Informatie aan veldwaarden koppelen

Informatie in de vorm van tekstbestanden, afbeeldingen, of externe toepassingsbestanden kan aan gegevens in een QlikView-document worden gekoppeld. Voor deze functie moet u tabellen maken die beschrijven welk bestand met informatie aan welke veldwaarde wordt gekoppeld, en aan QlikView doorgeven dat deze tabellen als informatietabellen moeten worden behandeld. Hieronder wordt uitgelegd hoe dit in zijn werk gaat.

Informatietabellen moeten uit twee kolommen bestaan. De eerste kolom heeft een veldnaam als kop en bevat een lijst met waarden voor het veld. De tweede kolom heeft een willekeurige naam en bevat de informatie (tekst) of verwijzingen naar de bestanden met de informatie (afbeeldingen, toepassingen).

Met de volgende opdracht zou u deze tabel als informatietabel kunnen laden:

Info LOAD Country, I from Flagsoecd.csv (ansi, txt, delimiter is ',', embedded labels);

Als u een keuzelijstitem of meervoudige keuzelijstitem selecteert dat aan informatie is gekoppeld, verschijnt er een informatiepictogram naast de veldnaam. Dit geeft aan dat informatie beschikbaar is. Als u een keuzelijstitem of meervoudige keuzelijstitem selecteert dat aan informatie is gekoppeld, verschijnt er een informatiepictogram naast de veldnaam. Dit geeft aan dat informatie beschikbaar is. Door op het pictogram te klikken wordt de informatie weergegeven of het toepassingsbestand geladen. U kunt het informatiepictogram in- en uitschakelen op de pagina Opmaak van het dialoogvenster Eigenschappen keuzelijst.

Als u tekst invoert in de tweede kolom, wordt deze tekst in een interne tekstviewer weergegeven.

Voor een nieuwe regel in deze tekst kunt u geen regeleinde gebruiken. In plaats daarvan wordt het symbool "\n" gebruikt in het info-bestand.

  • Als u de naam van een afbeeldingsbestand (bijvoorbeeld de extensie bmp) invoert in de tweede kolom, wordt de afbeelding in een interne afbeeldingsviewer weergegeven.
  • Als u de naam van een geluidsbestand (extensie wav) invoert in de tweede kolom, wordt het geluid afgespeeld.
  • Als u de naam van een uitvoerbaar bestand invoert in de tweede kolom, wordt het bestand uitgevoerd.
  • Als u de naam van een ander type bestand invoert in de tweede kolom, wordt het bijbehorende programma gebruikt om het bestand te openen.
  • Als u bijvoorbeeld een URL invoert in de tweede kolom, zoals een internetadres, wordt de geregistreerde internetbrowser gebruikt voor toegang tot het adres.

Een info-bestand mag geen stersymbool bevatten. Een symbool dat is gedefinieerd als OtherSymbol is echter wel toegestaan.

Door bundle info load te gebruiken, is het mogelijk externe gegevens in een QlikView-document te bundelen.

See also: