Scriptuitdrukkingen

Uitdrukkingen kunnen zowel in een LOAD- als in een SELECT-opdracht worden gebruikt. De hier beschreven syntaxis en functies zijn van toepassing op de LOAD-opdracht en niet op de SELECT-opdracht, omdat deze laatste wordt geïnterpreteerd door het ODBC-stuurprogramma en niet door QlikView. De meeste ODBC-stuurprogramma's zijn echter in staat een aantal van de onderstaande functies te interpreteren.

Uitdrukkingen bestaan uit functies, velden en operatoren die worden gecombineerd volgens een speciale syntaxis.

Alle uitdrukkingen in een QlikView-script retourneren, afhankelijk van wat van toepassing is, een getal en/of een tekenreeks. Logische functies en operators leveren 0 op voor False en -1 voor True. Conversies van getal naar tekenreeks en vice versa zijn daarbij geïmpliceerd. Logische operatoren en functies interpreteren 0 als False en al het andere als True.

De algemene syntaxis voor een uitdrukking is:

expression ::= (constant constant |
  fieldref |
  operator1 expression |
  expression operator2 expression |
  function |
  ( expression ) )

waarbij:

constant een tekenreeks (tekst, datum of tijd) is die tussen enkele rechte aanhalingstekens staat, of een getal. Constanten worden geschreven zonder scheidingsteken voor duizendtallen en met een punt als scheidingsteken voor decimalen.

fieldref is een veldnaam van de geladen tabel.

operator1 is een unaire operator (werkt op één uitdrukking, de uitdrukking rechts van de operator).

operator2 is een binaire operator (werkt op twee uitdrukkingen, een aan elke zijde).

function ::= functionname( parameters)

parameters ::= expression { , expression }

Het aantal en de typen parameters zijn niet willekeurig. Deze zijn afhankelijk van de gebruikte functie.

Uitdrukkingen en functies kunnen naar believen worden genest, en zolang de uitdrukking een interpreteerbare waarde retourneert, geeft QlikView geen foutberichten weer.