Structuuroverzicht

Structuuroverzichten geven hiërarchische gegevens weer met behulp van geneste rechthoeken, oftewel kleinere rechthoeken in een grotere rechthoek.

Treemap.

In deze afbeelding hebt u verschillende productgroepen, zoals Produce, Canned Products en Frozen Foods. Elke productgroep bestaat uit een grote rechthoek. U kunt de productgroepen zien als takken van een boom. Wanneer u een productgroep selecteert, schakelt u naar het lagere niveau, het producttype, bijvoorbeeld Vegetables, Meat en Dairy. U kunt de producttypen zien als kleinere takken van de boom. De takken hebben bladeren. De rechthoek voor een bladknooppunt heeft een omvang die proportioneel is aan een opgegeven dimensie van de gegevens. In dit voorbeeld vormen de artikelen Ebony Squash, Bravo Large Canned Shrimp, Red Spade Pimento Loaf enzovoort de bladeren. De bladknooppunten zijn gekleurd om een afzonderlijke dimensie van de gegevens aan te geven.

De sortering vindt automatisch plaats op grootte. De kleuren zijn standaard ingesteld op dimensie, met 12 kleuren. Maar dat kan worden veranderd in het eigenschappenvenster. Als u meerdere dimensies hebt, kunt u selecteren op welke dimensie moet worden gekleurd. In dit voorbeeld vindt de kleurweergave niet plaats per dimensie, maar per uitdrukking (Avg(Margin)), een berekende meting, en door gebruik te maken van deze uitdrukking kunt u zien welke artikelen de hoogste gemiddelde marge hebben. Hoe donkerder de kleur, des te hoger de gemiddelde marge.

Als de gegevensverzameling negatieve waarden bevat, verschijnt het tekstbericht dat negatieve waarden niet kunnen worden weergegeven.

Wanneer gebruiken

Gebruik een structuuroverzicht als de ruimte beperkt is en u een grote hoeveelheid hiërarchische gegevens hebt om weer te geven. Structuuroverzichten zijn vooral geschikt voor waarden die kunnen worden geaggregeerd.

Voordelen

Structuuroverzichten zijn economisch omdat ze een groot aantal items tegelijk kunnen weergeven in een beperkte ruimte.

Als er een correlatie is tussen kleur en grootte in het structuuroverzicht, kunt u patronen waarnemen die anders slecht zichtbaar zouden zijn, bijvoorbeeld als een bepaalde kleur bijzonder relevant is.

Nadelen

Structuuroverzichten zijn niet geschikt als er een groot verschil is tussen de omvang van de metingswaarden. Een structuuroverzicht is ook niet de juiste keuze als u absolute en relatieve waarden wilt combineren.

Negatieve waarden kunnen niet worden weergegeven in structuuroverzichten.

Een structuuroverzicht maken

U kunt een structuuroverzicht maken op het werkblad dat u aan het bewerken bent.

Doe het volgende:

  1. Sleep vanuit het bedrijfsmiddelenvenster een leeg structuuroverzicht naar het werkblad.
  2. Klik op Dimensie toevoegen en selecteer een dimensie of een veld. Dit moet het hoogste niveau in de hiërarchie zijn.
  3. Klik op Meting toevoegen en selecteer een meting of maak een meting van een veld.
  4. Ga door met het toevoegen van dimensies en velden volgens de hiërarchie van de gegevens.

Voor een structuuroverzicht hebt u minimaal één dimensie en één meting nodig, maar als u de mogelijkheden van een structuuroverzicht volledig wilt benutten, is het beter om twee of drie dimensies te hebben. U kunt niet meer dan één meting hebben, maar tot 15 dimensies. We raden niet aan om meer dan drie dimensies te gebruiken omdat het structuuroverzicht dan slecht hanteerbaar wordt.

Als u het structuuroverzicht hebt gemaakt, wilt u mogelijk het uiterlijk en andere instellingen aanpassen in het eigenschappenvenster.

Weergavebeperkingen

Bij het weergeven van grote hoeveelheden gegevens in een structuuroverzicht, kunnen er situaties zijn waarin niet elke dimensiewaarde binnen een rechthoek wordt weergegeven met de juiste kleur en grootte. Deze resterende waarden zullen in plaats daarvan worden weergegeven als een grijze, gestreepte omgeving. De omvang en de totale waarde van de rechthoek zijn nog steeds correct, maar niet alle dimensiewaarden in de rechthoek zijn expliciet.

Voor het verwijderen van de grijze gebieden kunt u een selectie maken of dimensiegrenzen in het eigenschappenvenster gebruiken.