Network chart-uitbreiding

Met het netwerkdiagram (Network chart) kunt u een netwerk van verbonden knooppunten en randen tekenen van een gegevensverzameling naar een werkblad. Een netwerkdiagram laat zien hoe informatie stroomt, hoe componenten communiceren en waar componenten in het werkblad bestaan. Het netwerkdiagram is inbegrepen in de Visualization bundle.

Een netwerkdiagram kan een breed overzicht geven of zeer gedetailleerd zijn. Er zijn vier dimensies vereist. Ze kunnen tot drie metingen bevatten. Knooppunten vertegenwoordigen systeemcomponenten en randen laten de beweging van informatie van de ene component naar de andere zien. Netwerkknooppunten zijn verbonden met knooppunten waar ze het meest mee communiceren. Deze visualisatie gebruikt verschillende stijlen, kleuren, afmetingen en afbeeldingen om verschillende niveaus van een netwerk te vertegenwoordigen.

Wanneer gebruiken

Netwerkdiagrammen kunnen computer- of telecomnetwerken illustreren. Ze geven de componenten van een netwerk weer en laten zien hoe deze communiceren. Bijvoorbeeld een groep verbonden computers, printers, modems, hubs en routers. Dit type diagram is handig bij:

  • Het plannen van de structuur van een netwerk.
  • Het coördineren van updates aan een bestaand netwerk.
  • Het rapporteren en oplossen van netwerkproblemen.
  • Het bijhouden van componenten.
  • Het documenteren van gedetailleerde netwerkdocumentatie.

Uw gegevens opmaken

Voor een netwerkdiagram moeten de gegevens die worden weergegeven in het diagram, worden ingevoerd in het systeem voordat het diagram wordt gemaakt. Een diagram vereist vier dimensies. Metingen zijn optioneel. Dimensies en metingen hebben echter controle over verschillende aspecten van een netwerkdiagram.

De dimensiegegevens moeten worden ingedeeld in een gegevenswerkblad met vier kolommen dat weergeeft hoe de dimensies samenhangen:

  1. Eerste kolom (eerste dimensie): het 'knooppunt-ID' identificatienummer. Dit nummer moet een geheel getal zijn tussen nul en het totale aantal knooppunten in het diagram.
  2. Tweede kolom: vertegenwoordigt de namen van de diagramknooppunten.
  3. Derde kolom: identificatielijst van bovenliggend knooppunt. Deze nummers moeten verwijzen naar het knooppunt-ID. Zo niet, dan wordt het beschouwd als 'leeg bovenliggend knooppunt' en zullen er geen uitgaande koppelingen zijn.
  4. Vierde kolom: geeft de waardegroep aan waartoe de knooppunten behoren en heeft controle over de kleur van de knooppunten. Deze nummers moeten gehele getallen zijn.

Hieronder ziet u voorbeeldgegevens van een Excel-bestand en opgeslagen in Kladblok als Airports.csv:

ID;Name;LinkTo;Group;Volume 0;Frankfurt;;0; 1;London;0;1;5 2;Madrid;0;1;4 2;Madrid;1;1;8 3;Warsaw;0;1;7 4;Arlanda;0;1;1 3;Warsaw;1;1;5 4;Arlanda;1;1;6 5;Tunis;0;2;8 5;Tunis;2;2;4 6;Berlin;0;1;6 6;Berlin;4;1;4 7;Rome;0;1;6 7;Rome;6;1;3 8;San Fransisco;0;3;2 9;New York;0;3;9
 

De eerste meting heeft controle over de knopinfo van elk knooppunt. De knopinfo wordt weergegeven wanneer u over een knooppunt beweegt. De waarde die u ziet is opgehaald uit de gegevens waar het netwerk op is gebaseerd. U kunt de meting wijzigen door een gegevensstring in het uitdrukkingsveld in te voeren of in de uitdrukkingseditor (Expression) in het eigenschappenvenster onder Gegevens > Metingen.

Example:

A node value shown when hovering over with the value string.

Een knooppuntwaarde die wordt weergegeven als u over de waardestring beweegt: ='Value of node: '&Sum(Volume)

Een netwerkdiagram maken

U kunt een netwerkdiagram maken op het werkblad dat u aan het bewerken bent.

Doe het volgende:

  1. Open Aangepaste objecten >Visualization bundle in het bedrijfsmiddelenvenster en sleep een Network chart-object naar het werkblad.
  2. Klik op de eerste knop Dimensie toevoegen en selecteer het knooppuntidentificatienummer van het diagram.
  3. Klik op de tweede knop Dimensie toevoegen en selecteer de naam van het knooppunt.
  4. Klik op de derde knop Dimensie toevoegen en selecteer het bovenliggende knooppunt.
  5. Klik op de laatste knop Dimensie toevoegen en selecteer de knooppuntgroepdimensie.
  6. Als u een meting wilt toevoegen, klikt u in het eigenschappenvenster op Gegevens. Klik op Toevoegen onder Meting en selecteer een meting.

    U kunt tot drie metingen toevoegen.

Als de dimensies (en indien van toepassing de metingen) zijn toegevoegd, wordt het netwerkdiagram automatisch weergegeven.

Voorbeeld van een netwerkdiagram

Dit voorbeeld van een netwerkdiagram illustreert hoe verschillende vliegvelden wereldwijd zijn verbonden gebaseerd op een basisgegevensverzameling. De voorbeeldgegevensverzameling van Uw gegevens opmaken. is gebruikt

Doe het volgende:

  1. Open Aangepaste objecten >Visualization bundle in het bedrijfsmiddelenvenster en sleep een Network chart-object naar het werkblad.
  2. Klik op de bovenste knop Dimensie toevoegen en selecteer ID als het knooppuntidentificatienummer.
  3. Klik op de tweede knop Dimensie toevoegen en selecteer Naam als het knooppuntlabel.
  4. Klik op de derde knop Dimensie toevoegen en selecteer LinkTo (KoppelenNaar) als het bovenliggende knooppunt.
  5. Klik op de onderste knop Dimensie toevoegen en selecteer Groep als de groepdimensie.
  6. Klik in het eigenschappenvenster op Gegevens. Klik onder Meting op Toevoegen en voer ='Volume: '&Sum(Volume) in in het uitdrukkingsveld.
  7. Klik op Toevoegen, blader door de lijst Vanuit een veld en selecteer Volume > Sum(Volume).
  8. Klik op Toevoegen, blader door de lijst Vanuit een veld en selecteer Volume > Sum(Volume).

    Het diagram wordt weergegeven:

A chart with four dimensions and three measures in a dynamic edge type, with dot nodes, and visible curve values.

Een diagram met vier dimensies en drie metingen in een dynamisch randtype, met puntknooppunten en zichtbare krommingswaarden.

Het uiterlijk van het diagram wijzigen

U kunt het diagram aanpassen met een of meer functies. Waarden moeten geldige CSS-eigenschappen zijn.

Randtype configureren

U kunt de vorm van de kromming tussen diagramknooppunten configureren in het eigenschappenvenster onder Instellingen > Randtype. Selecteer in het menu de vorm uit de opties diagramkrommingen.

Examples:  

A chart with dynamic edge type (curves).

Een diagram met dynamisch randtype (krommingen).

The same chart with curved CW edges.
Hetzelfde diagram met rechtsom gebogen randen.

Randwaarde in-/uitschakelen

De randwaarde vertegenwoordigt de waarde van de krommingen tussen diagramknooppunten en hun breedte. Met deze optie verbergt u de nummerwaarde van iedere kromming. Om de waarde te verbergen, beweegt u de schuifknop in het eigenschappenvenster onder Instellingen > Randwaarde weergeven naar links om de optie uit te schakelen.

Randlabel configureren

De randlabelwaarde is de nummerwaarde van elke diagramkromming. U kunt de posities wijzigen of de labels verbergen.

  • Randwaardelabel verbergen: met deze optie verbergt u het randlabel van het netwerkdiagram. Schakel de schuifknop in het eigenschappenvenster onder Instellingen > Randwaarde weergeven in of uit.

  • Randlabelpositie: met deze optie beslist u waar op elke diagramkromming de randwaarde wordt weergegeven. Bijvoorbeeld erboven of eronder. Selecteer de toepasselijke optie in het menu.

Knooppuntvorm configureren

U kunt de vorm van de knooppunten configureren, bijvoorbeeld: punt, vierkant, ruit of driehoek. Ga in het eigenschappenvenster naar Instellingen > Knooppuntvorm en selecteer de knooppuntvorm in het menu.

Schaduwoptie in-/uitschakelen

Met deze optie schakelt u de schaduweffecten achter diagramkrommingen en -knooppunten uit (die worden gebruikt om de achtergrond te markeren). Schakel de schuifknop in het eigenschappenvenster onder Instellingen > Schaduw weergeven in of uit.

Sorteren

Sorteren is ingesteld op Automatisch, waarbij het systeem de sorteervolgorde kiest als de standaard voor alle dimensies en metingen (in het eigenschappenvenster onder Sorteren > gekozen dimensie of meting). U kunt ze met een uitdrukking individueel wijzigen:

  1. Open in het eigenschappenvenster onder Sorteren het dimensie- of metingsmenu.
  2. Beweeg de schuifknop Sorteren naar links om de optie van Automatisch op Aangepast te zetten.
  3. Schakel het selectievakje Sorteren op uitdrukking in.
  4. Voer onder Uitdrukking een volgordestring in en druk op Enter. U kunt de kleur ook wijzigen door een uitdrukking te gebruiken in de Uitdrukkingseditor (Expression).
  5. Kies de startvolgorde door in het menu eronder Oplopend of Aflopend te selecteren.

Getalnotatie

Het is mogelijk de metingswaarde op te maken. U kunt verschillende indelingen toepassen op dezelfde waarde, bijvoorbeeld geld, datum, duur. Het diagram wordt bijgewerkt met het gewijzigde nummertype.

Doe het volgende:

  1. Klik in het eigenschappenvenster op Gegevens > Metingen en selecteer de gekozen meting.
  2. Selecteer in het menu Getalnotatie de juiste getalnotatie.
  3. Voer details in in de venstervelden. Deze worden weergegeven wanneer er een andere optie dan Automatisch wordt gekozen tijdens het configureren van het diagram.

Beperkingen

Zie Beperkingen van visualisatie-uitbreidingsbundels geleverd door Qlik voor meer informatie over algemene beperkingen.