Trechtergrafiek - AJAX/WebView

De trechtergrafiek is speciaal geschikt voor het weergeven van gegevensstromen en processen. Qua weergave is deze grafiek verwant aan de cirkelgrafiek. De grafiek kan worden getoond met segmenten die evenredig zijn aan de omvang van de gegevens. Het is ook mogelijk de grafiek te tekenen met segmenten van gelijke hoogte/breedte, onafhankelijk van de gegevenspunten.

Trechtergrafiek: Menu Object

Het objectmenu kan worden geopend als contextmenu door met de rechtermuisknop op een werkbladobject te klikken of door op het pictogram in de titelbalk van het object (indien weergegeven).

Welke opdrachten in het menu worden weergegeven, is afhankelijk van of u WebView vanuit QlikView gebruikt of dat u het document in een webbrowser opent. Het menu bevat de volgende opdrachten:

Eigenschappen...

Hiermee opent u het dialoogvenster Eigenschappen voor het actieve werkbladobject.

Opmerkingen

Hiermee kunt u opmerkingen maken en uitwisselen over het huidige object.

Zie: Notities en opmerkingen

Ontkoppelen Aan de grafiektitel wordt de tekst ''(ontkoppeld)'' toegevoegd. De grafiek wordt niet langer bijgewerkt als er selecties in het document worden opgegeven (maar er kunnen wel nog steeds selecties via de grafiek worden gemaakt). De opdracht is alleen beschikbaar als de grafiek is gekoppeld. Door een kopie te maken van een grafiek en deze te ontkoppelen, kunt u een directe vergelijking maken tussen de kopie en het origineel.
Bijvoegen Hiermee koppelt u een ontkoppelde grafiek. De grafiek wordt dynamisch gekoppeld aan de gegevens. De opdracht is alleen beschikbaar als de grafiek is ontkoppeld.
Referentie instellen Door deze optie te kiezen, stelt u een grafiekreferentie in. Dit betekent dat de grafiek wordt vastgelegd met de huidige selecties. Als u in het document nieuwe selecties opgeeft, blijft de referentieplot zichtbaar, gedimd op de achtergrond. Grafiekassen en dergelijke zullen worden aangepast, zodat ze altijd het maximum aantal achtergrondgegevens en de huidige gegevensset bevatten. De huidige gegevensset wordt altijd boven op de referentieplot getekend. Het is mogelijk dat enkele delen van de referentieplot minder goed zichtbaar zijn. De weergave van referentiegrafiekplots is alleen mogelijk voor sommige grafieksoorten, zoals staafgrafieken, lijngrafieken, combinatiegrafieken, radargrafieken, spreidingsgrafieken, rastergrafieken en metergrafieken met wijzers. Het is niet mogelijk is om een referentie in te stellen voor een grafiek die een drilldowngroep of cyclische groep bevat. De referentie gaat verloren als het document wordt gesloten en als gegevens opnieuw worden geladen. Het maximale aantal objecten dat kan worden opgenomen bij gebruik van de optie Referentie instellen is 500.
Referentie wissen Deze opdracht wordt vervangen door de opdracht Referentie instellen als een referentie is ingesteld. Als u deze opdracht kiest, wordt de eerder ingestelde referentie gewist en wordt de grafiek weer in de normale plotmodus weergegeven.
Alle selecties wissen

Alle huidige selecties in het actieve werkbladobject worden gewist. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect.

Kopiëren

Hiermee worden geselecteerde werkbladobjecten naar het Klembord gekopieerd. Met deze functie worden uitsluitend werkbladobjecten gekopieerd, geen gegevens of afbeeldingen.

Afdrukken...

Hiermee worden een of meer geselecteerde werkbladobjecten in tabelvorm in een ander browservenster geopend. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect.

Verzenden naar Excel

Mogelijke waarden (inclusief geselecteerde) worden geëxporteerd naar Microsoft Excel, dat automatisch wordt gestart als het programma nog niet geopend is. De geëxporteerde waarden verschijnen als één kolom in een nieuw Excel-werkblad. Voor deze functionaliteit moet Microsoft Excel 2007 of later op de computer zijn geïnstalleerd. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect.

Exporteren...

Het dialoogvenster Opslaan als wordt geopend waarin u het pad, de bestandsnaam en het (tabel)bestandstype voor de geëxporteerde gegevens kunt opgeven.

Snelle wijziging

Hiermee kan de huidige grafiek worden gewijzigd in een ander grafiektype. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Uitsluitend beschikbaar als Snelle typewijziging in grafiek is ingeschakeld op het tabblad Titelbalk van het dialoogvenster Eigenschappen.

Minimaliseren

Hiermee wordt het object verkleind tot een pictogram. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Deze opdracht is alleen beschikbaar als minimaliseren is toegestaan in het dialoogvenster Eigenschappen van het object op de pagina Titelbalk.

Herstellen

Hiermee herstelt u het vorige formaat en de vorige locatie van een geminimaliseerd of gemaximaliseerd object. Dubbelklikken op het pictogram van een geminimaliseerd object of klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) van een gemaximaliseerd object heeft hetzelfde effect. Deze opdracht is alleen beschikbaar voor geminimaliseerde of gemaximaliseerde objecten.

Maximaliseren

Het object wordt vergroot om het werkblad op te vullen. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Deze opdracht is alleen beschikbaar als maximaliseren is toegestaan in het dialoogvenster Eigenschappen van het object op de pagina Titelbalk.

Verwijderen

Het geselecteerde object wordt van het werkblad verwijderd.

Eigenschappen trechterdiagram

U opent het dialoogvenster Eigenschappen door Eigenschappen in het menu Object te selecteren. Als de opdracht Eigenschappen grijs wordt weergegeven, beschikt u waarschijnlijk niet over de rechten die nodig zijn om eigenschappen te wijzigen.

Dimensies

Kies dimensies in de vervolgkeuzelijst. Klik op om een dimensie toe te voegen. Selecteer een dimensie in de vervolgkeuzelijst. Met het pictogram verplaatst u items in de lijst. Met het pictogram verwijdert u items uit de lijst. Klik voor meer instellingen op de knop Meer....

Dimensie

Voorwaarde inschakelen

Als dit selectievakje wordt ingeschakeld wordt de dimensie dynamisch weergegeven of verborgen, afhankelijk van de waarde van een ingevoerde voorwaardelijke uitdrukking door op de knop in het onderstaande tekstvak te klikken.

Dimensie

De huidige geselecteerde dimensie wordt weergegeven.

Label tonen

Schakel deze optie in als u een dimensielabel (de veldnaam) wilt weergeven op de x-as.

Null- (leeg-)waarden negeren

Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt het veld dat is geselecteerd als dimensie erboven niet weergegeven in de grafiek als de waarde leeg is.

Alle waarden tonen

Schakel dit selectievakje in als u alle dimensiewaarden in de grafiek wilt weergeven, met inbegrip van logisch uitgesloten waarden.

Aslabels tonen

Schakel deze optie in als u de legenda (namen van veldwaarden) wilt weergeven op de x-as voor het geselecteerde dimensieveld.

Tekens voor aslabels beperken

Schakel deze optie in om de lengte van de tekenreeksen met dimensiewaarden te beperken die worden weergegeven op assen en in de legenda van de grafiek. Geef het aantal tekens op dat kan worden weergegeven in het invoerveld of gebruik de schuifregelaar om de gewenste waarde in te stellen. Als waarden worden afgekapt, wordt aan het einde ... weergegeven. Deze optie kan onafhankelijk van de andere opties worden gebruikt.

Trellis instellingen Eerste dimensie

Schakel deze optie in om de trellis-grafiek te activeren, waarbij een reeks grafieken wordt weergegeven op basis van de eerste dimensie van de grafiek.

Vast aantal kolommen

Voer het aantal kolommen in dat de trellis-grafiek moet weergeven. Geef het aantal kolommen op dat kan worden weergegeven in het invoerveld of gebruik de schuifregelaar om de gewenste waarde in te stellen.

Vast aantal regels

Voer het aantal rijen in dat de trellis-grafiek moet weergeven. Geef het aantal rijen op dat kan worden weergegeven in het invoerveld of gebruik de schuifregelaar om de gewenste waarde in te stellen.

Tweede dimensie

Hiermee wordt de tweede dimensie in de trellis-grafiek geactiveerd. Als een tweede dimensie wordt gebruikt, worden de waarden van de eerste dimensie weergegeven als kolommen in de trellis-matrix. De waarden van de tweede dimensie worden weergegeven als rijen in de trellis-matrix.

Sorteren


Hiermee wordt de sorteervolgorde van de waarden in het object opgegeven. Niet alle sorteeropties zijn beschikbaar voor alle werkbladobjecten.
Als u meer dan één sorteervolgorde opgeeft, is de sorteervolgorde status, uitdrukking, frequentie, numerieke waarde, tekst, volgorde van laden. Status verwijst naar de logische status (geselecteerd, optioneel of uitgesloten).

Primaire sortering

Y-waarde
Hiermee stelt u in dat de dimensiewaarden moeten worden gesorteerd op de numerieke waarde van de y-as. Deze optie is niet beschikbaar voor berekende dimensies.
Frequentie
De veldwaarden worden gesorteerd op frequentie (het aantal exemplaren in de tabel).
Numerieke waarde
De veldwaarden worden gesorteerd op hun numerieke waarde.
Tekst
De veldwaarden worden op alfabetische volgorde gesorteerd.
Volgorde van laden
De veldwaarden worden gesorteerd op het tijdstip waarop ze voor het eerst werden geladen.

Secundaire sortering

Frequentie
De veldwaarden worden gesorteerd op frequentie (het aantal exemplaren in de tabel).
Numerieke waarde
De veldwaarden worden gesorteerd op hun numerieke waarde.
Tekst
De veldwaarden worden op alfabetische volgorde gesorteerd.
Volgorde van laden
De veldwaarden worden gesorteerd op het tijdstip waarop ze voor het eerst werden geladen.

Sorteren op uitdrukking

De veldwaarden worden gesorteerd volgens de ingevoerde uitdrukking. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Geselecteerd altijd zichtbaar

Schakel dit selectievakje in als geselecteerde waarden altijd zichtbaar moeten zijn.

Limieten

Hiermee beperkt u de waarden die worden weergegeven met de eerste uitdrukking

Deze eigenschappen worden gebruikt om te bepalen hoeveel dimensiewaarden worden weergegeven in de grafiek, op basis van instellingen die hieronder worden uitgevoerd.

Alleen tonen

Selecteer deze optie als u de het eerste, grootste of kleinste x aantal waarden wilt weergeven. Als deze optie is ingesteld op 5, worden er vijf waarden weergegeven. Als voor de dimensie Overige tonen is ingeschakeld, neemt het segment Overige één van de vijf weergaveposities in beslag.

Met de optie Eerste worden de rijen geretourneerd op basis van de opties die zijn geselecteerd op het tabblad Sorteren van het eigenschappenvenster. Als de grafiek een standaard tabel is, worden de rijen geretourneerd op basis van de primaire sortering op dat moment. Met andere woorden, een gebruiker kan de weergave van de waarden wijzigen door te dubbelklikken op een willekeurige koptekst en die kolom tot de primaire sortering te maken.

De optie Hoogste retourneert de rijen in aflopende volgorde gebaseerd op de eerste uitdrukking in de grafiek. Bij gebruik in een strakke tabel blijven de weergegeven dimensiewaarden consistent terwijl de uitdrukkingen op interactieve wijze worden gesorteerd. De dimensiewaarden veranderen (mogelijk) als de volgorde van de uitdrukkingen wordt gewijzigd.

De optie Laagste retourneert de rijen in oplopende volgorde gebaseerd op de eerste uitdrukking in de grafiek. Bij gebruik in een strakke tabel blijven de weergegeven dimensiewaarden consistent terwijl de uitdrukkingen op interactieve wijze worden gesorteerd. De dimensiewaarden veranderen (mogelijk) als de volgorde van de uitdrukkingen wordt gewijzigd.

Voer het aantal weer te geven waarden in. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Selecteer Inclusief grenswaarden om de dimensiewaarde die de vergelijkingswaarde bevat op te nemen.

Alleen waarden tonen die gelijk zijn aan:

Selecteer deze optie om alle dimensiewaarden weer te geven die voldoen aan de opgegeven voorwaarde voor deze optie. Selecteer om waarden weer te geven op basis van een percentage van het totaal of op basis van een exacte hoeveelheid. De optie relatief aan het totaal maakt een relatieve modus mogelijk die vergelijkbaar is met de optie Relatief op het tabblad Uitdrukkingen van het eigenschappenvenster. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Alleen waarden tonen die accumuleren tot:

Als deze optie is geselecteerd, worden alle rijen tot aan de huidige rij geaccumuleerd en wordt het resultaat vergeleken met de waarde die is ingesteld in de optie. De optie relatief aan het totaal maakt een relatieve modus mogelijk die vergelijkbaar is met de optie Relatief op het tabblad Uitdrukkingen van het eigenschappenvenster en vergelijkt de geaccumuleerde waarden (op basis van eerste, grootste of kleinste waarden) met het algehele totaal. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Overige tonen

Als deze optie wordt ingeschakeld, resulteert dit in een segment Overige in de grafiek. Alle dimensiewaarden die niet aan de vergelijkingscriteria voor de weergavebeperkingen voldoen, worden gegroepeerd in het segment Overige. Als er dimensies zijn na de geselecteerde dimensie, wordt met Inwendige dimensies samenvouwen bepaald of individuele waarden voor de daarop volgende/inwendige dimensies worden weergegeven in de grafiek.

Label
Voer de naam in die moet worden weergegeven in de grafiek. Als geen tekst wordt ingevoerd, wordt de tekst van de uitdrukking gebruikt als label. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Als er dimensies zijn na de geselecteerde dimensie, wordt met Inwendige dimensies samenvouwen bepaald of individuele waarden voor de daarop volgende/inwendige dimensies worden weergegeven in de grafiek.

Totaal tonen

In de grafiek wordt een totaal weergegeven voor de geselecteerde dimensie als deze optie is ingeschakeld. Dit totaal gedraagt zich anders dan het uitdrukkingstotaal, dat nog steeds wordt geconfigureerd op het tabblad Uitdrukkingen van het eigenschappenvenster.

Label
Voer de naam in die moet worden weergegeven in de grafiek. Als geen tekst wordt ingevoerd, wordt de tekst van de uitdrukking gebruikt als label. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Algemene groeperingsmodus gebruiken

Deze optie is alleen van toepassing op inwendige dimensies. Als deze optie is ingeschakeld, worden de beperkingen uitsluitend berekend voor de geselecteerde dimensie. Alle eerdere dimensies worden genegeerd. Als deze optie is uitgeschakeld, worden de beperkingen berekend op basis van alle voorafgaande dimensies.

Uitdrukkingen

Kies uitdrukkingen in de vervolgkeuzelijst. Klik op om een uitdrukking toe te voegen. Selecteer een uitdrukking in de vervolgkeuzelijst. Met het pictogram verplaatst u items in de lijst. Met het pictogram verwijdert u items uit de lijst. Klik voor meer informatie op de knop Meer....

Uitdrukkingen

 

Tabblad Uitdrukking

Uitdrukking

Activeren

Schakel deze optie in om de geselecteerde uitdrukking te activeren. Als de optie niet is ingeschakeld, wordt de uitdrukking niet gebruikt.

Voorwaardelijk

Als dit selectievakje wordt ingeschakeld wordt de uitdrukking dynamisch weergegeven of verborgen, afhankelijk van de waarde van een ingevoerde voorwaardelijke uitdrukking door op de knop in het onderstaande tekstvak te klikken.

Label

Het label van de uitdrukking. Voer de naam in die moet worden weergegeven in de grafiek. Als geen tekst wordt ingevoerd, wordt de tekst van de uitdrukking gebruikt als label. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Uitdrukking

Hiermee wordt de huidige geselecteerde uitdrukking weergegeven.

Opmerking

Voer een opmerking in die het doel en de functie van de uitdrukking beschrijft. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Onzichtbaar

Hiermee wordt de uitdrukking verborgen.

In percentage tonen (relatief)

De grafiek toont de resultaten als percentages in plaats van absolute getallen.

Instellingen voor waardeweergave

Schakel dit selectievakje in om te definiëren hoe waarden moeten worden weergegeven. Klik op om de pop-up te openen.

Pop-up Instellingen voor waardeweergave

Waarden op gegevenspunten tonen

Schakel deze optie in als het resultaat van de uitdrukking als tekst boven op de gegevenspunten moet worden getekend.


Tekst als pop-up

Schakel deze optie in als het resultaat van de uitdrukking moet worden getoond in de pop-upballon die verschijnt als een gegevenspunt in een grafiek in de opmaak met de muis wordt aangewezen. Deze optie kan in combinatie met of zonder de andere weergaveopties worden gebruikt. U kunt dus instellen dat een uitdrukking niet in de grafiek zelf wordt getoond, maar wel verschijnt als pop-upballon.


Stijlen voor kenmerkuitdrukkingen

Achtergrondkleur
Geef een kenmerkuitdrukking op voor de berekening van de basistekenkleur van het gegevenspunt. De uitdrukking moet een geldige kleurvertegenwoordiging opleveren. Dat betekent een nummer voor de rood-, groen- en blauwwaarden zoals gedefinieerd in Visual Basic. Als u een van de speciale functies voor grafiekkleuren gebruikt, weet u zeker dat het resultaat een geldige kleurvertegenwoordiging is. Als de uitdrukking geen geldige kleurrepresentatie oplevert, wordt zwart gebruikt.

 
Titel tonen Standaard wordt het label van de eerste gedefinieerde uitdrukking ingesteld als grafiektitel. Schakel de optie·uit als u geen grafiektitel wilt weergeven. De titel kan worden gedefinieerd als een berekende formule die dynamisch wordt bijgewerkt. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Meer.../Minder... Klik op deze knop om extra tabbladen in de weergave uit of samen te vouwen. Welke tabbladen worden weergegeven is afhankelijk van of het veld Dimensies of Uitdrukkingen actief is.

Eigenschappen trechterdiagram: Presentatie

Presentatie

Kleurstijl Hiermee stelt u de kleurstijl van het diagram in.
Richting Hiermee stelt u de richting van de grafiek in.
Puntbreedte (%) Hiermee legt u de breedte van de trechterpunt vast als percentage van de breedte van de trechtermond.
Omgekeerde afdrukstand Schakel deze optie in als u wilt dat de trechterpunt naar links of omhoog wijst
Legenda tonen Hiermee wordt de legenda in de grafiek weergegeven. Klik op om de pop-up te openen.
Achtergrond Hiermee stelt u de achtergrond van de grafiek in. De volgende opties zijn beschikbaar:
Kleur
Het tekengebied krijgt een gekleurde achtergrond. Klik op om een kleur te selecteren.
Afbeelding
Het tekengebied krijgt een achtergrond met een afbeelding. Klik op om de afbeelding te wijzigen.
Dynamische afbeelding
Voer een berekende uitdrukking in om dynamische achtergrondafbeeldingen te tonen die veranderen als de selectie wordt gewijzigd.
Achtergrondtransparantie Voer een waarde in het vak in of sleep de schuifbalk om de transparantie in te stellen voor de grafiek.
Meer.../Minder...

Algemeen

Pop-up labels

Als deze optie is ingeschakeld, verschijnen de waarden van de dimensies en uitdrukkingen als pop-upballon als u met de muis naar een gegevenspunt in de grafiek wijst.

Gegevensproportionaliteit

Met deze instelling bepaalt u de mate waarin de segmenten proportioneel zijn aan de onderliggende gegevens.
Gelijke segmenthoogten
Geen proportionaliteit met gegevens. Elk segment wordt getekend met dezelfde hoogte (breedte voor horizontale trechters) als alle andere. Dit heeft in het algemeen alleen zin als getallen worden weergegeven in de grafiek.
Segmenthoogte in verhouding tot gegevens
Elk segment wordt getekend met een hoogte (breedte voor horizontale trechters) die proportioneel is aan de onderliggende gegevens.
Segmentoppervlakte proportioneel met gegevens
Elk segment wordt getekend met een totaaloppervlak dat proportioneel is met de onderliggende gegevens.

Berekeningsvoorwaarden

Met de hier ingevoerde uitdrukking stelt u een voorwaarde in. De grafiek wordt dan alleen berekend als hieraan is voldaan. Als niet aan de voorwaarde is voldaan, wordt de tekst 'Niet voldaan aan berekeningsvoorwaarde' weergegeven in de grafiek. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Stijlen

Legenda

Stel de kleur van de legenda in door te klikken op . Stel de tekenkleur in door te klikken op . Stel het lettertype in door te klikken op .

Titelstijl grafiek

Stel de tekenkleur voor de diagramtitel in door te klikken op . Stel het lettertype in door te klikken op .

Lettertype titelbalk

Om het lettertype voor de titelbalk in te stellen, klikt u op .

Actieve titelbalk

Klik voor het instellen van de achtergrondkleur voor de actieve titelbalk op . Klik op om de tekstkleur in te stellen.

Niet-actieve titelbalk

Klik voor het instellen van de achtergrondkleur voor de niet-actieve titelbalk op . Klik op om de tekstkleur in te stellen.

Randen gebruiken

Als u deze optie inschakelt, kunt u een rand om het object maken. Klik op om de kleur van de rand in te stellen.

Randbreedte

Geef een waarde op of sleep de schuifregelaar om de breedte van de rand in te stellen. De breedte wordt opgegeven in pixels.

Afgeronde hoeken

Klik op om de pop-up Afgeronde hoeken te openen.

Opmerking:

Afgeronde hoeken is alleen beschikbaar als u Geavanceerd als Opmaakmodus hebt geselecteerd in Documenteigenschappen: Algemeen.

Pop-up Afgeronde hoeken

Selecteren

Vast

of

Relatief

voor de afgeronde hoeken en geef aan welke hoeken moeten worden afgerond. Selecteer tevens

Kwadraatheid

door een waarde in te voeren. 

Tekst

Tekst in grafiek

Klik op om tekst in het diagram toe te voegen.

Tekst

De tekst die is toegevoegd in Tekst in grafiek, wordt hier weergegeven.

Draaihoek

Geef een hoek tussen 0 en 360 graden op voor de tekst. De standaardwaarde is 0.

Horizontaal uitlijnen

Hiermee stelt u de horizontale uitlijning in.

Altijd zichtbaar

De tekst die is geselecteerd in de lijst, moet altijd zichtbaar zijn bij het tekenen van de grafiek.

Tekststijl

Stel de achtergrondkleur voor de tekst in door te klikken op .
Stel de tekenkleur in door te klikken op . Stel het lettertype in door te klikken op .

Formaat en positie

Hiermee stelt u de positie en het formaat in van de tekst in het object.

 Eigenschappen trechterdiagram: Titelbalk

Titelbalk

Label In het tekstvak kunt u een titel invoeren die op de titelbalk van het object wordt weergegeven. Als geen Label is ingesteld, wordt de naam van het veld gebruikt als Titelbalk tonen is geselecteerd. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Titelbalk tonen Als deze optie is ingeschakeld, wordt aan de bovenkant van elk object een titelbalk weergegeven. De titelbalk is standaard ingeschakeld bij keuzelijsten en andere objecten met een vak, en uitgeschakeld bij knoppen, tekstobjecten en lijnen/pijlen.
Uitlijning titelbalk Links/Centreren/Rechts
Titelbalk met meerdere regels (tekstterugloop) Als deze optie is ingeschakeld, wordt de tekst weergegeven op twee of meer regels.
Aantal rijen Als meerdere regels zijn toegestaan voor de titelbalk, geeft u het aantal rijen in het invoerveld op of sleept u de schuifregelaar naar het gewenste aantal.
Uitlijning titelbalk Boven/Centreren/Onder
Meer.../Minder...

Pictogrammen in titelbalk

Mogelijk zijn niet alle opties beschikbaar voor alle objecten.

Menu

Het objectmenu wordt geopend.

Wissen

Alle huidige selecties in het actieve werkbladobject worden gewist.

Afdrukken

Hiermee worden een of meer geselecteerde werkbladobjecten in tabelvorm in een ander browservenster geopend. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Gegevens kopiëren

Hiermee selecteert u de mogelijke waarden in het opgegeven veld. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Afbeelding naar Klembord kopiëren

Hiermee kopieert u een afbeelding van het werkbladobject naar het Klembord. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Verzenden naar Excel

Mogelijke waarden (inclusief geselecteerde) worden geëxporteerd naar Microsoft Excel, dat automatisch wordt gestart als het programma nog niet geopend is. De geëxporteerde waarden verschijnen als één kolom in een nieuw Excel-werkblad. Voor deze functionaliteit moet Microsoft Excel 2007 of later op de computer zijn geïnstalleerd. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Minimaliseren toestaan

Als deze optie is ingeschakeld, wordt een pictogram voor minimaliseren weergegeven in de venstertitelbalk van het werkbladobject, op voorwaarde dat het object geminimaliseerd kan worden. Ook kan het object worden geminimaliseerd door op de titelbalk te dubbelklikken.

Automatisch minimaliseren

Deze optie is beschikbaar als Minimaliseren toestaan is ingeschakeld. Wanneer Automatisch minimaliseren is ingeschakeld voor diverse objecten op hetzelfde werkblad, worden ze telkens allemaal op één na automatisch geminimaliseerd. Dit is bijvoorbeeld nuttig als u verschillende grafieken in hetzelfde werkbladgebied afwisselend wilt weergeven.

Maximaliseren toestaan

Als deze optie is ingeschakeld, wordt een pictogram voor maximaliseren weergegeven in de venstertitelbalk van het werkbladobject, op voorwaarde dat het object gemaximaliseerd kan worden. Ook kan het object worden gemaximaliseerd door op de titelbalk te dubbelklikken. Als zowel Minimaliseren toestaan als Maximaliseren toestaan zijn ingeschakeld, wordt bij dubbelklikken het object geminimaliseerd.

Help-tekst

Hier kunt u een Help-tekst invoeren voor weergave in een pop-upvenster. Deze optie is niet beschikbaar op documentniveau. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
U kunt bijvoorbeeld een omschrijving invoeren van het werkbladobject. Een Help-pictogram wordt toegevoegd aan de venstertitelbalk van het object. Wanneer de muisaanwijzer over het pictogram beweegt, wordt de tekst in een pop-upvenster weergegeven.

Snelle wijziging door typen

Hier kunt u overschakelen tussen grafiektypen inschakelen. Niet beschikbaar voor alle objecten. Klik op om de pop-up te openen.

Pop-up Snelle type-instellingen

Schakel de selectievakjes in voor de grafiektypen waartussen u wilt schakelen met snelle typewijziging.

Eigenschappen trechterdiagram: Opties

Opties

Mogelijk zijn niet alle opties beschikbaar voor alle objecten.

Alleen-lezen De grafiek wordt alleen-lezen. Dit betekent dat u geen selecties kunt maken door met de muis te klikken of te slepen in de grafiek.
Positie/grootte wijzigen toestaan Als deze optie is uitgeschakeld, kan niet langer de positie of de grootte van een werkbladobject worden gewijzigd.
Kopiëren/klonen toestaan Als deze optie is uitgeschakeld, kan niet langer een kopie van het werkbladobject worden gemaakt. Deze instelling is wellicht niet voor alle clients mogelijk.
Objectomvang in gegevens In principe worden de randen van alle tabelobjecten in QlikView verkleind als de tabel door bepaalde selecties kleiner wordt dan de ruimte die eraan toegewezen is. Als u deze optie uitschakelt, wordt deze automatische formaataanpassing uitgeschakeld en wordt de overtollige ruimte leeg gelaten.
Info in titelbalk tonen toestaan Wanneer de functie Info in gebruik is, wordt een infopictogram weergegeven in de venstertitelbalk wanneer aan een veldwaarde informatie is gekoppeld. Als u geen infopictogram wilt weergeven in de titelbalk, kunt u deze optie uitschakelen. Alleen beschikbaar voor keuzelijst, statistiekobject, meervoudige keuzelijst en invoerobject.
Schuifpositie behouden Wanneer dit selectievakje en het bijbehorende vakje op de pagina Gebruikersvoorkeuzen, Objecten zijn ingeschakeld, probeert de QlikView de verticale schuifpositie te behouden nadat een selectie is gemaakt in tabelobjecten.
Voorwaarden tonen gebruiken Het werkbladobject wordt getoond of verborgen, afhankelijk van een voorwaarde-uitdrukking die voortdurend wordt geëvalueerd, bijvoorbeeld op basis van gemaakte selecties etc. De objecten worden alleen zichtbaar als de voorwaarde waar retourneert. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Normaal Geef de positie van het object op door de marges Links en Boven en de Breedte en Hoogte van het object in te stellen.
Geminimaliseerd Geef de positie van het geminimaliseerde werkbladobject op door de marges Links en Boven en de Breedte en Hoogte van het geminimaliseerde object in te stellen.
Meer.../Minder...

Opties

Eigenaar Domein en gebruikers-ID van de eigenaar.
Object delen Schakel dit vakje in als u objecten wilt delen met anderen. Als deze selectie wordt ingeschakeld, worden de opties eronder actief.
Delen met Kies Iedereen machtigen of Machtigen per gebruikersnaam.
Gebruikers (domein\gebruikers-ID) Als Machtigen per gebruikersnaam is gekozen, wordt een lijst met toegevoegde gebruikers getoond. Klik op om gebruikers toe te voegen. Er wordt een rij toegevoegd, markeer de rij om deze te ontgrendelen, en bewerk de gebruikersgegevens. U verwijdert gebruikers door te klikken op na de gebruiker die u wilt verwijderen.