Gegevens toevoegen vanuit een bestaande gegevensbron

U kunt gegevens toevoegen aan uw app vanuit verbindingen die al door u of een beheerder zijn gedefinieerd. Dit kan een database zijn, een map met gegevensbestanden of een connector voor een externe gegevensbron, zoals Salesforce.com.

Waarschuwing:

Voeg geen tabel toe in Gegevensbeheer als die tabel al als gescripte tabel met dezelfde naam en dezelfde kolommen aan de editor voor laden van gegevens is toegevoegd.

Zie Gegevens toevoegen aan de app voor meer informatie over beschikbare gegevensbronnen.

Zie Verbinding maken met gegevensbronnen voor meer informatie over verbinding maken met gegevensbronnen.

U kunt verbindingen uit Gegevens toevoegen verwijderen door met de rechtermuisknop op de verbinding te klikken en Ö Verbinding verwijderen te selecteren.

Waarschuwing:

Als u een verbinding verwijdert, moet u ook alle tabellen uit Gegevensbeheer verwijderen die gebruikmaakten van die verbinding voordat u gegevens laadt.

Doe het volgende:

  1. Open een app.
  2. Open Gegevensbeheer en klik vervolgens op ú. U kunt ook klikken op Gegevens toevoegen in het menu ¨.
  3. Selecteer onder Gegevensverbindingen een bestaande verbinding.

    Sommige verbindingen leiden rechtstreeks naar hun gegevensbronnen, waar u te laden tabellen en velden selecteert. Zo leiden bijvoorbeeld verbindingen met Salesforce.com of een database zoals IBM DB2, rechtstreeks naar de bron voor gegevensselectie.

  4. Selecteer de specifieke gegevensbron waaruit u gegevens wilt toevoegen als de verbinding een selectie biedt.

    Dit verschilt afhankelijk van het type gegevensbron.

    • Op bestanden gebaseerde gegevensbronnen: selecteer een bestand.
    • Databases: stel in welke database u wilt gebruiken.
    • Internetbestanden: voer de URL van het webbestand in.
    • Overige gegevensbronnen: gespecificeerd door de connector.
  5. Selecteer de tabellen en velden om te laden.

    Ga voor meer informatie naar Gegevensvelden selecteren.

  6. U kunt optioneel kiezen om een gegevensfilter toe te passen als u een subset wilt selecteren van de gegevens in de velden die u hebt geselecteerd.

    Selecteer Filters als uw gegevensbron een bestand is. Klik naast de tabel waaraan u een filter wilt toevoegen op Filter toevoegen, selecteer een veld en een voorwaarde en voer vervolgens een waarde in waarop moet worden gefilterd. Zie Gegevens uit bestanden filteren voor meer informatie.Filtering data

    Opmerking:

    Qlik Sense ondersteunt geen filters in datumvelden uit QVD -bestanden.

    Houd rekening met het volgende:

    • U kunt meerdere filters toepassen op een veld.
    • U kunt gegevensfilters verwijderen in de weergave Koppelingen van Gegevensbeheer of via Selecteer gegevens uit bron. De wijzigingen worden van kracht zodra u de gegevens opnieuw laadt door op de knop Gegevens laden te klikken.

    Bij databases en connectoren wordt een tekstvak voor de filtercriteria geopend wanneer u Gegevens filteren selecteert. Raadpleeg voor nadere informatie over criteria Gegevens uit bestanden filteren.

    Houd rekening met het volgende:

    • Filters worden toegepast op veldnamen uit de database. Als u de naam van een veld wijzigt in Gegevensbeheer, moet u het filter toepassen op de oorspronkelijke veldnaam uit de database. Als er bijvoorbeeld een veld met de naam EMP in uw database zit en u deze de nieuwe naam EMPLOYEE  geeft in Gegevensbeheer, moet u het EMP-filter = 'filter_value' toepassen.
    • U kunt gegevensfilters wissen in de weergave Koppelingen van Gegevensbeheer. De wijzigingen worden van kracht zodra u de gegevens opnieuw laadt door op de knop Gegevens laden te klikken. U moet samengevoegde tabellen splitsen voordat u filters wist.
    • Gegevens filteren is momenteel niet voor alle connectoren beschikbaar en ook niet voor gekoppelde bestanden of Qlik DataMarket.
  7. Klik op Gegevens toevoegen om de gegevens te openen in de weergave Koppelingen van Gegevensbeheer. Hierdoor kunt u meer gegevensbronnen toevoegen, de gegevens transformeren en de tabellen koppelen in Gegevensbeheer.

    Gegevensprofilering is standaard ingeschakeld wanneer u op Gegevens toevoegen klikt. Gegevensprofilering zorgt voor het volgende:

    • Raadt gegevenskoppelingen aan.
    • Kwalificeert automatisch gemeenschappelijke velden tussen tabellen. Dit voegt een unieke, op de tabelnaam gebaseerde prefix toe.
    • Wijst datum- en tijdvelden toe aan autoCalendar.

    Tabellen worden niet automatisch gekoppeld op basis van gemeenschappelijke veldnamen. U kunt tabellen koppelen in de weergave Koppelingen.

    Tip: Als u de gegevens rechtstreeks in de app wilt laden, klikt u op ¥ en schakelt u vervolgens gegevensprofilering uit. Hiermee worden de zojuist geselecteerde gegevens vanuit de externe gegevensbron geladen wanneer u gegevens toevoegt. Tabellen worden automatisch gekoppeld op basis van gemeenschappelijke veldnamen. Er zullen geen datum- en tijdvelden worden gemaakt.

    Ga voor meer informatie naar Gegevenskoppelingen beheren.

  8. Klik op Gegevens laden wanneer u gereed bent met het voorbereiden van de gegevens. Als er ernstige problemen worden gevonden, moet u de problemen verhelpen in Gegevensbeheer voordat u gegevens kunt laden naar de app.

    Ga voor meer informatie naar Problemen oplossen - Gegevens laden.

Druk op de ô-knop in de voettekst van Gegevensbeheer om alle gegevens die u in de externe bron hebt geselecteerd opnieuw te laden. Op deze manier worden alle huidige gegevens voor de selecties die u hebt gemaakt uit de bron opgehaald. Het opnieuw laden van alle gegevens kan langer duren dan het laden van alleen de nieuwe gegevens. Als de gegevens die u eerder hebt geladen niet in de gegevensbron zijn gewijzigd, is het niet nodig om alle gegevens opnieuw te laden.