Het uiterlijk van een snapshot wijzigen

Eén manier om inzichten te laten opvallen en u te helpen uw boodschap op een duidelijke wijze over te brengen is door bepaalde delen van een snapshot te verbergen of te tonen.

Eigenschappen van snapshots wijzigen

De volgende lijst bevat een overzicht van de bewerkbare eigenschappen.

  • Titels (hoofdtitel, ondertitel en voetnoot)
  • Tussenruimte rasterlijnen
  • Labels (gegevenspuntlabels, bladlabels, dimensielabels)
  • Legenda
  • X-as met titel en labels
  • Y-as met titel en labels

Doe het volgende:

  1. Klik in de presentatieweergave op de snapshot die u wilt bewerken.
  2. Klik op .

    Er wordt een dialoogvenster weergegeven waarin u het uiterlijk van de snapshot kunt wijzigen.

  3. Klik voor Titels tonen op Aan of Uit om hoofdtitel, subtitel en voetnoot weer te geven of te verbergen.

  4. Voor Tussenruimte rasterlijnen kunt u de tussenruimte van de rasterlijnen instellen op Auto of Aangepast en een van de opties Geen lijnen, Breed, Gemiddeld of Smal te selecteren in de vervolgkeuzelijst.
  5. Voor Waardelabels klikt u op Auto of Uit.
  6. Voor Legenda tonen klikt u op Auto of Uit.
  7. Voor X-as en Y-as Labels en titel selecteert u een van de opties Labels en titel, Alleen labels, Alleen titel of Geen in de vervolgkeuzelijst.

  8. Klik op Gereed.

Het uiterlijk van de snapshot is gewijzigd.

Tip: Als u Auto selecteert en de eigenschap wordt niet weergegeven, moet u de snapshot groter maken.
Er wordt een dialoogvenster voor snapshots met rasterlijnen weergegeven waarin alleen de x-as en de gegevenslabels zichtbaar zijn.

Snapshot dialog.

De hoogte-/breedteverhouding wijzigen bij het groter/kleiner maken van een snapshot

Als u een snapshot groter of kleiner wilt maken, kunt u ervoor kiezen om de hoogte-/breedteverhouding te ontgrendelen om vrije formaatwijziging mogelijk te maken. Door het aanpassen van het formaat gaat de visualisatie vervolgens gebruikmaken van progressieve weergave van informatie.

Opmerking: Progressive disclosure means the following: If the size of a visualization (or a unlocked snapshot) is increased, its information is disclosed progressively. Als een visualisatie (of ontgrendelde snapshot) kleiner wordt gemaakt, wordt er minder informatie weergegeven. Hierdoor kunt u zich concentreren op de essentiële informatie en voorkomt u dat de visualisatie te druk wordt met te veel informatie in een te kleine ruimte.

 

Doe het volgende:

  1. Klik in de presentatieweergave op de snapshot waarvan u het formaat wilt aanpassen.
  2. Klik op [ om de hoogte-/breedteverhouding te ontgrendelen voor vrije formaatwijziging.

    \ wordt weergegeven.

  3. Gebruik de grepen aan de randen om het formaat van de visualisatie aan te passen.

    Door het aanpassen van het formaat gaat de visualisatie gebruikmaken van progressieve weergave van informatie.

  4. Klik op \ om de hoogte-/breedteverhouding te vergrendelen.

U hebt nu de hoogte-/breedteverhouding in de snapshot gewijzigd en het formaat van de visualisatie aangepast.

Opmerking: Als u het formaat van de visualisatie aanpast als [ wordt weergegeven, wordt het formaat van de afbeelding gewijzigd zonder progressieve weergave.