Functies in diagrammen gebruiken

Een functie is een soort procedure of routine waarmee een specifieke taak wordt uitgevoerd op gegevens in apps. Qlik Sense bevat honderden kant-en-klare functies die kunnen worden gebruikt in diagrammen bij het maken van visualisaties. Functies kunnen, bijvoorbeeld, wiskundig of logisch zijn, worden toegepast of financiële informatie of informatie met betrekking tot datum en tijd, worden gebruikt voor het bewerken van tekenreeksen of in andere situaties worden toegepast.

Functies kunnen worden onderverdeeld in de volgende typen:

  • Aggregatiefuncties, waarbij verschillende records worden gebruikt als invoer en een enkele waarde als resultaat wordt geproduceerd.
  • Scalaire functies, waarbij een enkele invoer wordt genomen en een enkele uitvoer wordt geproduceerd.
  • Bereikfuncties, waarbij een enkele waarde wordt geproduceerd op basis van een bereik van invoerwaarden.
  • Functies die bereiken produceren, waarbij een grote gelijkenis met bereikfuncties bestaat, alleen wordt er hierbij een bereik van uitvoerwaarden geproduceerd.

Veel van de functies kunnen worden gebruikt in zowel diagramuitdrukkingen als scripts, maar sommige zijn specifiek voor diagramuitdrukkingen.

De volgende lijst bevat enkele voorbeelden van functies:

  • Max: een aggregatiefunctie die kan worden gebruikt in scripts en diagrammen.

    Bijvoorbeeld: Max(Sales) berekent de hoogste waarde in het veld Sales.

  • IF: een voorwaardelijke functie die kan worden gebruikt in scripts en diagrammen.

    Bijvoorbeeld: IF(Amount>0, 'OK','Alarm') bepaalt of aan de voorwaarde 'is de waarde van Amount groter dan nul?' wordt voldaan. Als dat het geval is, wordt OK weergegeven, anders wordt Alarm weergegeven.

  • Date#: een interpretatiefunctie die kan worden gebruikt in scripts en diagrammen.

    Bijvoorbeeld: Date#(A) neemt de invoerwaarde A en evalueert deze als een datum.

Opmerking: Scriptuitdrukkingen en diagramuitdrukkingen verschillen wel enigszins van elkaar wat betreft syntaxis en beschikbare functies. Het belangrijkste verschil is de rol van de aggregatiefuncties en het gebruik van veldreferenties. De basisregel is dat elke veldnaam in een diagramuitdrukking moet worden omsloten door precies één aggregatiefunctie. Een aggregatiefunctie kan nooit nog een uitdrukking bevatten die een aggregatiefunctie als argument bevat.