Besturingselement variabeleninvoer

U kunt het besturingselement variabeleninvoer gebruiken om de waarde van een variabele in te stellen. De uitbreiding is inbegrepen in Dashboard bundle.

Wanneer gebruiken

Als u beschikt over visualisaties met uitdrukkingen die een variabele bevatten, kunt u het besturingselement variabeleninvoer gebruiken om de gebruiker de waarde van de variabele te laten bepalen.

Een besturingselement voor variabeleninvoer maken

U kunt een besturingselement voor variabeleninvoer maken op het werkblad dat u aan het bewerken bent.

Doe het volgende:

  1. Sleep vanuit het bedrijfsmiddelenvenster, onder Aangepaste objecten > Dashboard bundle, een Variable input (Variabeleninvoer)-object naar het werkblad.
  2. Selecteer in Name (Naam) onder Appearance > Variable (Uiterlijk > Variabele) in het eigenschappenvenster de variabele die u wilt gebruiken.
  3. Selecteer in Show as: (Tonen als) hoe u gegevens wilt invoeren:

    • Met Buttons (Knoppen) kunt u een aantal knoppen toevoegen met één knop voor elke gedefinieerde waarden van de variabele.

      In Display (Weergave) kunt u selecteren hoe de knoppen worden weergegeven. Selecteer Row (Rij) als u ze in een horizontale rij wilt weergeven; selecteer Column (Kolom) als u ze in een verticale kolom wilt weergeven.

      U kunt de knoppen op twee verschillende manieren definiëren, vast (Fixed) of dynamisch (Dynamic) met de instelling Fixed or dynamic values (Vaste of dynamische waarden) onder Values (Waarden).

      Als u voor vaste waarden kiest, moet u elke knop toevoegen met Add Alternative (Alternatief toevoegen) en voor elke knop een waarde (Value) en een label (Label) definiëren.

      Als u dynamische waarden gebruikt, definieert u de knoppen met een tekenreeks in Dynamic values (Dynamische waarden). Gebruik een | om knoppen van elkaar te scheiden en een ~ om waarde en label van elkaar te scheiden. Met 'Germany~GER|France~FRA' bijvoorbeeld worden twee knoppen gemaakt met de labels GER en FRA. De eerste wijzigt de waarde van de variabele in Germany en de tweede wijzigt de waarde in France. U hoeft geen labels op te geven als u de waarden als labels wilt gebruiken.

    • Met Drop down voegt u een vervolgkeuzelijst toe met één item voor elke gedefinieerde waarde van de variabele.

      U kunt de items op twee verschillende manieren definiëren, vast (Fixed) of dynamisch (Dynamic) met de instelling Fixed or dynamic values (Vaste of dynamische waarden) onder Values (Waarden).

      Als u voor vaste waarden kiest, moet u elk item toevoegen met Add Alternative (Alternatief toevoegen) en voor elk item een waarde (Value) en een label (Label) definiëren.

      Als u dynamische waarden gebruikt, definieert u de items met een tekenreeks in Dynamic values (Dynamische waarden). Gebruik een | om items van elkaar te scheiden en een ~ om waarde en label van elkaar te scheiden. Met 'Germany~GER|France~FRA' bijvoorbeeld worden twee items gemaakt met de labels GER en FRA. Het eerste wijzigt de waarde van de variabele in Germany en het tweede wijzigt de waarde in France. U hoeft geen labels op te geven als u de waarden als labels wilt gebruiken.

    • Input box (Invoervak) biedt een eenvoudig invoervak om de waarde van de variabele bij te werken.
    • Met Slider (Schuifregelaar) maakt u een schuifregelaar waarmee de waarde van de variabele kan worden bijgewerkt. U definieert de minimuminstelling met Min en de maximuminstelling met Max onder Values (Waarden). Met Step (Stap) kunt u ook instellen welke stap u wilt gebruiken. Als u Slider label (Schuifregelaarlabel) selecteert, wordt de geselecteerde waarde weergegeven wanneer u de schuifregelaar versleept.

      De waarde van de variabele wordt bijgewerkt wanneer u stopt met het slepen van de schuifregelaar, maar u kunt Update on drag (Bijwerken tijdens slepen) selecteren als u wilt dat de waarde van de variabele tijdens het slepen wordt bijgewerkt. Dit kan handig zijn als u wilt dat op de variabele gebaseerde visualisaties dynamisch worden bijgewerkt wanneer de schuifregelaar wordt versleept. Gebruik deze optie voorzichtig, want het voortdurend opnieuw tekenen van diagrammen kan irritant zijn.

Beperkingen

Zie Beperkingen van objectbundels geleverd door Qlik voor meer informatie over algemene beperkingen.

  • Op het label van de schuifregelaar kunnen alleen numerieke waarden worden weergegeven. Dit betekent dat als de waarde een datum is, de numerieke waarde van de datum wordt weergegeven. Als de waarde een percentage is, wordt het percentageteken niet weergegeven.