinhoud Skip to complementary content

Automatiseringen beheren

Een tenantbeheerder kan automatiseringen beheren vanuit de Beheerconsole. Automatiseringen zijn standaard uitgeschakeld en kunnen alleen door de tenantbeheerder worden ingeschakeld.

Gebruikers met professionele gebruikerstoewijzing kunnen automatiseringen maken. Automatiseringen kunnen niet worden gedeeld met of toegevoegd aan gedeelde of beheerde ruimten. Zie Qlik Application Automation voor meer informatie over het maken van automatiseringen.

Automatiseringen inschakelen in de tenant

De tenantbeheerder kan automatiseringen inschakelen voor alle gebruikers via de Beheerconsole.

  1. Ga naar ConfiguratieInstellingenFunctiebeheer.

  2. Klik op de wisselknop Automatiseringen inschakelen om automatiseringen in te schakelen in de tenant.
    Zodra automatiseringen zijn ingeschakeld, kunnen gebruikers nieuwe automatiseringen maken vanaf de hub door op de knop Nieuwe toevoegen te klikken.

De sectie Instellingen van de beheerconsole toont dat automatiseringen is ingeschakeld

Automatiseringsinformatie bekijken

Een tenantbeheerder kan alle automatiseringen bekijken vanaf de Beheerconsole onder InhoudAutomatiseringen.

De beheerconsole toont de sectie Automatiseringen onder Inhoud

De automatiseringen worden in een tabel weergegeven waarin de basisinformatie over elke automatisering staat, zoals of de automatisering is ingeschakeld of uitgeschakeld, de status van de laatste automatiseringsrun en de uitvoeringsmodus van de automatisering. U krijgt meer informatie over de afzonderlijke automatiseringen door op de Pijl-omlaag voor het uitvouwenvan een rij op het einde van de automatiseringsrij te klikken. Deze tabel geeft een geschiedenis van automatiseringsruns, de status van elke run en de duur van de run weer.

Automatiseringstabel in de beheerconsole met een uitgevouwen automatiseringsrij

Afzonderlijke automatiseringen inschakelen

Een tenantbeheerder of analysebeheerder dient mogelijk automatiseringen uit te schakelen om te voorkomen dat snelheidslimieten worden overschreden. Automatiseringen worden in- en uitgeschakeld vanaf de tabelweergave voor automatiseringen in de Beheerconsole. Wanneer gebruikers automatiseringen maken, worden ze standaard ingeschakeld.

  • Om een uitgeschakelde automatisering in te schakelen, selecteert u de automatiseringsrij en klikt u op Inschakelen.

  • Om een ingeschakelde automatisering uit te schakelen, selecteert u de automatiseringsrij en klikt u op Uitschakelen.
    Wanneer een tenantbeheerder of analysebeheerder een automatisering uitschakelt, ziet de eigenaar van de automatisering een status Uitgeschakeld op de overzichtspagina met automatiseringen.

De overzichtspagina van de automatiseringseditor toont de uitgeschakelde status

Een uitgeschakelde automatisering kan door de tenant- of analysebeheerder worden ingeschakeld vanaf de Beheerconsole of door de eigenaar van de automatisering vanaf de overzichtspagina met automatiseringen. Dit betekent dat de tenant- of analysebeheerder niet kan voorkomen dat de eigenaar van de automatisering deze opnieuw inschakelt.

De eigenaar van een automatisering wijzigen

De tenant- of analysebeheerder kan de eigenaar van een automatisering wijzigen vanaf de Beheerconsole. Hierdoor kan de tenant- of analysebeheerder voorkomen dat een automatisering opnieuw wordt ingeschakeld door de eigenaar ervan. Om de eigenaar te wijzigen, klikt u op de Drie punten voor het weergeven van meer opties om het menu met meer opties te openen en vervolgens selecteert u Eigenaar wijzigen.

Automatiseringstabel in de beheerconsole waarbij de optie Eigenaar wijzigen is gemarkeerd