Veldwaarden in een tabel vervangen

Met de kaart Vervangen kunt u verschillende veldwaarden in uw tabellen vervangen door andere waarden. In een gegevensverzameling kunnen voor hetzelfde object of concept verschillende termen worden gebruikt. In dezelfde gegevensverzameling kunnen bijvoorbeeld zowel de volledige naam van een land als de afkorting ervan voorkomen. Met de kaart Vervangen kunt u ervoor zorgen dat deze exemplaren als één distinctieve waarde worden behandeld in plaats van als verschillende distinctieve waarden. In een veld dat landgegevens bevat, kunt u bijvoorbeeld U.S, US en U.S.A vervangen door USA. U kunt de kaart Vervangen ook gebruiken om afzonderlijke waarden te wijzigen, bijvoorbeeld wanneer een naam in een gegevensverzameling moet worden gewijzigd.

U kunt vervangingswaarden instellen voor velden die maximaal 5000 afzonderlijke waardes bevatten.

Bovendien worden vervangingswaarden genegeerd door berekende velden en worden in plaats daarvan de oorspronkelijke waarden gebruikt.

De kaart Vervangen bestaat uit twee secties: Distinctieve waarden en Vervangingswaarde. In Bijzondere waarden worden alle distinctieve waarden en eventuele vervangingswaarden vermeld. Vervangingswaarde bevat een veld waarin u de vervangende term kunt invoeren en een lijst met waarden die zijn geselecteerd om te worden vervangen. U vervangt veldwaarden door distinctieve waarden te selecteren, de vervangingswaarde in te voeren en de vervanging toe te passen. U kunt ook een vervangingswaarde selecteren in Bijzondere waarden en deze bewerken om de te vervangen waarden of de vervangingswaarde te wijzigen. U kunt meerdere vervangingswaarden toevoegen of bewerken voordat u de vervangingen toepast.

Waarden vervangen

Doe het volgende:

  1. Selecteer in Gegevensbeheer een tabel en klik op @.
  2. Selecteer een dimensieveld.
  3. Klik op de gegevensprofileringskaart op het tabblad Vervangen.
  4. Selecteer onder Bijzondere waarden de distinctieve waarden die u wilt vervangen.
  5. Voer onder Vervangingswaarde de nieuwe waarde voor deze distinctieve waarden in.
  6. Klik op Vervangen.

Een vervangingswaarde bewerken

U kunt meer distinctieve waarden aan een vervangingswaarde toevoegen, distinctieve waarden uit een vervangingswaarde verwijderen of de vervangingswaarde wijzigen.

Distinctieve waarden aan een vervangingswaarde toevoegen

Doe het volgende:

  1. Selecteer op de kaart Vervangen onder Bijzondere waarden een vervangingswaarde.
  2. Selecteer onder Bijzondere waarden de distinctieve waarden die u wilt toevoegen.
  3. Klik op Vervangen.

Distinctieve waarden uit een vervangingswaarde verwijderen

Doe het volgende:

  1. Selecteer op de kaart Vervangen onder Bijzondere waarden een vervangingswaarde.
  2. Klik op E achter elke distinctieve waarde die u wilt verwijderen.
  3. Klik op Vervangen.

Een vervangingswaarde wijzigen

Doe het volgende:

  1. Selecteer op de kaart Vervangen onder Bijzondere waarden een vervangingswaarde.
  2. Voer onder Vervangingswaarde een nieuwe waarde in.
  3. Klik op Vervangen.

Een vervangingswaarde verwijderen

U kunt vervangingswaarden verwijderen door alle gekoppelde distinctieve waarden te verwijderen.

Doe het volgende:

  1. Selecteer op de kaart Vervangen onder Bijzondere waarden een vervangingswaarde.
  2. Klik op Alles verwijderen.
  3. Klik op Vervangen.