Ga naar hoofdinhoud

Bulletgrafiek

De bulletgrafiek (Bulletgrafiek) bevat een meter met uitgebreide opties. Bulletgrafieken kunnen worden gebruikt om de prestaties van een meting te visualiseren en te vergelijken met een doelwaarde en een kwalitatieve schaal, bijvoorbeeld Slecht, Gemiddeld en Goed.

In een bulletgrafiek heeft u een meting nodig, die de lengte van de balk bepaalt.

U kunt ook een dimensie toevoegen. Hiermee wordt één meter voor elke dimensiewaarde weergegeven. Als u geen dimensie definieert, zal de grafiek een enkele meter tonen.

Example:  

Bullet chart visualization.

Een bulletgrafiek die de verkoopprestaties voor elke waarde van de dimensie laat zien (kwartaal)

Het voorbeeld laat een bulletgrafiek zien met de verkoopprestaties voor elk kwartaal. De grafiek laat bovendien de prestatie in verhouding tot het doel- en prestatiebereik zien, die voor elk kwartaal verschillen.

Wanneer gebruiken

Met bulletgrafieken kunt u prestaties vergelijken en meten met meer verrijkte informatie dan een gewone meter. Dit is handig wanneer u prestaties vergelijkt volgens een doelstelling en een simpele prestatiebeoordeling. U kunt bijvoorbeeld aantonen hoe de verkoop zich verhoudt tot een doelwaarde en in een context van slechte, goede en moeizame prestaties.

Een bulletgrafiek maken

U kunt een bulletgrafiek maken op het werkblad dat u aan het bewerken bent.

Doe het volgende:

  1. Sleep vanuit het bedrijfsmiddelenvenster een lege bulletgrafiek naar het werkblad.
  2. Klik op Dimensie toevoegen om de dimensie te selecteren die bepaalt hoeveel meters er getoond worden.
  3. Klik op de knop Meting toevoegen om de waardemeting van de grafiek te selecteren die de lengte van de balk bepaalt.

    Nadat de meting is geselecteerd, wordt de bulletgrafiek met standaardinstellingen weergegeven. Elke meter wordt met een eigen bereik weergegeven. Als u een algemeen bereik wilt gebruiken, kunt u dit instellen met Uiterlijk>Y-as>Algemeen bereik.

  4. Als u een doelwaarde wilt toevoegen, klikt u op Doel onder de meting. U kunt een vaste waarde definiëren of een meting met doelwaarden gebruiken.

  5. Als u prestatiebereiken wilt toevoegen, zet u Segmenten gebruiken onder de meting op Aan.

    Klik op Limiet toevoegen om een limiet voor het bereik van de segmenten in te stellen. U kunt de kleur van elk segment aanpassen door erop te klikken.

    U kunt een vaste waarde voor de limiet bepalen of een uitdrukking toepassen.

De bulletgrafiek wordt nu weergegeven met de dimensie en meting die u hebt geselecteerd.

Een doelwaarde instellen

U kunt een doelwaarde instellen, die als markeringslijn wordt weergegeven. Als de meting verkoopcijfers bevat, kunnen dit bijvoorbeeld gebudgetteerde verkopen zijn.

U kunt een vaste waarde definiëren of een meting met doelwaarden gebruiken.

Prestatiebereiken instellen

Als u prestatiebereiken wilt toevoegen, zet u Segmenten gebruiken onder de meting op Aan.

Voor de bereiken die u wilt gebruiken voor het tonen van indicators moet u limieten instellen met Limiet toevoegen. U kunt op drie manieren een limietwaarde instellen.

  • Gebruik de schuifregelaar.
  • Typ een waarde in het tekstvak.
  • Stel een expressie in die de limietwaarde retourneert.

Het kleurenschema wijzigen

U kunt het kleurenschema van de waardebalk en het doel wijzigen door bij Uiterlijk > Kleuren > Kleuren de optie Aangepast in te schakelen. U kunt afzonderlijke kleuren instellen of gebruik maken van een uitdrukking.

Tip: Het is aan te raden om de balk een kleur te geven die meer opvalt dan de kleuren van het bereik.

Nadat u de limieten hebt ingesteld, kunt u voor elk gedefinieerd bereik de kleur en het symbool van de indicator selecteren.

De schaal van de as instellen

Als u een dimensie gebruikt om meerdere meters weer te geven, kunt u selecteren hoe de schaal van de as moet worden getoond onder Uiterlijk>Y-as>Algemeen bereik.

  • Als u wilt dat elke dimensiemeter dezelfde schaal gebruikt, moet u Algemeen bereik inschakelen. Als de bereikmeting afhankelijk is van de dimensiewaarde, zullen de bereikstaven verschillende lengtes hebben.

    Dit is nuttig wanneer u de werkelijke waarden wilt kunnen vergelijken.

    U kunt ook een gezamenlijke, algemene as voor alle meters instellen met Uiterlijk>Y-as>Algemeen bereik.

  • Als u wilt dat elke bereikstaaf even lang is, moet u Algemeen bereik uitschakelen.

    Dit is handig als u de relatieve prestatie van de dimensiewaarden wilt kunnen vergelijken.