Ga naar hoofdinhoud

Waarschuwingswizard

De waarschuwingswizard ondersteunt u bij het definiëren van een waarschuwing.

De procedure bestaat uit de volgende stappen:

Stap 1 - Geef de waarschuwing een naam of omschrijf deze

Stap 2 - Definieer de waarschuwingsvoorwaarde

Stap 3 - Definieer wanneer de waarschuwingsvoorwaarde moet worden getest

Stap 4 - Definieer de testvertraging

Stap 5 - Definieer de handeling(en) die moet(en) worden uitgevoerd als de waarschuwing wordt gegenereerd

Afhankelijk van de opties die u selecteert, kunnen enkele van de bovengenoemde stappen worden overgeslagen.

De waarschuwingswizard starten
Start de waarschuwingswizard door Waarschuwingswizard te kiezen in het menu Extra's.

De eerste keer dat u de wizard start, verschijnen er twee beginpagina's. Op de eerste wordt het concept van waarschuwingen beschreven, op de tweede worden de stappen beschreven die u uitvoert om de wizard te voltooien. Als u de volgende keer dat u de wizard gebruikt, de beginpagina's wilt overslaan, schakelt u op een van de pagina's of op beide pagina's de optie Deze pagina niet meer tonen in. Klik op Volgende om door te gaan.

Stap 1 - Geef de waarschuwing een naam of omschrijf deze

Voer een naam en/of korte tekst in onder <Waarschuwingsomschrijving als omschrijving voor de waarschuwing die u gaat maken. Dit is een commentaarveld waarin de maker van een waarschuwing het doel van de waarschuwing kan aangeven of enkele opmerkingen over de waarschuwing kan invoeren. Deze tekst wordt alleen gebruikt in de lijst met waarschuwingen in het dialoogvenster Waarschuwingen. Klik op Volgende om door te gaan.

Stap 2 - Definieer de waarschuwingsvoorwaarde

In deze stap kunt u definiëren wat de waarschuwingsvoorwaarde en de selectiestatus zijn die moeten worden gebruikt bij het controleren van de waarschuwingsvoorwaarde. Vul de volgende velden in:

  • Waarschuwingsvoorwaarde: Voer een QlikView-uitdrukking in waarmee de logische waarde Waar (niet-nul) wordt geretourneerd om de waarschuwing te genereren.
  • Selectiestatus bij het testen van de waarschuwing: Hier kunt u kiezen welke selectiestatus moet worden gebruikt bij het testen van het resultaat van de voorwaarde voor de waarschuwing. Er zijn drie keuzen:
    • Huidige selectie: De waarschuwingsvoorwaarde wordt getest aan de hand van de selecties die zijn gemaakt op het moment dat de waarschuwing werd gecontroleerd.
    • Alles wissen: Alle selecties worden tijdelijk opgeheven voordat de waarschuwingsvoorwaarde wordt getest.
    • Bladwijzer: Een opgegeven bladwijzer wordt tijdelijk toegepast voordat de waarschuwingsvoorwaarde wordt getest.

Klik op Volgende om door te gaan.

Stap 3 - Definieer wanneer de waarschuwingsvoorwaarde moet worden getest

In deze stap definieert u wanneer de voorwaarden voor de waarschuwing moeten worden gecontroleerd. De waarschuwing kan op elk moment handmatig worden gecontroleerd door geautomatiseerde oproepen. Met de instellingen in deze groep kunnen automatische controles worden uitgevoerd bij relevante gebeurtenissen. Vul de volgende velden in:

  • Waarschuwing interactief controleren: Schakel deze optie in als automatisch moet worden gecontroleerd of de waarschuwing van toepassing is zodra de onderstaande gebeurtenissen plaatsvinden.
    • Bij openen: Schakel dit selectievakje in als automatisch moet worden nagekeken of de waarschuwing van toepassing is zodra het document wordt geopend.
    • Bij postherladen: Schakel dit selectievakje in als automatisch moet worden nagekeken of de waarschuwing van toepassing is zodra het document opnieuw wordt geladen (door het uitvoeren van een script).
    • Bij postreductie: Schakel dit selectievakje in als automatisch moet worden nagekeken of de waarschuwing van toepassing is zodra gegevensreductie (met de opdracht Gegevens reduceren) is toegepast op het document.
  • Reeks-waarschuwing: Schakel deze optie in als de waarschuwing moet worden gegenereerd vanuit externe programma's, via de speciale automatiserings-API voor reekswaarschuwingen.

Klik op Volgende om door te gaan.

Stap 4 - Definieer de testvertraging

In deze stap kunt u een onderdrukkingsperiode instellen die wordt gebruikt nadat een waarschuwing is gegenereerd. Tijdens deze periode wordt niet gecontroleerd of de waarschuwing van toepassing is. Hierdoor is het bijvoorbeeld mogelijk om per dag alleen een waarschuwing te genereren als u de eerste keer een document opent. Vul de volgende velden in:

  • Vertraging: Het opnieuw genereren van automatisch gecontroleerde waarschuwingen kan een bepaalde tijd worden onderdrukt nadat een waarschuwing in eerste instantie is gegenereerd. Voer het gewenste aantal dagen in dit vak in. U kunt een cijfer achter de komma gebruiken om een gedeelte van een dag op te geven.
  • Reactieveroorzakerniveau: Automatisch gecontroleerde waarschuwingen kunnen ook worden onderdrukt op basis van gegevenswijzigingen. In deze keuzelijst kunt u kiezen uit drie niveaus van opnieuw optreden.
    • Altijd: De waarschuwing wordt telkens weergegeven zodra de reactieveroorzaker(s) optreedt/optreden en er wordt voldaan aan de waarschuwingsvoorwaarde.
    • Berichtwijzigingen: Het starten van de waarschuwing wordt onderdrukt tot het bericht van de waarschuwing verandert. Dit is uiteraard alleen van belang bij dynamische berichttekst. Let op! De status van de waarschuwingsvoorwaarde hoeft niet per sé te worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat het geëvalueerde bericht wordt gewijzigd.
    • Statuswijzigingen: Het waarschuwingsbericht wordt pas weergegeven als de waarschuwingsstatus wordt gewijzigd, dat wil zeggen dat er niet aan de waarschuwingsvoorwaarde wordt voldaan tijdens tenminste een controlecyclus, maar dat er tijdens een latere controlecyclus wel aan wordt voldaan. Dit is het striktste type waarschuwingsonderdrukking.

Klik op Volgende om door te gaan.

Stap 5 - Definieer de handeling(en) die moet(en) worden uitgevoerd als de waarschuwing wordt gegenereerd

In deze laatste stap bepaalt u welke handelingen worden uitgevoerd zodra de waarschuwing wordt gegenereerd. Als de waarschuwing alleen voor het controleren op macro's is, is deze stap mogelijk niet nodig. Vul de volgende velden in:

  • Bericht: Hier kunt u het bericht typen dat samen met de waarschuwing moet worden weergegeven. Bij pop-up-waarschuwingen is dit de tekst die in de pop-up verschijnt. Bij e-mailwaarschuwingen is dit de hoofdtekst van de e-mail. De tekst kan worden gedefinieerd als een QlikView-uitdrukking die dynamisch wordt bijgewerkt. Als u op de knop ... klikt, wordt het dialoogvenster Uitdrukking bewerken geopend. Hierin kunt u lange formules gemakkelijker bewerken.
  • Pop-up tonen: Schakel deze optie in als u het waarschuwingsbericht wilt laten weergeven als pop-up.
  • E-mail verzenden: Schakel deze optie in als u een e-mail wilt laten versturen zodra de waarschuwing wordt gegenereerd. De berichttekst van de waarschuwing wordt dan gebruikt als hoofdtekst van de e-mail.
  • Onderwerp: Voer een tekst in die wordt gebruikt als onderwerp in de te verzenden e-mail(s). Het onderwerp kan als QlikView-uitdrukking worden gedefinieerd.
  • E-mailontvangers: Geef een lijst e-mailadressen op, gescheiden door puntkomma's. Er wordt naar elk van deze adressen een e-mail verzonden zodra de waarschuwing wordt gegenereerd. De lijst kan als QlikView-uitdrukking worden gedefinieerd.

Klik op Voltooien om de nieuwe waarschuwing te maken.