Ga naar hoofdinhoud

QlikView en Qlik Sense vergelijken

Dit onderwerp beschrijft een aantal essentiële overeenkomsten en verschillen tussen QlikView en Qlik Sense.

Het document en de app

Het QlikView-document en de Qlik Sense-app hebben een vergelijkbare architectuur. Beide zijn containers voor de objecten die worden gebruikt om gegevens voor analyse aan te bieden. Ze kunnen gegevensverbindingen, loadscripts, gegevensmodellen, werkbladen, diagrammen, variabelen en dergelijke bevatten.

Ontwikkeling en gebruik

Zowel inQlikView als in Qlik Sense moet u eerst een app bouwen of document maken voordat u de gegevens kunt analyseren. Dit betekent:

  1. Een load-script aanmaken en uitvoeren dat bepaalt welke gegevens in de app moeten worden geladen. Het load-script haalt gegevens uit een of meer gegevensbronnen binnen in de app en maakt er een gegevensmodel van dat de basis vormt voor alle verdere analyse.
  2. Een gebruikersinterface maken voor de analyse. Dit betekent het aanmaken van diverse visualisaties (staafdiagrammen, cirkeldiagrammen, tabellen etc.), verschillende uitdrukkingen om de verschillende KPI's mee aan te duiden en een reeks selectieobjecten (keuzelijsten, schuifregelaars, invoervakken enzovoorts). Dit betekent ook dat onderdelen anders gegroepeerd of zichtbaar gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld op werkbladen, om gegevens aan een gebruiker te presenteren die niet vertrouwd is met de inhoud.

Vroeger werden deze twee stappen uitgevoerd door een vakman voor business intelligence, die zelf niet de primaire gebruiker van de gegevens is. De primaire gebruiker van de gegevens is een professionele gebruiker die de app gebruikt. Dit scenario wordt vaak aangeduid als begeleide analyse, aangezien de professionele gebruiker in zekere mate wordt begeleid bij de vraag welke gegevens het best geanalyseerd kunnen worden. Consumenten worden echter niet geleid bij het maken van selecties. Ze hebben nog steeds alle vrijheid om alles in de app, in elke gewenste volgorde te selecteren.

Zowel Qlik Sense als QlikView kunnen voor begeleide analyse worden gebruikt.

Qlik Sense is echter ook ontwikkeld om zelfbediening te ondersteunen. In dit scenario kunnen professionele gebruikers een app van de grond af opbouwen of inhoud aan een app toevoegen zonder enige speciale hulp van de experts. Ook in het zelfbedieningsscenario zijn de twee bovenstaande stappen van belang, maar het product bevat een aantal hulpmiddelen die de gebruiker helpen bij het maken en delen van inhoud.

Zodoende is Qlik Sense beter geschikt voor zelfbediening. Bij QlikView is er wel wat zelfservice mogelijk, maar het vergt veel meer technisch inzicht van de gebruiker.

Ontwikkelingshulpmiddelen

In QlikView heeft u de desktopversie nodig om een app te kunnen ontwikkelen. De ontwikkeling vindt lokaal plaats, zonder een verbinding met een QlikView-server. QlikView Desktop draait alleen op Microsoft Windows..

Bij Qlik Sense kan er een app worden ontwikkeld met behulp van een webclient die met een Qlik Sense-server verbonden is. Dit betekent dat gebruikers elk besturingssysteem op hun computer kunnen hebben. Zodoende geeft de oplossing van Qlik Sense meer gebruikers toegang dan de oplossing van QlikView.

Gegevens vanuit de bron naar de analyse verplaatsen

In zowel QlikView als Qlik Sense worden gegevens op een bepaald moment geladen en dan in het geheugen geanalyseerd.

De analyse wordt gemaakt op basis van een gegevensverzameling die een momentopname van de echte gegevens vormt. De momentopname is gemaakt op dat bepaalde moment dat het load-script voor de app is uitgevoerd. De analyse vindt nooit in realtime plaats, al kunt u deze bijna realtime maken door het load-script vaker uit te voeren, bijvoorbeeld om de 15 seconden.

Praktisch gezien betekent dit, dat u eerst de app aanmaakt en vervolgens een planner instelt om de gegevens naar gelang uw zakelijke behoefte te laten vernieuwen (het script uit te voeren).

Gegevensverbindingen

QlikView bevat geen bibliotheek met gegevensverbindingen.

Qlik Sense bevat een bibliotheek met gegevensverbindingen die voor alle Load en Select -instructies gebruikt moet worden. De bibliotheek heeft het voordeel dat gegevensbronnen hergebruikt kunnen worden in apps. Bovendien kan vanuit administratief oogpunt gemakkelijker gecontroleerd worden of alle verbindingen in een bibliotheek zijn vastgelegd.

Scripteditor

In QlikView hebt u geen grafische interface voor het laden van gegevens. De app-ontwikkelaar moet het load-script maken in de scripteditor.

In Qlik Sense kunt u het load-script ook met behulp van de scripteditor maken. Daarnaast kunt u gebruikmaken van de grafische interface van Gegevensbeheer om gegevens te laden. Gegevensbeheer maakt het load-script, zodat u gegevens kunt laden zonder dat u het script te zien krijgt. Maar er is wel degelijk een script en dat script bepaalt het gegevensmodel.

Scriptsyntaxis

De scriptsyntaxis in QlikView en Qlik Sense zijn bijna identiek. Maar er zijn een paar opmerkelijke verschillen in de manier waarop de scripts worden gemaakt.

Bestandspaden

In een QlikView-script kunnen bestandspaden verwijzen naar bestanden die als bronnen worden gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld een Microsoft Excel- of Microsoft Access-database zijn.

Dit is niet mogelijk in Qlik Sense omdat bestandspaden moeten worden gedefinieerd in de gegevensverbinding. Dit is veiliger omdat gebruikers delen van de harde schijf waartoe ze geen toegang zouden moeten hebben niet kunnen delen. Maar dit beperkt ook de mogelijkheid om delen van het script waarin invoeginstructies worden gebruikt opnieuw te gebruiken. Het scriptbestand waar de invoeginstructie naar verwijst, moet in een bibliotheek worden geplaatst en ook de bestandsreferenties binnen het scriptbestand moeten gebruikmaken van de bibliotheekreferentie.

Automatische agenda

In QlikView moet de app-ontwikkelaar de agenda handmatig aanmaken.

In Qlik Sense wordt er automatisch een agenda aangemaakt door het gegevensbeheer. De agenda maakt gebruik van een functie die afgeleide velden wordt genoemd. Deze functie bestaat niet in QlikView.

Laden vanuit webbestanden

In QlikView is het mogelijk om een Load-instructie te gebruiken die direct vanuit een webtabel laadt.

In Qlik Sense kunt gegevens laden vanuit een gegevensverbinding van een webbestand.

Sectietoegang

Sectietoegang kan bij zowel QlikView als Qlik Sense worden gebruikt om autorisaties te definiëren. De basisfunctionaliteit is bij beide gelijk. Bij sectietoegang wordt de extern aangeboden user ID vergeleken met de inhoud van de autorisatietabel.

De mogelijke inhoud van deze tabel verschilt echter enigszins tussen de twee producten.

In QlikView moet de naam van de geverifieerde gebruiker worden opgeslagen in een veld dat NTNAME heet. In Qlik Sense heet het overeenkomstige veld USERID. In beide gevallen wordt dit veld voor elke geverifieerde gebruiker gebruikt, ook als er geen gebruik wordt gemaakt van de in Windows geïntegreerde beveiliging.

In QlikView kunnen er ook beveiligingsgroepen worden opgeslagen in NTNAME. Bij Qlik Sense moeten beveiligingsgroepen worden opgeslagen in een apart veld, dat GROUPS heet.

Bij QlikView zijn er de extra velden NTSID en NTDOMAINSID die voor de autorisatie gebruikt kunnen worden. Beide velden verwijzen naar de interne beveiligings-id's van Windows. Deze velden zijn in Qlik Sense niet aanwezig.

In QlikView moeten de verouderde velden SERIAL, USERID en PASSWORD niet worden gebruikt om een veilige omgeving te waarborgen. Deze velden zijn in Qlik Sense niet aanwezig.

Bij beide producten wordt een goed beveiligingsniveau bereikt als de app op een server gepubliceerd wordt. Bij het openen van een bestand met sectietoegang in de desktopversie, gedragen de twee producten zich echter verschillend: In QlikView Desktop wordt de NTNAME vergeleken met de gebruikersnaam in Windows die door het besturingssysteem wordt aangeleverd en als deze overeenkomt, kan de gebruiker het bestand openen. Bij Qlik Sense Desktop weigert het programma om het bestand te openen.

Document- en contentbeheer

In beide producten zijn er een aantal eigenschappen op app- of documentniveau: Hieronder vallen app-naam, thema en vormgeving. In QlikView staan alle relevante eigenschappen bij elkaar in het venster Documenteigenschapppen. In Qlik Sense kunnen eigenschappen worden geopend vanuit het app-overzicht.

In QlikView is er een dialoogvenster voor uitdrukkingoverzichten dat een lijst van alle uitdrukkingen in de app toont. Hier kunt u alle tekenreeksen in de app doorzoeken en vervangen.

In Qlik Sense kunt u masteritems gebruiken om dimensies en metingen te definiëren die u op veel plaatsen in de app kunt gebruiken.