# Call

De besturingsopdracht call roept een subroutine aan die door een vorige sub-opdracht is gedefinieerd.

Syntaxis:

Call name ( [ paramlist ])

Argumenten:

Argumenten

| Argument | Beschrijving |
| --- | --- |
| name | De naam van de subroutine. |
| paramlist | Een door komma's gescheiden lijst met de werkelijke parameters die worden gezonden aan de subroutine. Elk item in de lijst kan een veldnaam, een variabele of een willekeurige uitdrukking zijn. |

De subroutine die wordt opgeroepen door een call-opdracht moet op een eerdere positie in het script door een sub zijn gedefinieerd.

Parameters worden gekopieerd naar de subroutine en worden, als de parameter in de call-instructie een variabele is en geen uitdrukking, bij het beëindigen van de subroutine weer teruggekopieerd.

Beperkingen:

* Aangezien de call-opdracht een besturingsopdracht is en dus wordt afgesloten door een puntkomma of het einde van een regel, mag de opdracht niet op meerdere regels staan.

* Als u een subroutine definieert met `Sub..end sub` binnen een besturingsopdracht, bijvoorbeeld `if..then`, kunt u de subroutine alleen oproepen binnen dezelfde besturingsopdracht.