Fouten in het load-script voor gegevens opsporen

U kunt opties voor foutopsporing in de editor voor het laden van gegevens gebruiken om in stappen door uw script te lopen met behulp van onderbrekingspunten, waardoor u waarden van variabelen en uitvoer bij de uitvoering van het script kunt inspecteren. U kunt instellen of u de Uitvoer, Variabelen en Onderbrekingspunten geheel of gedeeltelijk wilt bekijken.

U kunt het foutopsporingsvenster als volgt weergeven:

  • Klik op u op de werkbalk van de editor voor het laden van gegevens.

    Het foutopsporingsvenster wordt onder aan de editor voor het laden van gegevens geopend.

Opmerking: U kunt geen verbindingen maken, verbindingen bewerken, gegevens selecteren, het script opslaan of gegevens laden terwijl de foutsopsporingsmodus wordt uitgevoerd. De foutopsporingsmodus begint met het uitvoeren van de foutopsporing en gaat door totdat het script is uitgevoerd of de uitvoering is beëindigd.

Werkbalk voor foutopsporing

Het foutopsporingsvenster van de editor voor het laden van gegevens bevat een werkbalk met de volgende opties om de uitvoering van de foutopsporing te besturen:

Opties werkbalk voor foutopsporing
UI-item Beschrijving
Beperkte load

Schakel deze optie in om het aantal rijen met gegevens dat vanuit elke gegevensbron wordt geladen te beperken. Dit is handig om de tijd die het script nodig heeft om te worden uitgevoerd te beperken als uw gegevensbronnen groot zijn.

Voer het aantal rijen in dat u wilt laden.

Opmerking: Dit geldt alleen voor fysieke gegevensbronnen. Automatisch gegenereerde en inline load-opdrachten worden bijvoorbeeld niet beperkt.
œ Start of vervolg de uitvoering van het script in de foutopsporingsmodus tot het volgende onderbrekingspunt wordt bereikt.
ΠGa naar de volgende regel in de code.
Beëindig hier de uitvoering van het script. Als u eindigt voordat alle code is uitgevoerd, bevat het resulterende gegevensmodel uitsluitend gegevens tot aan de coderegel waarbij de uitvoering werd beëindigd.

Uitvoer

Met Uitvoer worden alle berichten weergegeven die worden gegenereerd tijdens de uitvoering van de foutopsporing. Klik op \ als u wilt voorkomen dat de uitvoer naar beneden schuift wanneer nieuwe berichten worden weergegeven.

Daarnaast bevat het uitvoermenu (¨) de volgende opties:

Opties uitvoermenu
UI-item Beschrijving
Wissen Klik hierop om alle uitvoerberichten te verwijderen.
Alle tekst selecteren Klik hierop om alle uitvoerberichten te selecteren.
Naar beneden schuiven Klik hierop om naar het laatste uitvoerbericht te schuiven.

Variabelen

In Variabelen worden alle gereserveerde variabelen, systeemvariabelen en variabelen die in het script zijn gedefinieerd weergegeven, inclusief de huidige waarden tijdens de uitvoering van het script.

Een variabele als favoriet instellen

Als u specifieke variabelen tijdens de uitvoering wilt bekijken, kunt u deze instellen als favorieten. Favoriete variabelen worden boven aan de lijst met variabelen weergegeven, gemarkeerd door een gele ster. U kunt als volgt een variabele instellen als favoriet:

  • Klik op de ï naast een variabele.

    De ï is nu geel en de variabele wordt boven aan de lijst met variabelen geplaatst.

Variabelen filteren

U kunt een filter toepassen zodat alleen een geselecteerd type variabelen wordt weergegeven met behulp van de volgende opties in het menu voor variabelen (¨):

Opties menu Variabelen
UI-item Beschrijving
Alle variabelen tonen Klik hierop om alle typen variabelen weer te geven.
Systeemvariabelen tonen

Klik hierop om systeemvariabelen weer te geven.

Systeemvariabelen zijn gedefinieerd door Qlik Sense, maar u kunt de waarde van de variabelen wijzigen in het script.

Gereserveerde variabelen tonen

Klik hierop om gereserveerde variabelen weer te geven.

Gereserveerde variabelen worden gedefinieerd door Qlik Sense en de waarde kan niet worden gewijzigd.

Door gebruiker gedefinieerde variabelen tonen

Klik hierop om door de gebruiker gedefinieerde variabelen weer te geven.

Door de gebruiker gedefinieerde variabelen zijn variabelen die u zelf in het script hebt gedefinieerd.

Zie Werken met variabelen in de editor voor het laden van gegevens voor meer informatie over variabelen.

Onderbrekingspunten

U kunt onderbrekingspunten aan uw script toevoegen om de uitvoering van de foutopsporing te stoppen bij bepaalde scriptregels en waarden van variabelen en uitvoerberichten op dit punt te controleren. Wanneer u een onderbrekingspunt hebt bereikt, kunt u ervoor kiezen om te stoppen met de uitvoering, door te gaan totdat het volgende onderbrekingspunt wordt bereikt of naar de volgende regel code te gaan. Alle onderbrekingspunten in de scripts worden vermeld, met een verwijzing naar sectie en regelnummer.

Een onderbrekingspunt toevoegen

U kunt een onderbrekingspunt aan een regel code toevoegen door een van de volgende handelingen uit te voeren:

  • Klik in het script in het gedeelte direct rechts van het nummer van de regel waar u een onderbrekingspunt wilt toevoegen.

    Een Q naast het regelnummer geeft aan dat zich op deze regel een onderbrekingspunt bevindt.

Tip: U kunt zelfs onderbrekingspunten toevoegen als het foutopsporingsvenster gesloten is.

Onderbrekingspunten verwijderen

U kunt een onderbrekingspunt verwijderen door een van de volgende bewerkingen uit te voeren:

  • Klik in het script op een Q naast het regelnummer.

  • Klik in de lijst met onderbrekingspunten op E naast een onderbrekingspunt.

U kunt ook op ¨ klikken en Alles verwijderen selecteren om alle onderbrekingspunten uit het script te verwijderen.

Onderbrekingspunten in- en uitschakelen

Als u een onderbrekingspunt maakt, is dit standaard ingeschakeld, wat wordt aangegeven door m naast het onderbrekingspunt in de lijst van onderbrekingspunten. U kunt afzonderlijke onderbrekingspunten in- en uitschakelen door deze te selecteren en deselecteren in de lijst met onderbrekingspunten.

In het menu voor onderbrekingspunten (¨) vindt u ook de volgende opties:

  • Alles inschakelen
  • Alles uitschakelen