Conventies voor getal- en tijdnotaties

Bij veel interpretatie- en opmaakfuncties kunt u een notatie opgeven voor getallen en datums met behulp van een opmaakcode. In dit onderwerp wordt beschreven welke conventies worden gebruikt voor het opmaken van een getal, datum, tijd of tijdstempel. Deze conventies gelden voor zowel script- als grafiekfuncties.

Getalnotaties

  • Gebruik het symbool "0" voor elk specifieke cijfer dat u wilt aanduiden.

  • Gebruik het symbool "#" voor elk mogelijk cijfer dat u wilt aanduiden. Als de opmaak alleen #-symbolen bevat links van het decimale scheidingsteken en het getal kleiner is dan 1, worden de nullen afgekapt en wordt begonnen met een decimaal scheidingsteken. Als de opmaak #-symbolen bevat rechts van het decimale scheidingsteken, worden alle waarden weergegeven.

  • Geef de positie van het scheidingsteken voor duizendtallen en decimalen aan met het desbetreffende teken.

Met de opmaakcode wordt de positie van de scheidingstekens aangeduid. Het is niet mogelijk het scheidingsteken zelf in de opmaakcode in te stellen. Gebruik hiervoor de variabelen DecimalSep en ThousandSep in het script.

U kunt het scheidingsteken voor duizendtallen gebruiken om cijfers te groeperen in elk gewenst aantal posities. Zo kunt u bijvoorbeeld een opmaakreeks "0000-0000-0000" (het scheidingsteken voor duizendtallen = "-") gebruiken om een onderdeelnummer met twaalf cijfers weer te geven, zoals "0012-4567-8912".

DecimalSep en ThousandSep

Examples:  

# ##0

beschrijft het getal als een geheel getal met een scheidingsteken voor duizendtallen.

###0

beschrijft het getal als een geheel getal zonder een scheidingsteken voor duizendtallen.

0000 beschrijft het getal als een geheel getal met ten minste vier cijfers. Het getal 123 wordt bijvoorbeeld weergegeven als 0123.
0.000

beschrijft het getal met drie decimalen.

0.0##

beschrijft het getal met drie decimalen. Sommige worden wellicht weergegeven als nullen.

Speciale getalnotaties

In QlikView kunnen alle getallen met een radix tussen 2 en 36, inclusief binaire, octale en hexadecimale getallen worden geïnterpreteerd en opgemaakt. Ook romeinse cijfers kunnen worden verwerkt.

Binaire indeling

Een opmaakcode voor binaire getallen moet beginnen met (bin) of (BIN).

Octale indeling

Een opmaakcode voor octale getallen moet beginnen met (oct) of (OCT).

Hexadecimale indeling

Een opmaakcode voor hexadecimale getallen moet beginnen met (hex) of (HEX). De versie in hoofdletters levert een opmaak met de hoofdletters A-F op (bijvoorbeeld 14FA). De versie in kleine letters levert een opmaak met de kleine letters a-f op (bijvoorbeeld 14fa). Beide varianten worden juist geïnterpreteerd, ongeacht de gebruikte hoofdletters of kleine letters in de opmaakcode.

Decimale indeling

Het gebruik van (dec) of (DEC) om een decimale indeling aan te geven is toegestaan maar niet noodzakelijk.

Aangepaste radixindeling

Een opmaakcode voor een radix tussen 2 en 36 moet beginnen met (rxx) of (Rxx), waarbij xx het tweecijferige getal voor de te gebruiken radix is. Bij gebruik van de hoofdletter R worden gebruikte letters in radices boven de 10 bij het opmaken in QlikView met een hoofdletter geschreven (bijvoorbeeld 14FA). De kleine letter r levert een opmaak met kleine letters op (bijvoorbeeld 14fa). Beide varianten worden juist geïnterpreteerd, ongeacht de gebruikte hoofdletters of kleine letters in de opmaakcode. Merk op dat (r02) het equivalent is van (bin), (R16) van (HEX), enzovoort.

Romeinse indeling

Een opmaakcode voor Romeinse cijfers moet beginnen met (rom) of (ROM). De versie in hoofdletters levert een opmaak met hoofdletters op (bijvoorbeeld MMXVI). De versie in kleine letters levert een opmaak met kleine letters op (mmxvi). Beide varianten worden juist geïnterpreteerd, ongeacht de gebruikte hoofdletters of kleine letters in de opmaakcode. Voor een negatief romeins cijfer wordt een minteken geplaatst, en nul wordt weergegeven als 0. Decimalen worden in de romeinse notatie genegeerd.

Examples:  

num(199, '(bin)') retourneert 11000111
num(199, '(oct)') retourneert 307
num(199, '(hex)') retourneert c7
num(199, '(HEX)' ) retourneert C7
num(199, '(r02)' ) retourneert 11000111
num(199, '(r16)') retourneert c7
num(199, '(R16)' ) retourneert C7
num(199, '(R36)') retourneert 5J
num(199, '(rom)') retourneert cxcix
num(199, '(ROM)' ) retourneert CXCIX

Datums

U kunt de volgende symbolen gebruiken voor een datumnotatie. Er kunnen willekeurige scheidingstekens worden gebruikt.

D

Geef met het symbool "D" het nummer van de dag aan.

M

Geef met het symbool "M" het nummer van de maand aan.

  • Gebruik "M" of "MM" voor één of twee cijfers.
  • "MMM" geeft de korte maandnotatie in letters aan, zoals gedefinieerd in het besturingssysteem of door de vervangende·systeemvariabele MonthNames in het script.
  • "MMMM" geeft de lange maandnotatie in letters aan, zoals gedefinieerd in het besturingssysteem of door de vervangende·systeemvariabele LongMonthNames in het script.

MonthNames en LongMonthNames

Y

Geef met het symbool "Y" het jaar aan.

W

Geef met het symbool "W" de weekdag aan.

  • "W" retourneert het dagnummer (bijvoorbeeld 0 voor maandag) als een enkel cijfer.
  • "WW" retourneert het nummer met twee cijfers (bijvoorbeeld 02 voor woensdag).
  • "WWW" geeft de korte dagnotatie in letters aan (bijvoorbeeld ma), zoals gedefinieerd in het besturingssysteem of door de vervangende·systeemvariabele DayNames in het script.
  • "WWWW" geeft de lange dagnotatie in letters aan (bijvoorbeeld maandag), zoals gedefinieerd in het besturingssysteem of door de vervangende·systeemvariabele LongDayNames in het script.

DayNames en LongDayNames

Examples: (met 31 maart 2013 als voorbeelddatum)

YY-MM-DD beschrijft de datum als 13-03-31.
YYYY-MM-DD beschrijft de datum als 2013/03/31.
YYYY-MMM-DD beschrijft de datum als 2013-mrt-31.
DD MMMM YYYY beschrijft de datum als 31 maart 2013.
M/D/YY beschrijft de datum als 3/31/13.
W YY-MM-DD beschrijft de datum als 6 13-03-31.
WWW YY-MM-DD beschrijft de datum als za 13-03-31.
WWWW YY-MM-DD beschrijft de datum als zaterdag 13-03-31.

Tijden

U kunt de volgende symbolen gebruiken voor een tijdnotatie. Er kunnen willekeurige scheidingstekens worden gebruikt.

h

Geef met het symbool "h" elk cijfer van de uren aan.

m

Geef met het symbool "m" elk cijfer van de minuten aan.

s

Geef met het symbool "s" elk cijfer van de seconden aan.

f Geef met het symbool "f" elk cijfer van de fracties van een seconde aan.
tt

Gebruik het symbool "tt" achter de tijd als u de tijd in AM/PM-indeling wilt weergeven.

Examples: (met 18.30 als voorbeeldtijd):

hh:mm beschrijft de tijd als 18:30
hh.mm.ss.ff beschrijft de tijd als 18.30.00.00
hh:mm:tt beschrijft de tijd als 06:30:pm

Tijdstempels

In tijdstempels wordt dezelfde notatie als voor datum en tijd gebruikt.

Examples: (met 31 maart 2013 18.30 als voorbeeld van een tijdstempel):

YY-MM-DD hh:mm beschrijft de tijdstempel als 13-03-31 18:30
M/D/Y hh.mm.ss.ffff beschrijft de tijdstempel als 3/31/13 18.30.00.0000