Tabellen aaneenschakelen

Een aaneenschakeling is een bewerking waarmee twee tabellen worden gecombineerd tot één tabel.

De twee tabellen worden uitsluitend aan elkaar toegevoegd. Met andere woorden, de gegevens worden niet gewijzigd en de resulterende tabel bevat hetzelfde aantal records als de twee originele tabellen samen. Verschillende aaneenschakelingsbewerkingen kunnen na elkaar worden uitgevoerd, zodat de resulterende tabel de aaneenschakeling is van verschillende tabellen.

Automatisch aaneenschakelen

Als de veldnamen en het aantal velden van twee of meer geladen tabellen exact gelijk zijn, zal Qlik Sense de inhoud van de verschillende opdrachten automatisch aaneenschakelen in één tabel.

Example:  

LOAD a, b, c from table1.csv;

LOAD a, c, b from table2.csv;

De resulterende interne tabel bevat de velden a, b en c. Het aantal records is de som van het aantal records in de tabellen 1 en 2.

Opmerking: Het aantal en de namen van de velden moeten exact gelijk zijn. De volgorde van de twee opdrachten is willekeurig.

Geforceerd aaneenschakelen

Zelfs als twee of meer tabellen niet exact dezelfde set velden hebben, kunt u de tabellen in Qlik Sense toch geforceerd aaneenschakelen. Daarvoor gebruikt u het prefix concatenate in het script, waarmee een tabel met een andere benoemde tabel of met de laatste eerder gemaakte tabel wordt aaneengeschakeld.

Example:  

LOAD a, b, c from table1.csv;

concatenate LOAD a, c from table2,csv;

 

De resulterende interne tabel bevat de velden a, b en c. Het aantal records in de resulterende tabel is de som van het aantal records in tabel 1 en 2. De waarde van veld b in de records afkomstig uit tabel 2 is NULL.

Opmerking: Tenzij een tabelnaam van een eerder geladen tabel is opgegeven in de concatenate-instructie, wordt voor het prefix concatenate de als laatste gemaakte tabel gebruikt. De volgorde van de twee instructies is dus niet willekeurig.

Aaneenschakelen voorkomen

Als de veldnamen en het aantal velden in twee of meer geladen tabellen exact gelijk zijn, zal Qlik Sense de inhoud van de verschillende instructies automatisch aaneenschakelen in één tabel. Dit kunt u verhinderen met een noconcatenate-instructie. De tabel die wordt geladen met de toegewezen LOAD- of SELECT-instructie, wordt vervolgens niet aaneengeschakeld met de bestaande tabel.

Example:  

LOAD a, b, c from table1.csv;

noconcatenate LOAD a, b, c from table2.csv;