Verbinding maken met gegevensbronnen in de editor voor het laden van gegevens selecteren

Gegevensverbindingen in de editor voor het laden van gegevens bieden een manier om snelkoppelingen op te slaan bij gegevensbronnen die u vaak gebruikt: databases, lokale bestanden of externe bestanden. Gegevensverbindingen vermelden de verbindingen die u hebt opgeslagen in alfabetische volgorde. U kunt het zoek-/filtervak gebruiken om de lijst uit te dunnen tot verbindingen met een bepaalde naam of type.

Ga voor meer informatie naar Verbinding maken met gegevensbronnen.

Opmerking: U kunt alleen gegevensverbindingen zien waarvan u de eigenaar bent of waarvoor u de toegangsrechten voor lezen of bijwerken bezit. Neem zo nodig contact op met uw Qlik Sense-systeembeheerder om toegang te verkrijgen.

Een nieuwe gegevensverbinding maken

Doe het volgende:

  1. Klik op Nieuwe verbinding maken.
  2. Selecteer uit de vervolgkeuzelijst het type gegevensbron dat u wilt maken.

    Het instellingenvenster dat specifiek hoort bij het geselecteerde type gegevensbron wordt geopend.

  3. Voer de instellingen van de gegevensbron in en klik op Maken om de gegevensverbinding te maken.

    Aan de verbindingsnaam worden uw gebruikersnaam en domein toegevoegd om er zeker van te zijn dat deze uniek is.

De gegevensverbinding wordt nu gemaakt met u als standaardeigenaar. Als u wilt dat andere gebruikers de verbinding kunnen gebruiken in een serverinstallatie, moet u de toegangsrechten van de verbinding in de Qlik Management Console bewerken.

Waarschuwing: De instellingen van de verbinding die u hebt gemaakt worden niet automatisch bijgewerkt als de instellingen van de gegevensbron worden gewijzigd. Dit betekent dat u zorgvuldig te werk moet gaan bij het opslaan van gebruikersnamen en wachtwoorden, met name als u instellingen wijzigt tussen geïntegreerde Windows-beveiliging en aanmeldingen bij de database in de DSN.
Opmerking: Als de optie Nieuwe verbinding maken niet wordt weergegeven, hebt u niet de toegangsrechten om gegevensverbindingen toe te voegen. Neem zo nodig contact op met uw Qlik Sense-systeembeheerder om toegang te verkrijgen.

Een gegevensverbinding verwijderen

Doe het volgende:

  1. Klik op Ö op de gegevensverbinding die u wilt verwijderen.
  2. Bevestig dat u de verbinding wilt verwijderen.

De gegevensverbinding is nu verwijderd.

Opmerking: Als Ö niet wordt weergegeven, beschikt u niet over de toegangsrechten om de gegevensverbinding te verwijderen. Neem zo nodig contact op met uw Qlik Sense-systeembeheerder om toegang te verkrijgen.

Een gegevensverbinding bewerken

Doe het volgende:

  1. Klik op @ op de gegevensverbinding die u wilt bewerken.
  2. Bewerk de details van de gegevensverbinding. Verbindingsdetails zijn specifiek voor het type verbinding.

De gegevensverbinding is nu bijgewerkt.

Opmerking: Als u de naam van een gegevensverbinding bewerkt, moet u tevens alle bestaande referenties (lib://) naar de verbinding in het script bewerken, als u wilt blijven verwijzen naar dezelfde verbinding.
Opmerking: Als @ niet wordt weergegeven, beschikt u niet over de toegangsrechten om de gegevensverbinding bij te werken. Neem zo nodig contact op met uw Qlik Sense-systeembeheerder.

Een verbindingstekenreeks invoegen

Voor de meeste verbindingen zijn verbindingstekenreeksen vereist. Alleen map en webbestandverbindingen vereisen geen verbindingstekenreeksen.

Doe het volgende:

  • Klik op Ø op de verbinding waarvoor u een verbindingstekenreeks wilt invoegen.

In de editor voor het laden van gegevens wordt op de huidige positie een verbindingstekenreeks voor de geselecteerde gegevensverbinding ingevoegd.

Tip: U kunt ook een verbindingstekenreeks invoegen door een gegevensverbinding naar de positie in het script te slepen waar u het wilt invoegen.

Ga voor meer informatie naar Connect.

Gegevens voor een gegevensverbinding selecteren

Als u gegevens wilt selecteren uit een gegevensverbinding om in uw app te laden, doet u het volgende:

  1. Nieuwe verbinding maken waarmee u een verbinding maakt met de gegevensbron (als de gegevensverbinding nog niet bestaat).
  2. ± Selecteer gegevens uit de verbinding.

Verwijzen naar een gegevensverbinding in het script

U kunt de gegevensverbinding gebruiken om te verwijzen naar gegevensbronnen in opdrachten en functies in het script, gewoonlijk waar u naar een bestandsnaam wilt verwijzen met een pad.

De syntaxis voor het verwijzen naar een bestand luidt'lib://(verbindingsnaam)/(bestandsnaam_inclusief_pad)'

Bij dit voorbeeld wordt het bestand orders.csv geladen vanuit de locatie die is gedefinieerd in de gegevensverbinding MyData.

LOAD * FROM 'lib://MyData/orders.csv';

Bij dit voorbeeld wordt het bestand Customers/cust.txt geladen vanuit de databaseverbindingsmap DataSource. Customers is een submap op de locatie die wordt gedefinieerd in de gegevensverbinding MyData.

LOAD * FROM 'lib://DataSource/Customers/cust.txt';

Bij dit voorbeeld wordt een tabel geladen via de gegevensverbinding voor internetbestanden PublicData, die de koppeling naar de daadwerkelijke URL bevat.

LOAD * FROM 'lib://PublicData' (html, table is @1);

Bij dit voorbeeld wordt de tabel Sales_data geladen via de databaseverbinding MyDataSource.

LIB CONNECT TO 'MyDataSource';
LOAD *;
SQL SELECT * FROM `Sales_data`;

Waar wordt de gegevensverbinding opgeslagen?

Verbindingen worden opgeslagen via de Qlik Sense Repository Service. U kunt gegevensverbindingen beheren met de Qlik Management Console in een Qlik Sense-serverimplementatie. De Qlik Management Console stelt u in staat gegevensverbindingen te verwijderen, toegangsrechten in te stellen en andere systeembeheertaken uit te voeren.

Waarschuwing: In Qlik Sense Desktop worden alle verbindingen zonder versleuteling opgeslagen in de app. De gegevens bevatten eventueel gebruikersnaam, wachtwoord en het bestandspad dat u hebt ingevoerd bij het maken van de verbinding. Dit betekent dat al deze gegevens beschikbaar kunnen zijn in gewone tekst als u de app met een andere gebruiker deelt. Hier moet u rekening mee houden als u een app ontwerpt die u wilt delen.