Funnel chart

Met het trechterdiagram (Funnel chart) kunt u een opeenvolgend diagram toevoegen dat de verbonden fasen van een proces weergeeft. Elke fase neemt af en zou een subset van de voorafgaande fase moeten bevatten. De afname is geleidelijk, waardoor het diagram een steeds nauwere trechter krijgt.

Trechterdiagrammen geven waarden weer van meerdere fasen in een proces. Ze kunnen alles vertegenwoordigen dat in omvang vermindert. Het trechterdiagram geeft een proces weer dat begint op 100% en eindigt op een lager percentage. Elk diagramsegment vertegenwoordigt de waarde van een specifiek item en kan de omvang van andere segmenten beïnvloeden. Het trechterdiagram is inbegrepen in de Visualization Bundle.

  • Het diagram vereist één dimensie en één meting.
  • In tegenstelling tot bij staafdiagrammen worden de segmenten van trechterdiagrammen gecentreerd om een trechtervorm te maken.
  • Een diagram met oplopende fasen in plaats van aflopende is een piramidegrafiek.

Wanneer gebruiken

Het trechterdiagram is handig als u de fasen van een proces en de algemene afname van elke stap wilt illustreren, bijvoorbeeld:

  • Een verkoopproces vertegenwoordigen waarin de hoeveelheid potentiële omzet voor elke fase wordt weergegeven.
  • Het aantal afzetmogelijkheden illustreren van elke fase in een verkooppijplijn, ofwel het proces van mogelijke klant tot aankoop.
  • Potentiële probleemgebieden en knelpunten van een verkoopproces identificeren.
  • Een verkoopproces illustreren voor nieuwe teamleden en leveranciers.
  • Trends in websitebezoek illustreren, van bezoekersaantallen op de startpagina tot andere gebieden, zoals downloads.
  • Bestellingsverwerking weergeven met bovenin de gestarte bestellingen, gevolgd door bijvoorbeeld bestellingen die moeten worden geleverd, zijn geleverd, zijn geannuleerd en zijn teruggestuurd.
  • De informatiestroom weergeven van zeer geheim naar niet-geclassificeerd.
  • Kennisgebieden weergeven van algemene kennis naar expertkennis.

Een trechterdiagram maken

U kunt een trechterdiagram maken op het werkblad dat u aan het bewerken bent. Bepaal waar de staven in de trechter mee overeen moeten komen (meting) en hoe ze gegroepeerd moeten worden. Ofwel, welke veldwaarde moet worden gebruikt als labels (dimensie). Dimensiewaarden worden altijd in aflopende volgorde van de meetwaarde weergegeven.

Doe het volgende:

  1. Open Aangepaste objecten > Visualization bundle in het bedrijfsmiddelenvenster en sleep een Trechterdiagram-object naar het werkblad.
  2. Klik op de bovenste knop Dimensie toevoegen en selecteer de doeldimensie van het diagram (meestal de doelmarkt).
  3. Klik op de knop Meting toevoegen om de meting (wat moet worden gemeten) van het diagram te selecteren. Als dimensies (dimensielabel) en meting (waardelabel) zijn geselecteerd, wordt het trechterdiagram automatisch (in kleur) weergegeven in het diagramveld.
  4. Klik op Gereed om terug te gaan naar het hoofdweergaveveld.
  5. Klik op de toepasselijke regio onder Regio. Het diagramveld wordt bijgewerkt en geeft de gekozen parameters en details weer.

Dimensie, meting en regiodetails blijven weergegeven in het diagramveld, zelfs als u teruggaat naar de modus Bewerken.

Example:


Een trechterdiagram dat de omzettingsgraad van mogelijkheden tot klant in een verkoopproces weergeeft.

Het uiterlijk van het diagram wijzigen

U kunt het diagram aanpassen met een of meer functies. Het diagram wordt automatisch bijgewerkt.

Trechtermodus

Doe het volgende:

  1. Klik in het eigenschappenvenster op Uiterlijk > Presentatie.
  2. Selecteer de vorm van de trechter in het vervolgkeuzemenu onder Trechtermodus.

    • Gebied: het gebied van elk item is evenredig aan de meting, alleen de hoogte van het individuele segment wordt beïnvloed, niet het gehele diagram of de inhoud.



    • Hoogte: de hoogte van elk item is evenredig aan de meting, alleen de hoogte van het individuele segment wordt beïnvloed, niet het gehele diagram of de inhoud.



    • Breedte: de breedte van de bovenste rand is evenredig aan de maximale waarde van de meting. Het bovenste segment is altijd 100% en de volgende segmenten zijn in grootte relatief aan het eerste segment. Het onderste segment is rechthoekig. Dit beïnvloedt de vorm van de trechter en elk segment heeft zijn eigen helling.



    • Volgorde: de meting rangschikt alleen de segmenten met de grootste waarde bovenaan. De volgorde is vast, dus de vorm van de trechter wordt niet beïnvloed.


Kleuren

Met de kleuroptie kunt u de segmenten van het trechterdiagram onderscheiden of gelijkschakelen op kleur. U kunt kleuren automatisch kiezen door de standaardinstelling Automatisch te behouden (onder Uiterlijk > Kleuren in het eigenschappenvenster). Kleuren kunnen ook worden geconfigureerd vanuit een kleurenpalet of kleurenschema's met sets voorgedefinieerde kleuren. Ze kunnen ook individueel worden gekozen uit een kleurencirkel (klik op het ezelsymbool in het kleurenpalet) of door een kleurcodestring in te voeren in het veld naast het ezelsymbool. U kunt de kleur ook wijzigen door een uitdrukking te gebruiken in de Uitdrukkingseditor (Expression). De kleuren moeten geldige CSS-kleuren zijn.

De algemene kleurinstellingen configureren:

  • Enkele kleur: u kunt één kleur gebruiken voor het gehele trechterdiagram.

    1. Klik in het eigenschappenvenster op Uiterlijk > Kleuren.
    2. Beweeg de schuifknop Kleuren naar links om de optie van Automatisch op Aangepast te zetten.
    3. Selecteer in het menu Kleuren Enkele kleur. Het diagram wordt bijgewerkt.
    4. Beweeg de schuifknop Kleuren naar links om de optie van Automatisch op Aangepast te zetten.

    5. Klik op het vak kleurenpalet en selecteer de toepasselijke kleur uit het kleurenpalet.



  • Per dimensie: u kunt het hele trechterdiagram ook op dimensie kleuren.

    Doe het volgende:

    1. Klik in het eigenschappenvenster op Uiterlijk > Kleuren.
    2. Beweeg de schuifknop Kleuren naar links om de optie van Automatisch op Aangepast te zetten.
    3. Selecteer in het menu Kleuren Op dimensie. Het diagram wordt bijgewerkt op basis van de eerder gekozen dimensie en meting, en wordt ook weergegeven in het eigenschappenvenster.
    4. Selecteer een van drie kleurenopties om te gebruiken in het diagram:

      • Kleuren bij selectie behouden: klik op het vak Kleuren bij selectie behouden en het diagram wordt bijgewerkt.
      • Het kleurenschema met overgang in 12 kleuren: Klik op de gekleurde knop onder 12 kleuren om toe te passen.
      • Het kleurenschema met overgang in 100 kleuren: Klik op de gekleurde knop onder 100 kleuren om toe te passen.

  • Per meting: u kunt het hele trechterdiagram ook op meting kleuren. Standaard wordt de oorspronkelijk gekozen meting weergegeven onder Meting selecteren. U moet deze meting loskoppelen voordat u een nieuwe kunt selecteren. U kunt de meting ook wijzigen door een uitdrukking te gebruiken in de Uitdrukkingseditor (Expression).

  • Bibliotheekkleuren wijzigen:

    Doe het volgende:

    1. Klik in het eigenschappenvenster op Uiterlijk > Kleuren.
    2. Beweeg de schuifknop Kleuren naar links om de optie van Automatisch op Aangepast te zetten.
    3. Selecteer in het menu Kleuren Op meting.
    4. Beweeg de schuifknop Bibliotheekkleuren naar links om de optie uit te schakelen en uw eigen in te stellen.
    5. Klik onder Kleurenschema op het gewenste kleurenschema.



  • Kleuren omkeren: u kunt de kleurenvolgorde van het diagram ook omkeren op basis van de meting.

    Doe het volgende:

    1. Klik in het eigenschappenvenster op Uiterlijk > Kleuren.
    2. Beweeg de schuifknop Kleuren naar links om de optie van Automatisch op Aangepast te zetten.
    3. Selecteer in het menu Kleuren Op meting. Het diagram wordt bijgewerkt.
    4. Schakel de knop Kleuren omkeren in om de volgorde van de kleuren in het diagram om te keren.

  • Kleur toekennen per meting: u kunt op basis van uw meting een kleurbereik instellen voor uw diagram.

    Doe het volgende:

    1. Klik in het eigenschappenvenster op Uiterlijk > Kleuren.
    2. Beweeg de schuifknop Kleuren naar links om de optie van Automatisch op Aangepast te zetten.
    3. Selecteer in het menu Kleuren Op meting.
    4. Beweeg de schuifknop Bereik naar links om de optie in te schakelen.
    5. Voer onder Bereik > Min. een minimale waarde voor het bereik in en druk op Enter. U kunt de minimale waarde voor het bereik ook wijzigen door een uitdrukking te gebruiken in de Uitdrukkingseditor (Expression).
    6. Voer onder Bereik > Max. een maximale waarde voor het bereik in en druk op Enter. U kunt de maximale waarde voor het bereik ook wijzigen door een uitdrukking te gebruiken in de Uitdrukkingseditor (Expression).

  • Op uitdrukking: u kunt kleuren ook configureren door een uitdrukking te gebruiken in de Uitdrukkingseditor (Expression). De gebruikte kleuren moeten geldige CSS-kleuren zijn.

    Doe het volgende:

    1. Klik in het eigenschappenvenster op Uiterlijk > Kleuren.
    2. Beweeg de schuifknop Kleuren naar links om de optie van Automatisch op Aangepast te zetten.
    3. Selecteer in het menu Kleuren Op uitdrukking. Het diagram wordt bijgewerkt.
    4. Voer onder Uitdrukking een kleurcodestring in en druk op Enter. U kunt de kleur ook wijzigen door een uitdrukking te gebruiken in de Uitdrukkingseditor (Expression).

Verwijder het vinkje bij het vak De uitdrukking is een kleurcode als de uitdrukking een kleurcode is (deze is standaard ingeschakeld). U kunt vervolgens het label wijzigen, een ander kleurenschema selecteren, de kleurenvolgorde van het trechterdiagram omkeren of een nieuw kleurbereik instellen.

Stijl, opmaak

De positie en volgorde van labels voor dimensie- en metingswaarden kunnen op verschillende manieren worden weergegeven. U kunt de dimensiewaarde bijvoorbeeld verbergen of deze weergeven als waarde of als percentage.

  • Getalnotatie: u kunt ook de opmaak van de metingswaarde aanpassen. U kunt verschillende opmaak toepassen op dezelfde waarde. Het diagram wordt bijgewerkt met het gewijzigde nummertype.

    Doe het volgende:

    1. Klik in het eigenschappenvenster op Gegevens > Metingen en selecteer de gekozen meting.
    2. Selecteer in het menu Getalnotatie de juiste getalnotatie. Het diagram wordt bijgewerkt.

  • Waardelabels: metinglabels kunnen op verschillende manieren worden geconfigureerd. U kunt ze weergeven als waarde of als percentage.

    Doe het volgende:

    1. Klik in het eigenschappenvenster op Uiterlijk > Presentatie.
    2. Beweeg de schuifknop Waardelabels naar links om de optie uit te schakelen.
    3. Selecteer in het menu hoe de labels moeten worden weergegeven in het diagram.

  • Dimensielabel verbergen: met deze optie verbergt u het dimensielabel van het trechterdiagram. Klik in het eigenschappenvenster op Uiterlijk > Presentatie om het label te verbergen. Beweeg de schuifknop Dimensielabel naar links om de optie uit te schakelen.

Beperkingen

Zie Beperkingen van objectbundels geleverd door Qlik voor meer informatie over algemene beperkingen.