Uitbreiding navigatieknop

De navigatieknop (Button for navigation) is een visualisatie-uitbreiding waarmee u een knop kunt toevoegen om naar een ander werkblad, een presentatie of een website te navigeren. U kunt ook een of meer acties toevoegen die vóór de navigatie worden uitgevoerd. De uitbreiding is inbegrepen in Dashboard bundle.

Wanneer gebruiken

De navigatieknop is handig wanneer u aangepaste navigatieopties wilt bieden, bijvoorbeeld als u naar een ander werkblad wilt gaan om alle selecties te wissen.

Een navigatieknop maken

U kunt een navigatieknop maken op het werkblad dat u aan het bewerken bent.

Doe het volgende:

  1. Sleep vanuit het bedrijfsmiddelenvenster, onder Aangepaste objecten > Dashboard bundle, een Button for navigation (Navigatieknop)-object naar het werkblad.
  2. Selecteer een navigatieactie door de optie Navigation action (Navigatieactie) in Actions and navigation > Navigation (Acties en navigatie > Navigatie) in te stellen. De beschikbare navigatieopties zijn:

    • None (Geen): er wordt geen navigatieactie uitgevoerd wanneer u op de knop klikt, maar u kunt een andere basisactie toevoegen.
    • Go to first sheet (Ga naar eerste werkblad): het eerste werkblad van de app openen.
    • Go to next sheet (Ga naar volgende werkblad): het volgende werkblad van de app openen.
    • Go to previous sheet (Ga naar vorige werkblad): het vorige werkblad van de app openen.
    • Go to last sheet (Ga naar laatste werkblad): het laatste werkblad van de app openen.
    • Go to a sheet (Ga naar een werkblad): een opgegeven werkblad openen. Selecteer met Select sheet (Werkblad selecteren) het werkblad dat moet worden geopend.
    • Go to a sheet (defined by sheet Id) (Ga naar een werkblad (gedefinieerd met werkblad-id)): een opgegeven werkblad openen, gedefinieerd met de werkblad-id. Voer met Sheet Id (Werkblad-id) de werkblad-id in van het werkblad dat moet worden geopend.
    • Go to a story (Ga naar een presentatie): een opgegeven presentatie openen. Selecteer met Select story (Presentatie selecteren) de presentatie die moet worden geopend.
    • Open a website / eMail (Een website/e-mail openen): een opgegeven website openen. Voer in Website URL (Website-URL) de URL van de website in. Met de instelling Open in same window (In hetzelfde venster openen) kunt u instellen of u de website in hetzelfde venster of in een nieuw venster wilt openen.
    • Switch to edit mode (Overschakelen naar bewerkingsmodus): overschakelen naar de bewerkingsmodus van het huidige werkblad.
  3. Stel in Label (Label) onder Button layout > Label (Knoplay-out > Label) de naam van de knop in.

Nadat u de navigatieknop hebt gemaakt, kunt u desgewenst het uiterlijk ervan aanpassen en een of meer basisacties toevoegen die vóór de navigatie moeten worden uitgevoerd.

Acties toevoegen die vóór de navigatie worden uitgevoerd

Onder Actions and navigation > Navigation (Acties en navigatie > Navigatie) kunt u een of meer aanvullende acties toevoegen die vóór de navigatieactie worden uitgevoerd. De acties worden in volgorde van boven af aan uitgevoerd.

In alle acties waarbij u een veld kunt selecteren met Select field (Veld selecteren), kunt u het veld definiëren met een uitdrukking door Define field by expression (Veld definiëren met uitdrukking) te selecteren in de vervolgkeuzelijst en vervolgens de uitdrukking in te voeren in Field (Veld).

  • Apply a bookmark (Bladwijzer toepassen): een bladwijzer toepassen die u opgeeft met Select bookmark (Bladwijzer selecteren).
  • Clear all selections (Alle selecties wissen): alle selecties in alle velden wissen.
  • Clear selections in other fields (Selecties in andere velden wissen): selecties wissen in alle velden die gerelateerd zijn aan een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren). U kunt ervoor kiezen de vergrendeling van velden te negeren met de instelling Overwrite locked selections (Vergrendelde selecties overschrijven).
  • Move forwards (in your selections) (Vooruitgaan (in uw selecties)): één stap vooruitgaan in de selectiehistorie.
  • Move backwards (in your selections) (Teruggaan (in uw selecties)): één stap teruggaan in de selectiehistorie.
  • Clear selections in field (Selecties in veld wissen): alle selecties wissen in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren).
  • Lock all selections (Alle selecties vergrendelen): alle selecties in alle velden vergrendelen.
  • Lock a specific field (Specifiek veld vergrendelen): alle selecties vergrendelen in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren).
  • Unlock all selections (Alle selecties ontgrendelen): alle selecties in alle velden ontgrendelen.
  • Unlock a specific field (Specifiek veld ontgrendelen): alle selecties ontgrendelen in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren).
  • Unlock all and clear all (Alles ontgrendelen en alles wissen): alle selecties in alle velden ontgrendelen en wissen.
  • Select a value in a field (Een waarde in een veld selecteren): een waarde, opgegeven met Value (Waarde), selecteren in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren).
  • Select all values in a field (Alle waarden in een veld selecteren): alle waarden selecteren in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren). U kunt ervoor kiezen de vergrendeling van velden te negeren met de instelling Overwrite locked selections (Vergrendelde selecties overschrijven).
  • Select multiple values in a field (Meerdere waarden in een veld selecteren): meerdere waarden, opgegeven met een lijst met door puntkomma's gescheiden waarden in Value (Waarde), selecteren in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren).
  • Select alternatives (Alternatieven selecteren): alle alternatieve waarden selecteren in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren). U kunt ervoor kiezen de vergrendeling van velden te negeren met de instelling Overwrite locked selections (Vergrendelde selecties overschrijven).
  • Select a value and lock field (Een waarde selecteren en veld vergrendelen): een waarde, opgegeven met Value (Waarde), selecteren in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren) en vervolgens het veld vergrendelen.
  • Select excluded (Uitgesloten waarden selecteren): alle uitgesloten waarden selecteren in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren). U kunt ervoor kiezen de vergrendeling van velden te negeren met de instelling Overwrite locked selections (Vergrendelde selecties overschrijven).
  • Select possible values in a field (Mogelijke waarden in een veld selecteren): alle mogelijke waarden selecteren in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren). U kunt ervoor kiezen de vergrendeling van velden te negeren met de instelling Overwrite locked selections (Vergrendelde selecties overschrijven).
  • Set variable value (Waarde van variabele instellen): de waarde, opgegeven met Value (Waarde), instellen van een variabele die u opgeeft met Variable name (Naam van variabele).
  • Toggle field selection (Veldselectie wisselen): een waarde, opgegeven met Value (Waarde), wisselen in een veld dat u opgeeft met Select field (Veld selecteren). U kunt ervoor kiezen de vergrendeling van velden te negeren met de instelling Overwrite locked selections (Vergrendelde selecties overschrijven).

Het uiterlijk wijzigen

U kunt het uiterlijk van de knop op verschillende manieren wijzigen onder Button layout (Knoplay-out) in het eigenschappenvenster:

  • Wijzig het label van de knop in Label (Label).
  • Voeg een pictogram aan de knop toe door Show icon (Pictogram tonen) onder Icon (Pictogram) in te stellen op On (Aan) en in Icon (Pictogram) het pictogram te selecteren dat moet worden getoond.
  • Stel de grootte en uitlijning in onder Size and alignment (Grootte en uitlijning).

    U kunt de breedte van de knop instellen met Button width (Knopbreedte). Selecteer Full Width (Volledige breedte) als u wilt dat de knop zo breed mogelijk wordt en kies de positie van het label met Label alignment (Labeluitlijning). U kunt ook Auto Width (Automatische breedte) selecteren als u wilt dat de breedte van de knop wordt aangepast aan de lengte van de labeltekst.

    Stel de positie van de knop binnen de container in met Button position (Knoppositie).

  • Stel een voorwaarde voor inschakeling van de knop in door Use enable condition (Inschakelvoorwaarde gebruiken) onder Enable condition (Inschakelvoorwaarde) in te stellen op On (Aan) en de te evalueren uitdrukking in te voeren in Enable condition (Inschakelvoorwaarde).

Beperkingen

Zie Beperkingen van uitbreidingsbundels geleverd door Qlik voor meer informatie over algemene beperkingen.