Documenteigenschappen: Server

Op deze tab kunt u het gedrag van het document instellen als het wordt uitgevoerd op een QlikView Server.

Vernieuwingsmodus wanneer document op server wordt bijgewerkt

Met deze instelling bepaalt u wat er met een bijgewerkt document op de QlikView Server gebeurt.

Client start vernieuwingsproces. Als oude gegevens niet op de server worden bewaard of de client te oud is, wordt de sessieverbinding verbroken. Kies deze optie als u niet wilt dat de server automatisch gegevens op de client vernieuwt. Als een nieuwe versie van het document beschikbaar komt op de server, krijgt de client de mogelijkheid tot vernieuwen op de wijze die is opgegeven bij de onderstaande Initiatiemodus van clientvernieuwing. Als dit niet mogelijk is omdat de server in het configuratiescherm van QlikView Server is ingesteld op Slechts één kopie van document in geheugen toestaan, wordt de sessie gewoon beëindigd.
Client start vernieuwingsproces. Oude gegevens niet op de server of clientverbinding te oud: automatisch vernieuwen Kies deze optie als u liever wilt dat de client de vernieuwing van gegevens op de client start wanneer dat mogelijk is, maar dat de server dat automatisch doet wanneer dat noodzakelijk is. Als een nieuwe versie van het document beschikbaar komt op de server, krijgt de client de mogelijkheid tot vernieuwen op de wijze die is opgegeven bij de onderstaande Initiatiemodus van clientvernieuwing. Als dit niet mogelijk is omdat de server in het configuratiescherm van QlikView Server is ingesteld op Slechts één kopie van document in geheugen toestaan, wordt de vernieuwing automatisch door de server uitgevoerd.
De server voert automatisch een vernieuwing uit zonder dat de client een handeling hoeft uit te voeren Kies deze optie als u wilt dat de server altijd automatisch een vernieuwing van gegevens op de client start. Als een nieuwe versie van het document beschikbaar komt op de server, worden de gegevens op de client vernieuwd.

Initiatiemodus van clientvernieuwing

Met deze instelling bepaalt u hoe de client moet worden geïnformeerd over de beschikbaarheid van nieuwe gegevens op de server en hoe de client een vernieuwingsproces start. Deze instelling is alleen beschikbaar als er bij Vernieuwingsmodus wanneer document op server wordt bijgewerkt is bepaald dat de client het vernieuwingsproces start (zie hierboven).

Aangeven met werkbalkknop Als de knop Vernieuwen is ingeschakeld in de werkbalk van de Ajax Client en IE-plug-in, zijn er nieuwe gegevens beschikbaar. Voor QlikView Desktop geldt dat er nieuwe gegevens beschikbaar zijn als de opdracht Document vernieuwen is ingeschakeld in het menu Bestand. De beschikbaarheid van nieuwe gegevens wordt niet aangegeven tenzij de gebruiker werkt aan een visualisatie. De vernieuwing wordt uitgevoerd op de door de gebruiker gewenste tijd door te klikken op de werkbalkknop in de Ajax Client of IE-plug-in, of via de opdracht Vernieuwen in QlikView Desktop.
Vragen via dialoogvenster Naast dat de knop Vernieuwen is ingeschakeld in de werkbalk van de Ajax Client en IE-plug-in of in het menu QlikView Desktop Bestand, wordt de beschikbaarheid van nieuwe gegevens ook aangegeven met een vraagdialoogvenster. De beschikbaarheid van nieuwe gegevens wordt niet aangegeven tenzij de gebruiker werkt aan een visualisatie. In het dialoogvenster kan de gebruiker kiezen tussen onmiddellijk vernieuwen of wachten. In het laatste geval kan de gebruiker de vernieuwing op een gewenste tijd uitvoeren door te klikken op de werkbalkknop in de Ajax Client of IE-plug-in, of de opdracht Vernieuwen in QlikView Desktop.
Simpelweg uitvoeren maar de gebruiker hiervan op de hoogte stellen De vernieuwing wordt gestart zodra de server aangeeft dat er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. Met een dialoogvenster wordt aangegeven dat de vernieuwing plaatsvindt.
Simpelweg uitvoeren De vernieuwing wordt gestart zodra de server aangeeft dat er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. Er wordt geen dialoogvenster getoond om aan te geven dat de vernieuwing plaatsvindt. De gebruiker ervaart dat het document wordt "bevriest", een fractie van een seconde tot enkele minuten, afhankelijk van de serverinstellingen en de grootte van het document.

Serverobjecten

Met de instellingen in deze groep kunt u de mogelijkheid uitschakelen dat de client bepaalde entiteiten maakt en deelt bij uitvoering van het document op QlikView Server. Overigens kunt u alle typen samenwerkingsobjecten voor alle documenten op een server uitschakelen door de instelling Samenwerken via server toestaan in het QlikView Server-configuratiescherm uit te schakelen. Met die instelling worden de onderstaande instellingen gepasseerd.

Serverbladwijzers toestaan Deze optie moet worden ingeschakeld als externe clients de mogelijkheid krijgen om via dit document bladwijzers te maken en te delen op de QlikView Server. Bovendien moet Serverobjecten toestaan zijn ingeschakeld.
Serverobjecten toestaan Deze optie moet worden ingeschakeld als externe clients de mogelijkheid krijgen om via dit document werkbladobjecten te maken en te delen op de QlikView Server.
Serverrapporten toestaan Deze optie moet worden ingeschakeld als externe clients de mogelijkheid krijgen om via dit document rapporten te maken en te delen op de QlikView Server.

OEM Product-ID

Met de instellingen in deze groep kan een OEM Product-ID aan het document worden toegevoegd. De OEM Product-ID helpt waarborgen dat alleen OEM-klanten het document kunnen openen. Deze optie is alleen beschikbaar met een OEM Partner-licentie.

Add OEM Product ID

OEM Product-ID Selecteer OEM Product-ID in de vervolgkeuzelijst.

Time-outs van QlikView Server

Bij de publicatie van een document op een QlikView-server kan een maximale sessieduur nuttig zijn in verband met de beveiliging. De server beëindigt dan sessies die inactief zijn of te lang duren. Met de instellingen onder aan deze pagina kan dit op documentniveau worden uitgevoerd. Zo kunt u striktere eisen stellen voor documenten met gevoelige gegevens dan voor andere documenten.

Overeenkomstige instellingen zijn ook beschikbaar voor·de server en dus voor alle gepubliceerde documenten. De meest beperkende instelling van de twee wordt toegepast.

Maximumduur inactieve sessie (seconden) Met deze optie schakelt u een time-out in voor inactieve sessies. Met andere woorden, de server beëindigt een sessie wanneer de gebruiker gedurende een bepaalde tijd geen bewerking heeft uitgevoerd. De duur van de time-out wordt in seconden ingesteld.
Maximumduur sessie (seconden) Met deze optie schakelt u een time-out in voor de totale sessie. De server beëindigt een sessie na een bepaalde tijd, of de gebruiker nu wel of geen bewerking heeft uitgevoerd. De duur van de time-out wordt in seconden ingesteld.
Push van server inschakelen Schakel dit selectievakje in als de Server het vernieuwen van documenten moet toestaan.
Dynamisch gegevens bijwerken inschakelen Schakel dit selectievakje in als de Server dynamisch bijwerken van een document moet toestaan.
Documentenlijst op AccessPoint filteren gebaseerd op sectietoegang

Wanneer deze optie wordt ingeschakeld, ziet de gebruiker alleen die documenten in de documentenlijst op AccessPoint en in Openen in server waartoe deze, naast andere rechten, toegang heeft op basis van de sectietoegang. Let op dat de namen die voorkomen in de kolom NTNAME in de sectietoegang als begrijpelijke tekst worden opgeslagen in het qvw-bestand; wachtwoorden worden echter niet opgeslagen.

Opmerking: Zelfs als deze optie is ingeschakeld, worden in AccessPoint in sommige gevallen documenten vermeld waar de gebruiker geen toegang toe heeft op basis van de sectietoegang. Dit wordt veroorzaakt door de wijze waarop de functionaliteit voor sectietoegang werkt. De gebruiker ziet dergelijke documenten wel, maar kan ze echter niet openen.