Ga naar hoofdinhoud Ga naar aanvullende inhoud

Sankey-diagram

Met het Sankey-diagram kunt u een specifiek type flowdiagram toevoegen aan het werkblad dat u bewerkt. Het diagram benadrukt op een visuele manier belangrijke overdrachten of flows binnen gedefinieerde systeemgrenzen. De breedte van de diagrampijlen wordt proportioneel aan de flowhoeveelheid weergegeven. Het Sankey-diagram is inbegrepen in de Visualization Bundle.

  • Een minimum van twee dimensies en één meting is vereist. U kunt maximaal vijf dimensies gebruiken, maar slechts één meting.
  • De dimensies hoeven niet van gelijke grootte te zijn aan beide zijden van het diagram.

  • U kunt de dimensiewaarden gebruiken om de kleur van de flows in het diagram in te stellen.
  • Koppelingskleuren kunnen op bron- of doelanker worden gebaseerd.

Een diagram met een brondimensie (kwartaal) en de doeldimensie (jaar).

Een Sankey-diagram met een bron- en doeldimensie.

Wanneer gebruiken

Het Sankey-diagram is handig wanneer u de meest significante bijdragen aan een algemene flow wilt vinden. Het diagram is ook nuttig als u specifieke hoeveelheden wilt weergeven die worden onderhouden binnen ingestelde systeemgrenzen.

Een Sankey-diagram maken

U kunt een Sankey-diagram maken op het werkblad dat u aan het bewerken bent.

  1. Open Aangepaste objecten > Visualization bundle in het bedrijfsmiddelenvenster en sleep een Sankey chart-object naar het werkblad.
  2. Klik op de bovenste knop Dimensie toevoegen en selecteer de brondimensie voor de flow van het diagram (wordt links weergegeven).
  3. Klik op de tweede knop Dimensie toevoegen om de doeldimensie voor de flow van het diagram te selecteren (wordt rechts weergegeven).
  4. Klik op de knop Meting toevoegen om de meting van het diagram te selecteren.

Als dimensies en meting zijn geselecteerd, wordt het Sankey-diagram automatisch (in kleur) weergegeven in het diagramveld.

Extra dimensies toevoegen

In het eigenschappenvenster onder Gegevens > Dimensies kunt u tot vijf dimensies toevoegen aan het diagram. Het diagram wordt bijgewerkt met de toegevoegde dimensies. De dimensies worden van links naar rechts weergegeven, waarbij de eerst ingevoerde dimensie altijd de brondimensie is. De doeldimensie wordt altijd rechts weergegeven. Wanneer u meer dimensies toevoegt, worden deze aan de rechterkant toegevoegd in de volgorde waarin ze worden ingevoerd.

Een diagram met drie dimensies: de brondimensie (oorsprong), de doeldimensie (beslissing) en één extra dimensie (bestemming).

Sankey-diagram met drie dimensies.

Sorteren

De elementen van het Sankey-diagram worden automatisch gesorteerd van groot naar klein. U kunt de sorteervolgorde wijzigen in het eigenschappenvenster.

  1. Klik in het eigenschappenvenster onder Uiterlijk op Sorteren.
  2. Schakel Sorteren van Automatisch om naar Aangepast.
  3. U kunt Numeriek sorteren in-/uitschakelen:
    • Schakel in: Numeriek sorteren op Oplopend of Aflopend.
    • Schakel uit: Sleep uw dimensies en metingen in de gewenste volgorde.

De stijl en het uiterlijk wijzigen

U kunt het diagram aanpassen met een of meer functies. Het diagram wordt automatisch bijgewerkt.

Kleuren van koppeling

De kleuren van diagramkoppelingen zijn gebaseerd op ofwel de bronankers of de doelankers. Gebruik de string ='SOURCE' of ='TARGET' om de kleur van het bron- of doelanker toe te passen op de diagramkoppelingen. U kunt ook een aparte kleur selecteren door een kleurcodestring in te voeren. De kleur moet een geldige CSS-kleur zijn.

  1. Klik in het eigenschappenvenster onder Uiterlijk op Presentatie.
  2. Voer de toepasselijke tekenreeks in onder Kleur van koppeling.
  3. Druk op Enter om het diagram bij te werken.

U kunt de kleuren van de koppeling ook wijzigen door een uitdrukking te gebruiken in de Uitdrukkingseditor (Uitdrukking). Ook is het mogelijk een koppeling te kleuren waarvan de intensiteit is gebaseerd op het margepercentage van de dimensiewaarde die de koppeling vertegenwoordigt.

Voorbeeld:  

Voer de string =rgb(round(Avg ([Margin %])*255), 100, 100) in, waarbij Marge % een waarde tussen 0 en 1 vertegenwoordigt en de koppeling rood wordt weergegeven in het diagram.

Ondoorzichtigheid van koppeling

U kunt de ondoorzichtigheid van de koppeling aanpassen door in het eigenschappenvenster onder Uiterlijk > Ondoorzichtigheid koppeling de schuifknop van de schuifbalk Ondoorzichtigheid koppeling te verplaatsen. Als u de ondoorzichtigheid instelt op 1 (helemaal naar rechts) krijgt de koppeling een schaduw, waardoor deze duidelijker wordt.

Knooppuntkleuren

U kunt de knooppuntkleuren van elke dimensiewaarde wijzigen. De kleur moet een geldige CSS-kleur zijn.

  1. Selecteer de toepasselijke dimensie onder Gegevens > Dimensies in het eigenschappenvenster.
  2. Voer de kleurcodestring in onder Knooppuntkleur en druk op Enter. Het diagram wordt bijgewerkt.

    Bijvoorbeeld: Als u de kleur Aqua (#00ffff) wilt gebruiken, stelt u de kleurcodestring in op ='#00ffff'.U kunt de knooppuntkleuren ook instellen door een uitdrukking te gebruiken in de Uitdrukkingseditor (Uitdrukking)

    Waarden voor regiodimensies gekleurd door een uitdrukking.

Opvulling en breedte van knooppunt

U kunt zowel de verticale afstand tussen knooppunten ('knooppuntopvulling') als de horizontale breedte van diagramknooppunten ('knooppuntbreedte') instellen.

  1. Klik in het eigenschappenvenster onder Uiterlijk op Presentatie.
  2. Beweeg de toepasselijke schuifknop van de schuifbalken voor de knooppuntopvulling en/of knooppuntbreedte om de instellingen voor knooppunten aan te passen.

Gebruik het stijlvenster om het uiterlijk verder naar wens aan te passen

Er zijn een aantal stijlopties beschikbaar onder Uiterlijk in het eigenschappenvenster.

Klik op Stijlen onder Uiterlijk > Presentatie om de stijl van het diagram verder aan te passen. Het stijldeelvenster bevat verschillende secties onder de tabbladen Algemeen en Diagram.

U kunt uw stijlen resetten door te klikken op naast elke sectie. Als u klikt op Alles opnieuw instellen worden de stijlen in zowel Algemeen als Diagram opnieuw ingesteld.

Raadpleeg Aangepaste stijl toepassen op een visualisatie voor algemene informatie over het stijlen van een afzonderlijke visualisatie.

De tekst aanpassen

U kunt de tekst voor de titel, subtitel en voetnoot instellen onder Uiterlijk > Algemeen. Schakel Titels tonen uit als u deze elementen wilt verbergen.

De zichtbaarheid van de verschillende labels in het diagram is afhankelijk van diagramspecifieke instellingen en labelweergave-opties. Deze kunnen worden geconfigureerd in het eigenschappenvenster.

U kunt de stijl van de tekst bepalen die in het diagram verschijnt.

  1. Vouw in het eigenschappenvenster de sectie Uiterlijk uit.

  2. Onder UiterlijkPresentatie klikt u op Stijlen.

  3. Stel op het tabblad Algemeen het lettertype, de nadrukstijl, de grootte en de kleur in voor de volgende tekstelementen:

    • Titel

    • Ondertitel

    • Voetnoot

  4. Stel op het tabblad Diagram het lettertype, de grootte en de kleur in voor de volgende tekstelementen:

    • Knooppunttitel: Maak de tekst van de koptekst voor ieder knooppunt in het diagram op.

    • Knooppuntlabel: Maak de tekst van de labels die de afzonderlijke knooppuntwaarden weergeven op.

De achtergrond aanpassen

U kunt de achtergrond van het diagram aanpassen. De achtergrond kan worden ingesteld met een kleur en afbeelding.

  1. Vouw in het eigenschappenvenster de sectie Uiterlijk uit.

  2. Onder UiterlijkPresentatie klikt u op Stijlen.

  3. Op het tabblad Algemeen van het stijlvenster kunt u een achtergrondkleur (enkele kleur of expressie) selecteren en de achtergrond instellen op een afbeelding uit uw mediabibliotheek.

    Wanneer u een achtergrondafbeelding gebruikt, kunt u de afbeeldingsgrootte en -positie aanpassen.

De rand en schaduw aanpassen

U kunt de rand en schaduw van het diagram aanpassen.

  1. Vouw in het eigenschappenvenster de sectie Uiterlijk uit.

  2. Onder UiterlijkPresentatie klikt u op Stijlen.

  3. Op het tabblad Algemeen van het stijlvenster, onder Rand, wijzigt u de omvang van de Omtrek om de randlijnen rondom het diagram te vergroten of te verkleinen.

  4. Selecteer een kleur voor de rand.

  5. Wijzig de Hoekstraal om de ronding van de rand in te stellen.

  6. Onder Schaduw op het tabblad Algemeen selecteert u de omvang en de kleur van de schaduw. Selecteer Geen om de schaduw te verwijderen.

Beperkingen

Zie Beperkingen voor meer informatie over algemene beperkingen.

Meer informatie

Was deze pagina nuttig?

Als u problemen ervaart op deze pagina of de inhoud onjuist is – een typfout, een ontbrekende stap of een technische fout – laat het ons weten zodat we dit kunnen verbeteren!