Mekko-grafiek

Grafieken zijn een grafische weergave van numerieke gegevens. U kunt schakelen tussen verschillende weergaven van een bestaand diagram door het diagramtype te wijzigen op de pagina Diagrameigenschappen: Algemeen.

In een mekko-grafiek worden gegevens gepresenteerd als staven met een variabele breedte. De weergave van maximaal drie gegevensniveaus in een tweedimensionale grafiek is mogelijk. Mekko-grafieken zijn nuttig op het gebied van bijvoorbeeld marktanalyses.

Als u met de rechtermuisknop op het diagram klikt, wordt het menu Mekko-diagram: Object weergegeven. Het menu kan ook worden geopend via het menu Object, als de grafiek het actieve object is.

See also:

 

Menu Object

Eigenschappen... Hiermee wordt het dialoogvenster Eigenschappen geopend, waarin u de parameters voor de grafiek kunt instellen. Deze opdracht kan ook worden aangeroepen met de volgende sneltoets: Alt+Enter.
Opmerkingen

Hiermee kunt u opmerkingen maken en uitwisselen over het huidige object.

Notities en opmerkingen

Ontkoppelen Aan de grafiektitel wordt de tekst ''(ontkoppeld)'' toegevoegd. De grafiek wordt niet langer bijgewerkt als er selecties in het document worden opgegeven (maar er kunnen wel nog steeds selecties via de grafiek worden gemaakt). De opdracht is alleen beschikbaar als de grafiek is gekoppeld. Door een kopie te maken van een grafiek en deze te ontkoppelen, kunt u een directe vergelijking maken tussen de kopie en het origineel.
Bijvoegen Hiermee koppelt u een ontkoppelde grafiek. De grafiek wordt dynamisch gekoppeld aan de gegevens. De opdracht is alleen beschikbaar als de grafiek is ontkoppeld.
Klonen Hiermee maakt u een identieke kopie van de grafiek. Als een ontkoppelde grafiek wordt gekloond, wordt de kloon gekoppeld.
Volgorde

Dit submenu is alleen beschikbaar als de opdracht Ontwerpraster van het menu Beeld is geactiveerd of als de optie Altijd opmaakmenu-opdrachten tonen onder Gebruikersvoorkeuren: Ontwerp is ingeschakeld. Het menu bevat vier opdrachten voor het instellen van de opmaaklaag van de werkbladobjecten. Geldige laagnummers zijn -128 tot en met 127.

Naar bovenste laag
Hiermee stelt u de opmaaklaag van het object in op de hoogste waarde die momenteel wordt gebruikt door een werkbladobject op het huidige werkblad.

Naar onderste laag
Hiermee stelt u de opmaaklaag van het object in op de laagste waarde die momenteel wordt gebruikt door een werkbladobject op het huidige werkblad.

Een laag hoger
Hiermee verhoogt u het nummer van de opmaaklaag van het werkbladobject met één. De maximumwaarde is 127.

Een laag terug
Hiermee verlaagt u het nummer van de opmaaklaag van het werkbladobject met één. De laagste waarde is -128.


Alle selecties wissen Hiermee worden alle selecties in de dimensies en uitdrukkingen van de grafiek gewist.
Afdrukken... Hiermee opent u het dialoogvenster Afdrukken waarin u de afdrukinstellingen kunt opgeven.
Afdrukken als PDF...

Hiermee wordt het dialoogvenster Afdrukken geopend waarin de printer PDF-XChange 3.0 al is geselecteerd. Nadat u op de knop Afdrukken hebt geklikt, wordt om een bestandsnaam voor het PDF-uitvoerbestand gevraagd. Deze opdracht is alleen beschikbaar als er een PDF-printer beschikbaar is op het systeem.

Waarden naar Excel kopiëren De onderliggende gegevens (het equivalent van de standaard tabel van de grafiek) worden geëxporteerd naar Microsoft Excel, dat automatisch wordt gestart als het niet al geopend is. De tabel verschijnt in een nieuw Excel-werkblad. Voor deze functionaliteit moet Microsoft Excel 2007 of later op de computer zijn geïnstalleerd.
Exporteren... Hiermee opent u een dialoogvenster waarin u een afbeelding van de grafiek kunt opslaan naar een bestand. De afbeelding kan worden opgeslagen in bmp-, jpg-, gif- of png-indeling.
Naar het Klembord kopiëren Dit menu bevat de verschillende kopieeropties voor de grafiek.

Waarden
Hiermee kopieert u de waarden naar het Klembord in de vorm van een tabel.
Afbeelding
Hiermee kopieert u een afbeelding van het diagramobject naar het Klembord. In de afbeelding zijn de titelbalk en randen van het werkbladobject wel of niet opgenomen, afhankelijk van de instellingen op de pagina Gebruikersvoorkeuren: Exporteren.
Object
Hiermee wordt het gehele werkbladobject naar het Klembord gekopieerd, waarna u dit elders in de opmaak kunt plakken, of in een ander document dat binnen het huidige exemplaar van QlikView is geopend.
Gekoppelde objecten

Er wordt een menu geopend met de volgende opdrachten voor gekoppelde objecten.
Positie van gekoppelde objecten aanpassen
Alle gekoppelde objecten op alle werkbladen krijgen dezelfde positie en grootte als de gemarkeerde objecten.
Koppeling van dit object opheffen/Koppeling van objecten opheffen
De koppeling tussen de objecten wordt verbroken, waardoor er verschillende objecten met verschillende object-ID's ontstaan.

Minimaliseren Hiermee wordt het object verkleind tot een pictogram. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Deze opdracht is alleen beschikbaar als minimaliseren is toegestaan in het dialoogvenster Eigenschappen van het object op de pagina Titelbalk.
Maximaliseren Het object wordt vergroot om het werkblad op te vullen. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Deze opdracht is alleen beschikbaar als maximaliseren is toegestaan in het dialoogvenster Eigenschappen van het object op de pagina Titelbalk.
Herstellen Hiermee herstelt u het vorige formaat en de vorige locatie van een geminimaliseerd of gemaximaliseerd object. Dubbelklikken op het pictogram van een geminimaliseerd object of klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Deze opdracht is alleen beschikbaar voor geminimaliseerde of gemaximaliseerde objecten.
Help Hiermee wordt de QlikView Help geopend.
Verwijderen Hiermee wordt het geselecteerde werkbladobject van het werkblad verwijderd.

Diagrameigenschappen: Algemeen

Vensternaam

De titel die moet worden weergegeven in de koptekst van het venster. De titel kan ook worden gedefinieerd als een berekende formule. De tekst van het label wordt dan dynamisch bijgewerkt. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen. Hierin kunt u lange formules eenvoudiger bewerken.

Uitdrukkingssyntaxis voor berekende formules

Titel in grafiek tonen

Standaard wordt het label van de eerste gedefinieerde uitdrukking ingesteld als grafiektitel. Schakel het selectievakje uit als u geen grafiektitel wilt weergeven. Als u de oorspronkelijke titel wilt weergeven, schakelt u het selectievakje gewoon in. De titel kan ook worden gedefinieerd als een berekende formule. De tekst van het label wordt dan dynamisch bijgewerkt. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen. Hierin kunt u lange formules eenvoudiger bewerken. De grafiektitel wordt niet weergegeven in draaitabellen of standaard tabellen.

Uitdrukkingssyntaxis voor berekende formules

Titelinstellingen Klik op de knop Titelinstellingen om geavanceerde instellingen voor de grafiektitel te definiëren.
Afdrukinstellingen

Als u op de knop Afdrukinstellingen klikt, wordt het dialoogvenster Afdrukinstellingen geopend waarin u marges en de opmaak van kop- en voetteksten kunt definiëren. Het dialoogvenster Afdrukinstellingen bevat twee pagina's: Afdrukken: Opmaak en Afdrukken: Koptekst/voettekst.

Afdrukken: Opmaak en Afdrukken: Koptekst/voettekst

Alternatieve status Kies een van de beschikbare statussen in de lijst. De volgende alternatieve statussen zijn altijd beschikbaar.
Overgenomen
De werkbladen en werkbladobjecten hebben altijd de status overgenomen, tenzij de QlikView-ontwikkelaar anders beslist. Deze instelling wordt overgenomen van het object op het bovenliggende niveau: een grafiek in een werkblad krijgt dezelfde instellingen als het werkblad als overgenomen wordt gekozen.
Standaardstatus
Dit is de status waarbij de meeste QlikView-activiteiten plaatsvinden. Deze wordt aangeduid met $. Het QlikView-document bevindt zich altijd in de standaardstatus.
Object-ID

Deze ID wordt gebruikt voor macrodoeleinden. Aan elk werkbladobject wordt een unieke ID toegewezen. Het is aan te bevelen in de ID alleen alfanumerieke tekens te gebruiken. Bij grafieken begint de ID met CH01. Gekoppelde objecten hebben dezelfde object-ID. U kunt dit ID-nummer later bewerken.

Interne Macro Interpreter

Ontkoppeld Als u deze optie inschakelt, wordt de grafiek ontkoppelt. De grafiek wordt dan niet meer dynamisch bijgewerkt als er selecties worden gemaakt.
Alleen-lezen Als deze optie is ingeschakeld, wordt de grafiek alleen-lezen. Dit betekent dat u geen selecties kunt maken door met de muis te klikken of te slepen in de grafiek.
Berekeningsvoorwaarde Door een uitdrukking in dit tekstvak te typen, stelt u een voorwaarde in. De grafiek wordt dan alleen weergegeven als hieraan is voldaan. Als niet aan de voorwaarde is voldaan, wordt de tekst "Niet voldaan aan berekeningsvoorwaarde" weergegeven in de grafiek. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Grafiektype In de groep Grafiektype selecteert u de basisopmaak van de grafiek. Zie Grafiektypen voor meer informatie over de afzonderlijke grafiektypen.
Snelle wijziging door typen In deze groep kunt u een pictogram in de grafiek activeren waarmee de gebruiker het grafiektype kan wijzigen zonder het eigenschappenvenster voor de grafiek te gebruiken.
Toegestane typen
In deze lijst kunt u selecteren welke grafiektypen moeten worden weergegeven in de keuzelijst. De functie Snelle typewijziging kan alleen worden ingeschakeld als er ten minste twee typen zijn geselecteerd.
Voorkeurspositie pictogram
In grafieken kan het pictogram voor snelle typewijziging worden geplaatst in de grafiek of in de titelbalk van het werkbladobject. In tabelgrafieken is de titelbalk de enige optie.
Gebruikersformaat opnieuw instellen Door op deze knop te klikken, herstelt u alle door de gebruiker aangepaste formaten van legenda's, titels, enzovoort in grafieken. De docking van afzonderlijke elementen wordt niet veranderd.
Gebruikersdocking opnieuw instellen Door op deze knop te klikken herstelt u de door de gebruiker aangepaste docking van legenda's, titels, enzovoort in grafieken.
Foutberichten

Het dialoogvenster Aangepaste foutberichten wordt geopend.

Aangepaste foutberichten

Referentiemodus Opties voor het tekenen van de referentie-achtergrond als u gebruikmaakt van de optie Referentie instellen in het contextmenu van de grafiek. Deze instelling is alleen zinvol voor bepaalde grafieken.

Diagrameigenschappen: Dimensies

  • Wat wilt u zien in de grafiek? Waar moet de grootte van de staven in een staafgrafiek naar verwijzen? Het antwoord is bijvoorbeeld de "totale omzet". Dit wordt ingesteld op het tabblad Uitdrukkingen.
  • Op welke waarde wilt u de gegevens groeperen? Welke veldwaarden wilt u gebruiken als label voor de staven in het staafgrafiek? Het antwoord is bijvoorbeeld "op land". Dit wordt ingesteld op het tabblad Dimensies.
Beschikbare velden/groepen

Lijst met alle velden/veldgroepen die kunnen worden gebruikt als dimensie, die dus in een standaard staafgrafiek kunnen worden aangegeven op de x-as. Veldengroepen worden voorafgegaan door een verticale pijl voor drill-down groepen of een kromme pijl voor cyclische groepen. Groepen worden gedefinieerd op de pagina Documenteigenschappen: Groepen. Selecteer de te gebruiken/verwijderen items door erop te klikken. Gebruik de knop Toevoegen > of de knop < Verwijderen om de items naar de gewenste kolom te verplaatsen.
Het aantal dimensies dat kan worden weergegeven, wisselt afhankelijk van het type grafiek.
Alle velden die voorkomen in meer dan één interne tabel worden voorafgegaan door een sleutelsymbool. In cirkel-, lijn- en spreidingsgrafieken kunnen niet meer dan twee dimensies worden weergegeven. In staafgrafieken kunnen tot drie dimensies worden getoond.

Documenteigenschappen: Groepen

Systeemvelden tonen Als deze optie wordt geselecteerd, worden de systeemvelden weergegeven in de kolom Beschikbare velden/groepen.
Velden van tabel tonen Hier bepaalt u welke velden/groepen in de lijst Beschikbare velden/groepen verschijnen. In de vervolgkeuzelijst wordt standaard de optie Alle tabellen weergegeven.
De alternatieve optie Alle tabellen (gekwalificeerd) toont de velden die zijn gekwalificeerd via de naam van de tabel(len) waarin deze voorkomen. Dat betekent dat de sleutelvelden (de verbindende velden) meer dan één keer in de lijst voorkomen. (Deze optie wordt alleen gebruikt voor weergavedoeleinden en heeft niets te maken met het Qualify van velden in het load-script.)
Het is ook mogelijk de velden van één tabel per keer te bekijken. Beschikbare groepen worden altijd weergegeven in de lijst.
Groepen bewerken... Via deze knop gaat u rechtstreeks naar de pagina Documenteigenschappen: Groepen, waarop veldgroepen kunnen worden gedefinieerd die u wilt gebruiken als dimensies.
Animatie toevoegen... Hiermee wordt het dialoogvenster Animatie geopend, waarmee u de eerste dimensie voor animatie van de grafiek kunt gebruiken. Animatie is alleen beschikbaar voor bitmapgrafieken, met uitzondering van cirkelgrafieken. Er zijn enkele functionele beperkingen van toepassing als u animatie gebruikt.
Trellis... Hiermee wordt het dialoogvenster Trellis instellingen geopend, waarin u een reeks grafieken kunt maken die zijn gebaseerd op de eerste dimensie. Elk type bitmapgrafiek kan worden omgezet in een Trellis-weergave.
Gebruikte dimensies

In deze lijst worden de dimensies weergegeven die momenteel zijn geselecteerd voor de grafiek. Het aantal dimensies dat kan worden gebruikt, is afhankelijk van het type grafiek. Als er meer dimensies worden geselecteerd dan is toegestaan voor het grafiektype, worden de overtollige dimensies genegeerd. Als dimensies worden gebruikt in tabellen, kunnen de gegevenscellen dynamisch worden opgemaakt met behulp van uitdrukkingen voor kenmerken. Als een kenmerkuitdrukking wordt ingevoerd voor een dimensie, verandert het bijbehorende pictogram van grijs in kleur, of van grijs in zwart zoals voor Tekstopmaak. Deze instellingen hebben prioriteit op de grafiekinstellingen. Klik op het uitvouwpictogram "+" voor een uitdrukking om de tijdelijke aanduidingen of de kenmerkuitdrukking van de dimensie weer te geven.
Achtergrondkleur
Dubbelklik op Achtergrondkleur om een kenmerkuitdrukking voor de berekening van de celachtergrondkleur van de dimensiecel in te voeren. De gebruikte uitdrukking moet een geldige kleurweergave retourneren (een getal dat de rood-, groen- en blauwwaarden weergeeft zoals gedefinieerd in Visual Basic), Dit wordt gedaan door een van de speciale kleurfuncties voor grafieken te gebruiken. Als het resultaat van de uitdrukking geen geldige kleurrepresentatie oplevert, wordt standaard zwart gebruikt als kleur.
Tekstkleur
Dubbelklik op Tekstkleur om een kenmerkuitdrukking voor de berekening van de tekstkleur van de dimensiecel in te voeren. De gebruikte uitdrukking moet een geldige kleurweergave retourneren (een getal dat de rood-, groen- en blauwwaarden weergeeft zoals gedefinieerd in Visual Basic), Dit wordt gedaan door een van de speciale kleurfuncties voor grafieken te gebruiken. Als het resultaat van de uitdrukking geen geldige kleurrepresentatie oplevert, wordt standaard zwart gebruikt als kleur.

Kleurfuncties

Tekstopmaak
Dubbelklik op Tekstopmaak om een kenmerkuitdrukking in te voeren voor de berekening van de tekenstijl van tekst in de tabelcel voor elke dimensiecel. De uitdrukking die wordt gebruikt voor de tekstopmaak moet een tekenreeks opleveren met “<B>” voor vette tekst, “<I>” voor cursieve tekst en/of “<U>” voor onderstreepte tekst.

Met de knoppen Naar boven en Naar beneden kunnen dimensies in de lijst Gebruikte dimensies worden gesorteerd.

Berekende dimensie toevoegen...

Hiermee wordt een nieuwe dimensie toegevoegd en geopend voor bewerking in het dialoogvenster Uitdrukking bewerken. Een dimensie van een grafiek is vaak een veld maar de dimensie kan ook dynamisch worden berekend. Een berekende dimensie bestaat uit een uitdrukking die betrekking heeft op een of meer velden. Alle standaardfuncties kunnen worden gebruikt. Aggregatiefuncties mogen niet worden gebruikt, maar de functie Aggr kan worden opgenomen voor geneste aggregatie.

Uitdrukkingssyntaxis voor berekende formules

Bewerken... Hiermee wordt de dimensie geopend voor bewerking in het dialoogvenster Uitdrukking bewerken. Zie Berekende dimensie toevoegen... hierboven voor meer informatie over berekende dimensies.
Instellingen voor geselecteerde dimensie

In deze groep vindt u instellingen voor afzonderlijke dimensies.
Voorwaarde inschakelen
Als dit selectievakje wordt ingeschakeld, wordt de dimensie dynamisch weergegeven of verborgen, afhankelijk van de waarde van een ingevoerde voorwaardelijke uitdrukking, door op de knop ... in het onderstaande tekstvak te klikken.

Onderdrukken als waarde NULL is
Als deze optie is ingeschakeld, wordt de geselecteerde dimensie in de Gebruikte dimensies erboven niet weergegeven in de grafiek als de waarde NULL is.
Alle waarden tonen
Schakel deze optie in om alle dimensiewaarden weer te geven ongeacht de selectie. Aangezien de uitdrukkingswaarde nul is voor uitgesloten dimensiewaarden, moet de optie Null- (leeg-)waarden weglaten op de pagina Presentatie worden uitgeschakeld zodat Alle waarden tonen werkt. Alle waarden weergeven is niet van toepassing als u een uitdrukking als een dimensie gebruikt.
Legenda tonen
Als Legenda tonen is ingeschakeld, worden de 'namen' van veldwaarden weergegeven langs de x-as.
Label
Als de optie Label is ingeschakeld, wordt de naam van het veld weergegeven. U kunt labels bewerken in het tekstvak eronder. De titel kan ook worden gedefinieerd als een berekende labeluitdrukking voor het dynamisch bijwerken van de labeltekst. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen. Hierin kunt u lange formules eenvoudiger bewerken.

Uitdrukkingssyntaxis voor berekende formules

Geavanceerd...
Met deze knop opent u het dialoogvenster Geavanceerde veldinstellingen met instellingen voor de afbeeldingsrepresentatie van veldwaarden en met speciale tekstzoekopties.

Advanced Field Settings

Opmerking
Een commentaarveld waarin de geselecteerde dimensie kan worden beschreven. De opmerking kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Pagina-einden
Deze instelling is alleen van toepassing op het gebruik van pagina-einden in de afdruk van een draaitabel of standaard tabel. Er zijn drie modi beschikbaar, met de volgende effecten:

Geen breekpunten
Hierbij worden alleen pagina-einden ingevoerd aan het einde van elke pagina, indien vereist.
Voorwaardelijk afbreken
Hiermee wordt een pagina-einde ingevoegd, tenzij alle rijen met de volgende dimensiewaarde op de huidige pagina passen.
Geforceerde breekpunten
Hiermee wordt een pagina-einde ingevoegd telkens wanneer de dimensiewaarde verandert.

Diagrameigenschappen: Dimensiegrenzen

Limieten

Hiermee beperkt u de waarden die worden weergegeven met de eerste uitdrukking
Deze eigenschappen worden gebruikt om te bepalen hoeveel dimensiewaarden worden weergegeven in de grafiek, op basis van instellingen die hieronder worden uitgevoerd.

Alleen tonen
Selecteer deze optie als u de het eerste, grootste of kleinste x aantal waarden wilt weergeven. Als deze optie is ingesteld op 5, worden er vijf waarden weergegeven. Als voor de dimensie Overige tonen is ingeschakeld, neemt het segment Overige één van de vijf weergaveposities in beslag.

Met de optie Eerste worden de rijen geretourneerd op basis van de opties die zijn geselecteerd op het tabblad Sorteren van het eigenschappenvenster. Als de grafiek een standaard tabel is, worden de rijen geretourneerd op basis van de primaire sortering op dat moment. Met andere woorden, een gebruiker kan de weergave van de waarden wijzigen door te dubbelklikken op een willekeurige kolomkop en die kolom tot de primaire sortering te maken.

De optie Grootste retourneert de rijen in aflopende volgorde gebaseerd op de eerste uitdruking in de grafiek. Bij gebruik in een strakke tabel blijven de weergegeven dimensiewaarden consistent terwijl de uitdrukkingen op interactieve wijze worden gesorteerd. De dimensiewaarden veranderen (mogelijk) als de volgorde van de uitdrukkingen worden gewijzigd.

De optie Kleinste retourneert de rijen in oplopende volgorde gebaseerd op de eerste uitdruking in de grafiek. Bij gebruik in een strakke tabel blijven de weergegeven dimensiewaarden consistent terwijl de uitdrukkingen op interactieve wijze worden gesorteerd. De dimensiewaarden veranderen (mogelijk) als de volgorde van de uitdrukkingen worden gewijzigd.

Voer het aantal weer te geven waarden in. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Alleen waarden tonen die gelijk zijn aan:
Selecteer deze optie om alle dimensiewaarden weer te geven die voldoen aan de opgegeven voorwaarde voor deze optie. Selecteer of u waarden wilt weergeven op basis van een percentage van het totaal of op basis van een exacte hoeveelheid. De optie relatief aan het totaal maakt een relatieve modus mogelijk die vergelijkbaar is met de optie Relatief op het tabblad Uitdrukkingen van het eigenschappenvenster. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Alleen waarden tonen die accumuleren tot:
Als deze optie is geselecteerd, worden alle rijen tot aan de huidige rij geaccumuleerd en wordt het resultaat vergeleken met de waarde die is ingesteld in de optie. De optie relatief aan het totaal maakt een relatieve modus mogelijk die vergelijkbaar is met de optie Relatief op het tabblad Uitdrukkingen van het eigenschappenvenster en vergelijkt de geaccumuleerde waarden (op basis van eerste, grootste of kleinste waarden) met het algehele totaal. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen. Selecteer Inclusief grenswaarden om de dimensiewaarde die de vergelijkingswaarde bevat, op te nemen.

Uitdrukkingssyntaxis voor berekende formules

Opmerking: Negatieve waarden worden niet meegenomen bij het berekenen van het totaal van de geaccumuleerde beperkingen. Wij adviseren uw geen relatieve beperkingen te gebruiken voor velden die negatieve waarden kunnen bevatten.
Opmerking: Als u een grens toevoegt aan een berekende dimensie en de gegevens worden gesorteerd op dezelfde berekende dimensie, wordt de dimensiegrens toegepast vóór de sorteervolgorde.
Opties Overige tonen
Als deze optie wordt ingeschakeld, resulteert dit in een segment Overige in de grafiek. Alle dimensiewaarden die niet aan de vergelijkingscriteria voor de weergavebeperkingen voldoen, worden gegroepeerd in het segment Overige. Als er dimensies zijn na de geselecteerde dimensie, wordt met Inwendige dimensies samenvouwen bepaald of individuele waarden voor de daarop volgende/inwendige dimensies worden weergegeven in de grafiek.

Label
Voer de naam in die moet worden weergegeven in de grafiek. Als geen tekst wordt ingevoerd, wordt de tekst van de uitdrukking gebruikt als label. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Totaal tonen
In de grafiek wordt een totaal weergegeven voor de geselecteerde dimensie als deze optie is ingeschakeld. Dit totaal gedraagt zich anders dan het uitdrukkingstotaal, dat nog steeds wordt geconfigureerd op het tabblad Uitdrukkingen van het eigenschappenvenster.

Label
Voer de naam in die moet worden weergegeven in de grafiek. Als geen tekst wordt ingevoerd, wordt de tekst van de uitdrukking gebruikt als label. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Algemene groeperingsmodus
Deze optie is alleen van toepassing op inwendige dimensies. Als deze optie is ingeschakeld, worden de beperkingen uitsluitend berekend voor de geselecteerde dimensie. Alle eerdere dimensies worden genegeerd. Als deze optie is uitgeschakeld, worden de beperkingen berekend op basis van alle voorafgaande dimensies.

Uitdrukkingstotalen vergeleken met dimensietotalen

Uitdrukkingstotalen en Dimensietotalen

Diagrameigenschappen: Uitdrukkingen

  • Wat moet de grootte van de staven, etc. voorstellen? Dit zijn de Uitdrukking(en) (bijv. som van NettoVerkoop).
  • Hoe moeten de gegevens worden gegroepeerd? Dit zijn de Dimensie(s) (bijv. per Land).
Opmerking: Het tabblad Uitdrukkingen verschilt per grafiek- en tabeltype. Als een optie grijs is, is deze niet beschikbaar voor het grafiek- of tabeltype.
Lijst met uitdrukkingen

De lijst met uitdrukkingen in het linker deelvenster is een complete boomstructuur met diverse besturingsopties.
Voor elke uitdrukking (of uitdrukkingsgroep) staat een uitvouwpictogram (een vierkantje met een ' + '). Door te klikken op het pictogram opent u de onderliggende subuitdrukkingen of kenmerkuitdrukkingen. Het pictogram verandert tegelijkertijd in een samenvouwpictogram ( '-'). Bepaalde tekenopties werken met subuitdrukkingen. Dit zijn twee of meer uitdrukkingen die samen het tekensymbool vastleggen (bijv. Aandelen of Boxplot, zie beschrijving hieronder).
Gegevens van een uitdrukking kunnen ook dynamisch worden opgemaakt met behulp van kenmerkuitdrukkingen. Klik op het uitvouwpictogram voor een uitdrukking om de aanduidingen voor kenmerkuitdrukkingen van de dimensies weer te geven. Dit zijn:

Achtergrondkleur
Bewerk de standaarduitdrukking voor Achtergrondkleur om de kenmerkuitdrukking te definiëren voor de berekening van de tekenkleur van het gegevenspunt. De berekende kleur heeft prioriteit ten opzicht van de standaardkleurselectie van QlikView. Als u gebruikmaakt van de kleurfuncties weet u zeker dat de kleur een geldige kleurrepresentatie is. Als het resultaat van de uitdrukking geen geldige kleurrepresentatie oplevert, wordt standaard zwart gebruikt als kleur. Op dezelfde wijze kunt u een aanvullende uitdrukking voor de Tekstkleur maken.

Kleurfuncties

Tekstkleur
Op dezelfde wijze als voor de achtergrondkleur (zie hierboven) kunt u een aanvullende uitdrukking voor de Tekstkleur maken.

Tekstopmaak
Bewerk de uitdrukking voor Tekstopmaak om een kenmerkuitdrukking in te voeren voor de berekening van de tekenstijl van tekst die is gekoppeld aan het gegevenspunt. (Voor tabellen: tekst in de tabelcel voor elke dimensiecel.) De berekende tekstopmaak heeft prioriteit ten opzichte van de stijl van de tabel die is gedefinieerd in Grafiekeigenschappen: Stijl. De uitdrukking die wordt gebruikt voor de tekstopmaak moet een tekenreeks opleveren met “<B>” voor vette tekst, “<I>” voor cursieve tekst en/of “<U>” voor onderstreepte tekst. Plaats = voor de tekenreeks.

Uitgelicht cirkelsegment
Klik op Cirkelgrafiek-pop-out om een kenmerkuitdrukking in te voeren waarmee wordt berekend of het segment van de cirkelgrafiek dat is toegewezen aan het gegevenspunt, moet worden getekend in een benadrukte 'pop-out'-positie. Een kenmerkuitdrukking van dit type heeft alleen effect op cirkelgrafieken.

Startpunt staafdiagram
Klik op Startpunt staafdiagram om een kenmerkuitdrukking in te voeren voor de berekening van een beginwaarde voor de staaf die of het staafsegment dat is toegewezen aan het gegevenspunt. De beginwaarde kan positief of negatief zijn. De staaf of het segment wordt met deze waarde verschoven. Dit is bijvoorbeeld nuttig als u zogenaamde watervalgrafieken maakt. Een kenmerkuitdrukking van dit type heeft alleen effect op staafgrafieken.

Lijnstijl
Klik op Lijnstijl om een kenmerkuitdrukking in te voeren voor de berekening van de lijnstijl voor de lijn of het lijnsegment die of dat aan het gegevenspunt is gekoppeld. Een kenmerkuitdrukking van dit type heeft alleen effect op lijn-, combinatie- en radardiagrammen. De relatieve breedte van de lijn kan worden ingesteld met de tag <Wn>, waarbij n een vermenigvuldigingsfactor is die wordt toegepast op de standaardlijnbreedte van de grafiek. De waarde n moet een reëel getal tussen 0,5 en 8 zijn. Voorbeeld: <W2.5>. U kunt de stijl van de lijn instellen door de tag <Sn> in te voegen, waarbij n een geheel getal is tussen 1 en 4 dat de gewenste stijl aangeeft (1=ononderbroken, 2=streepjes, 3=gestippeld, 4=stippel/streep). Voorbeeld: <S3>. De tags <Wn> en <Sn> kunnen vrijelijk worden gecombineerd, maar alleen de tag die het eerst is opgegeven, wordt toegepast. De tags moeten tussen enkele aanhalingstekens staan.

Waarde tonen
Klik op Waarde tonen om een kenmerkuitdrukking in te voeren waarmee wordt berekend of het getekende gegevenspunt moet worden aangevuld met een 'waarde op gegevenspunt', zelfs als Waarden op gegevenspunten niet is geselecteerd voor de primaire uitdrukking. Als Waarden voor gegevenspunten is geselecteerd voor de primaire uitdrukking, wordt de kenmerkuitdrukking genegeerd. Een kenmerkuitdrukking van dit type heeft alleen effect op combinatiegrafieken en lijn-, cirkel-, trechter- en radargrafieken.

Toevoegen Klik op de knop Toevoegen als u nieuwe uitdrukkingen en subuitdrukkingen wilt maken. De optie is ook beschikbaar in het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de rechtermuisknop in de lijst met uitdrukkingen klikt.
Verwijderen Klik op de knop Verwijderen om eerder gemaakte uitdrukkingen te verwijderen uit de lijst. De optie is ook beschikbaar in het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de rechtermuisknop op een uitdrukking in de lijst met uitdrukkingen klikt.
Kopiëren De optie Kopiëren is alleen beschikbaar in het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de rechtermuisknop op een uitdrukking of een sub-/attribuutuitdrukking in de lijst met uitdrukkingen klikt. Als u deze opdracht in een hoofduitdrukking gebruikt, worden alle gegevens en instellingen voor de uitdrukking (inclusief label) als XML naar het Klembord gekopieerd. De uitdrukking kan vervolgens worden teruggeplakt in dezelfde grafiek, of in een andere QlikView-grafiek in het hetzelfde of een ander document. Als u de opdracht voor een kenmerkuitdrukking gebruikt, wordt alleen de definitie van de kenmerkuitdrukking gekopieerd. Een kenmerkuitdrukking kan vervolgens worden geplakt in een hoofduitdrukking in dezelfde of een andere grafiek.
Exporteren... De optie Exporteren... is alleen beschikbaar in het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de rechtermuisknop op een uitdrukking in de lijst met uitdrukkingen klikt. Als u deze opdracht in een hoofduitdrukking gebruikt, kunt u alle gegevens en instellingen voor de uitdrukking (inclusief label) naar een XML-bestand exporteren. De uitdrukking kan vervolgens worden teruggeïmporteerd in dezelfde grafiek, of in een andere QlikView-grafiek in het hetzelfde of een ander document. Met deze opdracht opent u het dialoogvenster Uitdrukking exporteren als, waarin u het doel voor het exportbestand kunt kiezen. Het bestand krijgt de extensie Ex.xml.
Plakken De optie Plakken is alleen beschikbaar in het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de rechtermuisknop op een uitdrukking of sub-/attribuutuitdrukkingen in de lijst met uitdrukkingen klikt. Als u een hoofduitdrukking eerder naar het Klembord hebt gekopieerd, kunt u deze in het lege gebied in de lijst met uitdrukkingen plakken. Hiermee maakt u een nieuwe uitdrukking die identiek is aan de gekopieerde uitdrukking. Als u een kenmerkuitdrukking hebt gekopieerd, kunt u deze in een hoofduitdrukking plakken.
Importeren De optie Importeren is alleen beschikbaar in het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de rechtermuisknop in het lege gebied in de lijst met uitdrukkingen klikt. Met deze opdracht opent u een dialoogvenster waarin u kunt bladeren naar eerder geëxporteerde uitdrukkingen. De geïmporteerde uitdrukking wordt als een nieuwe uitdrukking in de grafiek weergegeven.
Naar boven
Naar beneden
Als meerdere uitdrukkingen worden weergegeven, kunt u deze sorteren met de knoppen Naar boven en Naar beneden. Hiermee past u de volgorde aan waarin kolommen en dergelijke worden weergegeven in de grafiek.
Groeps- Met de knop Groep kunt u uitdrukkingen groeperen in een of meer cyclische groepen. Dit is alleen mogelijk als er twee of meer uitdrukkingen beschikbaar zijn. In de QlikView-opmaak kunt u de uitdrukkingen doorlopen die bij één groep horen door te klikken op het cycluspictogram dat wordt weergegeven in de grafiek (= Cyclusgroep). Klik met de rechtermuisknop op dit cycluspictogram om een pop-up-lijst te openen met de uitdrukkingen die horen bij de groep en momenteel niet worden gebruikt. Selecteer een uitdrukking in de lijst.
Opmerking:

Verwar Cyclusgroep niet met cyclische groepen!

Niet-hiërarchische groepen (cyclisch)

Groep opheffen Door een uitdrukking te selecteren die hoort bij een groep, en op Groep opheffen te klikken, haalt u de uitdrukking op uit de groep. Als er na extractie maar één uitdrukking overblijft in de cyclusgroep, wordt deze laatste uitdrukking ook opgehaald en wordt de groep verwijderd.
Activeren Als u deze optie uitschakelt, wordt de uitdrukking weggelaten uit de grafiek.
Relatief Als u deze optie inschakelt, worden de resultaten in de grafiek weergegeven als percentages in plaats van absolute getallen. Deze optie is niet beschikbaar voor draaitabellen.
Onzichtbaar Door deze optie in te schakelen, verhindert u dat deze uitdrukking wordt getekend, maar blijft de ruimte behouden die is toegewezen aan de uitdrukking.
Voorwaardelijk Als dit selectievakje wordt ingeschakeld, kunt u een voorwaarde definiëren op basis van de huidige selectie, die bepaalt of de uitdrukking al dan niet moet worden weergegeven. Als de voorwaarde TRUE of NULL is, wordt de uitdrukking weergegeven. Als de voorwaarde FALSE is, wordt de uitdrukking niet weergegeven.
Label Vóór het label van de uitdrukking worden door een of meer pictogrammen het gebruikte grafiektype en/of de geselecteerde Weergaveopties aangegeven voor de uitdrukking (zie hieronder).
Definitie Geeft de samenstelling van de geselecteerde uitdrukking weer. U kunt de uitdrukking direct in dit vak bewerken. Als u op de knop ... klikt, wordt het dialoogvenster Uitdrukking bewerken geopend.
Opmerking In dit opmerkingenveld kan de maker van de uitdrukking het doel en de functie ervan beschrijven.
Weergaveopties Met deze groep wijzigt u de wijze waarop gegevenspunten worden getekend of wat wordt ingevoerd in de uitdrukkingscellen van grafiektabellen. Houd er rekening mee dat niet alle opties beschikbaar zijn voor alle grafiektypen, dat sommige opties niet kunnen worden gecombineerd en dat sommige opties een of meer aanvullende uitdrukkingen gebruiken om complexe grafieken te tekenen.

Staaf
De waarden van de geselecteerde uitdrukking worden weergegeven als staven. Deze optie is alleen beschikbaar voor staafgrafieken en combinatiegrafieken.

Symbool
De waarden van de geselecteerde uitdrukking worden weergegeven als symbolen. Deze optie is alleen beschikbaar voor lijngrafieken en combinatiegrafieken. Kies een van de symbolen in de vervolgkeuzelijst.

Lijn
De waarden van de geselecteerde uitdrukking worden weergegeven als een lijn. Deze optie is alleen beschikbaar voor lijngrafieken en combinatiegrafieken. Kies tussen Normaal, Glad en drie verschillende Plateau-lijnen in de vervolgkeuzelijst.

Voorraad
Schakel deze optie in als de uitdrukking moet worden getekend als beurswaarde. Voor de uitdrukking staat het eigen pictogram in de lijst Uitdrukkingen en de uitdrukking wordt weergegeven als lege tijdelijke aanduiding met vier subuitdrukkingen. De eerste subuitdrukking wordt gebruikt om de hoogste koers van het aandeel te tekenen. De tweede subuitdrukking wordt gebruikt voor de laagste koers. De aandelenkoers kan alleen worden getekend als deze twee subuitdrukkingen geldige definities bevatten. De derde subuitdrukking is optioneel en wordt gebruikt voor de slotkoers van de beurswaarde. De vierde subuitdrukking is optioneel en wordt gebruikt voor de openingskoers van de beurswaarde. Er worden automatisch nieuwe lege subuitdrukkingen gemaakt als de optie Aandelen wordt ingeschakeld voor de uitdrukking. Als de optie Aandelen is ingeschakeld voor een uitdrukking, kunt u niet Staaf, Lijn, Symbool, Boxplot of Bevat foutbalken selecteren voor dezelfde uitdrukking. Aandelen kan niet worden geselecteerd voor een uitdrukking als een van deze opties al is geselecteerd voor de uitdrukking. Deze is alleen beschikbaar voor combinatiegrafieken.

Boxplot
Schakel deze optie in als de uitdrukking moet worden getekend als boxplot. Deze optie wordt vaak gebruikt voor de weergave van statistische gegevens. Voor de uitdrukking staat het eigen pictogram in de lijst Uitdrukkingen en de uitdrukking wordt weergegeven als lege tijdelijke aanduiding met vijf subuitdrukkingen. De eerste subuitdrukking wordt gebruikt om het hoogste punt van de boxplot te tekenen. De tweede subuitdrukking wordt gebruikt voor het laagste punt van de boxplot. De boxplot kan alleen worden getekend als deze twee uitdrukkingen geldige definities bevatten. De derde tot en met vijfde subuitdrukking zijn optioneel. Bij gebruik definiëren deze subuitdrukkingen een mediaan, een bovenste whisker en een onderste whisker. Een veelgebruikte extensie voor de boxplot zijn zogenaamde uitbijters voor extreme waarden. Uitbijters kunnen worden gemaakt door afzonderlijke uitdrukkingen te tekenen als symbool. Er worden automatisch nieuwe lege subuitdrukkingen gemaakt als Boxplot wordt gemarkeerd voor de hoofduitdrukking. Als de optie Boxplot is ingeschakeld voor een uitdrukking, kunt u niet Staaf, Lijn, Symbool, Boxplot of Bevat foutbalken selecteren voor dezelfde uitdrukking. Boxplot kan niet worden geselecteerd voor een uitdrukking als een van deze opties al is geselecteerd voor de uitdrukking. Deze is alleen beschikbaar voor combinatiegrafieken.

Bevat foutbalken
Schakel deze optie in als u een of twee uitdrukkingen die volgen op de geselecteerde uitdrukking, wilt gebruiken als aanvullende uitdrukking voor foutbalken die worden getekend boven op de gegevenspunten van de primaire uitdrukking. Als Symmetrisch is geselecteerd, wordt er maar een aanvullende uitdrukking gebruikt en symmetrisch getekend rond het gegevenspunt. Als Asymmetrisch is geselecteerd, worden er twee aanvullende uitdrukkingen gebruikt en boven respectievelijk onder het gegevenspunt getekend. De uitdrukkingen voor de foutbalk moeten positieve getallen opleveren. De aanvullende uitdrukkingen voor foutbalken worden voorafgegaan door hun eigen pictogrammen (symmetrisch), (asymmetrisch hoog) of (asymmetrisch laag) in de lijst Uitdrukkingen. Ze kunnen niet voor andere doeleinden worden gebruikt in de grafiek. Als er geen uitdrukkingen zijn gedefinieerd na de geselecteerde uitdrukking, worden automatisch nieuwe aanvullende dummy uitdrukkingen gemaakt. Deze optie is alleen beschikbaar voor staaf- en lijngrafieken en combinatiegrafieken.

Waarden voor gegevenspunten
Schakel deze optie in als het resultaat van de uitdrukking als tekst boven op de gegevenspunten moet worden getekend. Deze optie is alleen beschikbaar voor staaf-, lijn-, combinatie- en cirkelgrafieken. Bij cirkelgrafieken wordt de waarde naast de segmenten weergegeven.

Tekst op as
Schakel deze optie in als het resultaat van de uitdrukking moet worden getekend als tekst op elke waarde op de x-as, de as en de aslabels. Deze optie is alleen beschikbaar voor staaf- en lijngrafieken en combinatiegrafieken.

Tekst als pop-up
Schakel deze optie in als het resultaat van de uitdrukking moet worden getoond in het pop-upbericht dat verschijnt als de muisaanwijzer over een gegevenspunt in een grafiek in de opmaak beweegt. Deze optie kan in combinatie met of zonder de andere weergaveopties worden gebruikt. U kunt dus instellen dat een uitdrukking niet in de grafiek zelf wordt getoond, maar wel verschijnt als pop-upballon.
Weergaveopties

Representatie
Deze optie is alleen beschikbaar voor standaard tabellen en draaitabellen.

Tekst
De waarden van de uitdrukking worden altijd geïnterpreteerd en weergegeven als tekst.

Afbeelding
Als deze optie is geselecteerd, probeert QlikView elke uitdrukkingswaarde te interpreteren als een verwijzing naar een afbeelding. Deze referentie kan een pad naar een afbeeldingsbestand op schijf zijn (bijvoorbeeld C:\Foto1.jpg) of in het qvw-document zelf (bijvoorbeeld qmem://<Naam>/<Peter>). Als QlikView een uitdrukkingswaarde niet kan interpreteren als geldige afbeeldingsreferentie, wordt de waarde zelf weergegeven, tenzij de optie Tekst verbergen als afbeelding ontbreekt is ingeschakeld.

Ronde meter, Lineaire meter, Verkeerslichtmeter, LED-meter
Met deze meteropties wordt het meterdiagram als afbeelding getoond in de beschikbare tabelcel. De opmaak van de meter kan worden aangepast in het dialoogvenster Grafiekeigenschappen: Presentatie. U opent dit venster door op de knop Meterinstellingen te klikken.

Mini-grafiek
Met deze optie geeft QlikView de uitdrukkingswaarden in een staaf- of lijndiagram weer. De grafiek wordt getoond in de beschikbare tabelcel. Klik op de knop Instellingen minigrafiek voor de grafiek om de visuele instellingen voor de meter te wijzigen. Deze optie is alleen beschikbaar voor standaard tabellen.

Mini chart settings

Opmerking: De minigrafiek wordt niet weergegeven bij het exporteren naar Excel!

Koppeling
Selecteer deze optie als u in het veld Definitie een uitdrukking wilt invoeren die een klikbare koppeling in de tabelcel maakt. De uitdrukking moet een tekst opleveren die kan worden geïnterpreteerd als Weergavetekst<url>Linktekst. De Weergavetekst wordt weergegeven in de tabelcel en de Linktekst is de koppeling die wordt geopend in een nieuw browservenster. Als er een koppeling is gedefinieerd, wordt de waarde in de tabelcel onderstreept. Als er geen koppeling is gedefinieerd, wordt de waarde niet onderstreept. Houd er rekening mee dat het niet mogelijk is om selecties te maken in een cel met Link als weergavemodus. Als u op de knop ... klikt, wordt het dialoogvenster Uitdrukking bewerken geopend.
Voorbeelden:
=Naam & '<url>' & Koppeling
=Naam & '<url>www.qlikview.com'
waarbij Naam en Koppeling tabelvelden zijn die in het script worden geladen.

Afbeeldingsopmaak
Alleen beschikbaar wanneer de optie Afbeelding hierboven is geselecteerd. Deze optie is alleen beschikbaar voor standaard tabellen en draaitabellen. Met deze instelling bepaalt u hoe een afbeelding in de cel moet worden gepast. Er zijn vier opties: 

Niet uitrekken
Als u deze optie selecteert, wordt de afbeelding in de originele vorm weergegeven, zonder uitrekken. Hierdoor kunnen delen van de afbeelding onzichtbaar blijven of kan slechts een gedeelte van de cel worden opgevuld.
Opvullen
Als u deze optie selecteert, wordt de afbeelding uitgerekt om de cel op te vullen, zonder dat er rekening wordt gehouden met de hoogte/breedteverhouding van de afbeelding.
Hoogte/breedteverhouding behouden
Als u deze optie selecteert, wordt de afbeelding zo veel mogelijk uitgerekt om de cel op te vullen, waarbij de correcte hoogte-breedteverhouding van de afbeelding behouden blijft.
Vullen met behoud van hoogte/breedte
Als u deze optie selecteert, wordt de afbeelding uitgerekt om de cel in beide richtingen op te vullen, waarbij de correcte hoogte/breedteverhouding van de afbeelding behouden blijft. De afbeelding wordt in één richting afgesneden.
Accumulatie

Met de opties in deze groep bepaalt u of de waarden in de grafiek moeten worden geaccumuleerd. In een geaccumuleerde grafiek wordt elke y-waarde opgeteld bij de y-waarde van de volgende x-waarde. In een geaccumuleerde staafgrafiek waarin de som van de verkopen per jaar wordt weergegeven. De waarde voor het jaar 1996 wordt bijvoorbeeld toegevoegd aan de waarde voor het jaar 1997. Als uw grafiek meerdere uitdrukkingen bevat, selecteert u de uitdrukking waarvan de waarden moeten worden geaccumuleerd in de lijst met uitdrukkingen. Accumulatie is niet beschikbaar voor draaitabellen.

Geen accumulatie
Als deze optie is geselecteerd, worden de y-waarden van de geselecteerde grafiekuitdrukking niet geaccumuleerd.

Volledige accumulatie
Als deze optie is geselecteerd, accumuleert elke y-waarde alle eerdere y-waarden van de uitdrukking. Zie boven onder Accumulatie. Volledige accumulatie werkt niet voor meerdere dimensies die Null- of 0-waarden bevatten.

Opmerking: Volledige accumulatie werkt niet als de grafiektrellis is ingeschakeld.

n stappen terug accumuleren
Door een getal in te voeren in het veld stelt u het aantal y-waarden in de uitdrukking in dat moet worden geaccumuleerd. Zie boven onder Accumulatie.

Modus Totaal

Deze groep is uitsluitend ingeschakeld voor de geselecteerde uitdrukking voor grafiekobjecten in standaard tabellen. Er zijn drie mogelijke instellingen:

Geen totalen
Er worden geen totalen berekend voor de geselecteerde uitdrukking.
Uitdrukkingstotaal
Het totaal van de uitdrukking wordt geëvalueerd op het volgende niveau. Als een uitdrukking bijvoorbeeld het gemiddelde maandsalaris van een aantal medewerkers genereert, genereert Uitdrukkingstotaal het totale gemiddelde van alle salarissen.
F(x) van rijen
Als deze optie is ingeschakeld, worden de afzonderlijke waarden van elk gegevenspunt (elke staaf in een staafdiagram, elke rij in een standaard tabel, enzovoort) voor de geselecteerde uitdrukking geaggregeerd met behulp van de aggregatiefunctie die in de vervolgkeuzelijst is geselecteerd (in het algemeen getotaliseerd) .

Opmerking: De waarde van Eerste tekenreeks of Laatste tekenreeks is de hoogste of laagste waarde, in alfanumerieke volgorde, die te vinden is in de tabel. De alfanumerieke volgorde begint met 0 t/m 9, gevolgd door A t/m Z.
Breedte staafrand Hiermee legt u de breedte vast van de kaderlijn rond staven die door deze uitdrukking worden getekend in staafgrafieken en combinatiegrafieken. De waarde kan worden opgegeven in mm, cm, inches (", inch), pixels (px, pxl, pixel), punten (pt, pts, point) of docunits (du, docunit).
Uitdrukkingen als legenda Als meerdere uitdrukkingen worden gebruikt, kunt u deze optie inschakelen om een legenda met de uitdrukkingen en de bijbehorende kleuren naast de grafiek weer te geven.
Trendlijnen

In geselecteerde QlikView-grafieken kunnen tekeningen van uitdrukkingen worden aangevuld met statistische trendlijnen of worden vervangen door statistische trendlijnen. Trendlijnen kunnen alleen worden weergegeven in spreidings- en lijngrafieken, en in staafgrafieken/combinatiegrafieken waarin maximaal een dimensie en een uitdrukking worden weergegeven als staven. Voor de overige grafieken zijn de instellingen in de groep Trendlijnen niet beschikbaar en hebben ze ook geen effect. In spreidingsgrafieken worden de gegevenspunten behandeld alsof y=f(x). Voor staaf- en lijngrafieken en combinatiegrafieken mag u alle opties onder Weergaveopties uitschakelen en toch trendlijnen toevoegen. Deze worden dan getekend zonder de onderliggende gegevenspunten. Trendlijnen in staaf- en lijngrafieken en combinatiegrafieken kunnen worden geëxtrapoleerd door een interval voor de voorspelling en/of extrapolatie naar links op te geven (pagina Assen). De geëxtrapoleerde lijnen worden gestippeld weergegeven. Trendlijnen in grafieken met een discrete x-as worden getoond als lijnen met symbolen. Op een ononderbroken as wordt alleen de lijn getoond.

Gemiddeld
Het gemiddelde wordt getekend als een rechte lijn.
Lineair
Er wordt een lineaire regressielijn getekend.
Polynoom van 2e graad
Er wordt een polynomiale trendlijn van de tweede graad getekend.
Polynoom van 3e graad
Er wordt een polynomiale trendlijn van de derde graad getekend.
Polynoom van 4e graad
Er wordt een polynomiale trendlijn van de vierde graad getekend.
Exponentieel
Er wordt een exponentiële trendlijn getekend.
Vergelijking tonen
Als deze optie is ingeschakeld voor een specifieke uitdrukking, worden de trendlijnen voor de uitdrukking aangevuld met de als tekst in de grafiek weergegeven vergelijking voor de trendlijn.
R2 tonen
Als deze optie is ingeschakeld voor een specifieke uitdrukking, worden de trendlijnen voor de uitdrukking aangevuld met de als tekst in de grafiek weergegeven determinatiecoëfficient.

Lineaire regressie in tabelgrafieken

Diagrameigenschappen: Sorteren

De pagina Diagrameigenschappen: Sorteren voor standaard tabellen bevat enigszins afwijkende opties.

Diagrameigenschappen: Sorteren (standaardtabel)

Y-waarde Dimensiewaarden worden gesorteerd op de numerieke waarde van de y-as. Deze optie is niet beschikbaar voor berekende dimensies.
Status Dimensiewaarden worden gesorteerd op hun logische status. Hierbij komen geselecteerde waarden voor optionele waarden, voor uitgesloten waarden.
Uitdrukking Dimensiewaarden worden gesorteerd op de uitdrukking die is ingevoerd in het tekstvak onder deze sorteeroptie.
Frequentie Dimensiewaarden worden gesorteerd op het aantal instanties in de tabel.
Numerieke waarde Dimensiewaarden worden gesorteerd op hun numerieke waarde.
Tekst Dimensiewaarden worden gesorteerd op alfabetische volgorde.
Volgorde van laden Dimensiewaarden worden gesorteerd op het tijdstip waarop ze voor het eerst werden geladen.

Diagrameigenschappen: Stijl

Weergave Kies een van de beschikbare stijlen. In sommige gevallen wordt daarmee niet alleen de weergave van de grafiek beïnvloed, maar ook de functionaliteit.
Stand Stel de stand van de grafiek in: verticaal of horizontaal.
Subtype In deze groep wordt de modus ingesteld, Gegroepeerd of Gestapeld voor staafgrafieken; Bedekt of Gestapeld voor radargrafieken. Deze instelling is alleen zinvol als in het diagram twee dimensies of één dimensie en meerdere uitdrukkingen worden weergegeven. Negatieve waarden in gestapelde staven worden afzonderlijk omlaag onder x-as gestapeld. Bij gebruik van doorlopende assen in staafdiagrammen is een gestapelde lay-out de enige toegestane lay-out.

Op de presentatie van staafgrafieken met meerdere dimensies en uitdrukkingen zijn de volgende principes van toepassing:
  • Op de x-as kunnen maximaal twee dimensies worden getoond.
  • Een derde dimensie kan worden getoond met meerkleurige gestapelde staven.
  • Alleen in tabelgrafieken kunnen meer dan drie dimensies worden weergegeven.
  • Als er twee of meer uitdrukkingen zijn geactiveerd, worden de twee eerste dimensies getoond op de x-as en wordt de uitdrukking getoond met meerkleurige gestapelde staven.
  • Als er twee of meer uitdrukkingen zijn geactiveerd en de subgroep is ingesteld op gestapeld, worden alle uitdrukkingen binnen één stapel berekend op basis van één as (standaard de linkeras). Dit is zelfs het geval als u één uitdrukking instelt voor berekening op basis van de linkeras en één voor berekening op basis van de rechteras.
 

In de volgende tabel wordt getoond hoe subtypen worden gepresenteerd met meerdere dimensies en uitdrukkingen.

Dimensies Uitdrukkingen Subtype
1 1 Eén staaf
1 2 of meer Uitdrukkingen worden gegroepeerd of gestapeld
2 1 Dimensies worden gegroepeerd of gestapeld
2 2 of meer Dimensies worden gegroepeerd
3 1 1e en 2e dimensie worden gegroepeerd, 3e dimensie wordt gestapeld
3 2 of meer 1e en 2e dimensie worden gegroepeerd, uitdrukkingen worden gestapeld
4 1 1e en 2e dimensie worden gegroepeerd, 3e dimensie wordt gestapeld
4 2 of meer 1e en 2e dimensie worden gegroepeerd, uitdrukkingen worden gestapeld
3D-weergave Met de instellingen in deze groep legt u de hoek vast van waaruit het diagram wordt bekeken in 3D-modi.
Bovenhoek
Hiermee definieert u de verticale hoek van de 3D-weergave. De waarde moet een geheel getal tussen 5 en 45 zijn.
Zijhoek
Hiermee definieert u de zijhoek van de 3D-weergave. De waarde moet een geheel getal tussen 5 en 45 zijn.
Kleurstijl van tekengebied Met deze keuzelijst kunt u kleurstijl instellen voor alle tekenkleuren in het diagram. Als u een stijl selecteert in de keuzelijst, worden alle kleuren onder kleurenkaart op de pagina Kleuren gewijzigd in de geselecteerde stijl. De wijziging wordt direct toegepast. De instelling zelf wordt niet opgeslagen tot de volgende keer dat u deze pagina van het dialoogvenster opent. De basiskleuren in de kleurkaart worden niet gewijzigd. De instelling Kleurstijl van tekengebied is niet beschikbaar voor alle diagramweergaven. De volgende opties zijn beschikbaar:
Effen kleur
Alle kleuren in de kleurenkaart worden ingesteld als effen kleuren.
Donker kleurverloop
Alle kleuren in de kleurenkaart worden ingesteld als kleurverloop richting zwart.
Licht kleurverloop
Alle kleuren in de kleurenkaart worden ingesteld als kleurverloop richting een lichtere toon.
Glanzend
Alle staven krijgen een glanzend aanzien.
Achtergrondstijl van tekengebied Met deze optie kunt u het uiterlijk van de achtergrond van het tekengebied wijzigen. Deze instelling is alleen beschikbaar voor diagrammen met een tekengebied. De volgende opties zijn beschikbaar:
Kader
Er wordt een kader getekend rond het tekengebied.
Schaduw
Deze optie geeft een schaduweffect op de achtergrond van het tekengebied.
Minimaal
Bij deze optie wordt de achtergrond van het tekengebied verwijderd.
Voorbeeld Geeft een voorbeeld van de visuele basiseigenschappen van de grafiek.

Diagrameigenschappen: Presentatie (staaf-, lijn-, combinatie-, radar-, mekko-diagram)

Staafafstand (-6 -8) Hiermee stelt u de afstand tussen de staven in de groep in. Een negatief getal resulteert in overlappende staven. Waarden tussen -6 en 8 zijn toegestaan.
Afstand tussen staven (0 - 8) Hiermee wordt de afstand tussen gegroepeerde waarden in een gegroepeerde staafgrafiek aangegeven. Waarden tussen 0 en 8 zijn toegestaan.
Dunne staven toestaan Voor grafieken met een onderbroken X-as worden in QlikView slechts zoveel gegevenspunten weergegeven als in het beschikbare tekengebied passen. De overige gegevenspunten vallen buiten de grafiek. Staven worden standaard getekend met een minimale breedte van vier pixels, zodat ze goed te onderscheiden zijn. Schakel deze optie in om de staven te comprimeren tot een breedte van 1 pixel.
Alle staven tonen Voor grafieken met een onderbroken X-as worden in QlikView slechts zoveel gegevenspunten weergegeven als in het beschikbare tekengebied passen. De overige gegevenspunten vallen buiten de grafiek. Schakel deze optie in om alle gegevenspunten te laten tekenen. Staven kunnen worden gecomprimeerd (zoals voor Dunne staven toestaan) en sommige kunnen ook gedeeltelijk door andere worden bedekt.
Max. getoond aantal waarden In dit vak legt u het maximale aantal gegevenspunten vast waarvoor waarden worden getoond in de grafiek. Als er geen limiet is opgegeven, worden voor alle gegevenspunten waarden weergegeven. Hierdoor kan de grafiek minder overzichtelijk worden.
Verticaal De waarden worden verticaal weergegeven.
Plotwaarden binnen segmenten Als u deze optie selecteert, worden waarden voor gegevenspunten niet boven de segmenten getoond, maar in de segmenten.
Totaal toch boven weergeven Als dit selectievakje wordt ingeschakeld, wordt bovendien boven aan elke balk van een gestapelde staafgrafiek de totale waarde weergegeven. Deze optie is alleen beschikbaar als u Plotwaarden binnen segmenten hebt geselecteerd.
Breedte Hiermee geeft u de breedte van foutbalken op.
Dikte Hiermee geeft u de dikte van foutbalken op.
Kleur Hiermee stelt u een kleur voor foutbalken in.
Lijndikte Hiermee wordt de dikte van de lijn bepaald als een lijnweergave is opgegeven. De waarde kan worden opgegeven in mm, cm, inches (", inch), pixels (px, pxl, pixel), punten (pt, pts, point) of docunits (du, docunit).
Symboolgrootte Hiermee wordt de grootte van symbolen bepaald als een symboolweergave is opgegeven.
Breedte van de trendlijn Hiermee wordt de breedte van de trendlijnen opgegeven.
Volledige symbolenset gebruiken Hiermee krijgt u meer symboolweergaven tot uw beschikking (ringen, driehoekjes, etc.)
Halfdoorzichtig Schakel deze optie in als u gevulde lijnen halfdoorzichtig getekend wilt hebben.
Pop-up-labels Schakel deze optie in om de corresponderende dimensiewaarde in een pop-upvenster te tonen wanneer de muisaanwijzer over een waarde beweegt.
Markeren Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden symbolen en/of lijnen gemarkeerd wanneer u de muisaanwijzer erboven houdt. Een eventuele legenda in de grafiek wordt ook gemarkeerd, zodat u een waarde tussen andere overlappende waarden beter kunt onderscheiden.
Nulwaarden (leeg) weglaten Met deze optie verwijdert u dimensies die leeg zijn of alleen nullen bevatten. Deze optie is standaard ingeschakeld.
Nul op staven
Deze optie is alleen van toepassing als Null- (leeg-)waarden weglaten is uitgeschakeld. Als het selectievakje is ingeschakeld en Waarden voor gegevenspunten is geselecteerd voor de diagramuitdrukking onder Weergaveopties op de pagina Diagrameigenschappen: Uitdrukkingen, worden nulwaarden als tekst boven de gegevenspunten weergegeven. In de overige gevallen worden nulwaarden weggelaten.
Ontbrekende waarden weglaten Als deze optie is ingeschakeld, worden alle combinaties van dimensievelden waaraan alleen lege waarden zijn toegewezen in alle uitdrukkingen, genegeerd in de berekening. Deze optie is standaard ingeschakeld. In speciale gevallen kan het zinvol zijn de optie uit te schakelen, bijvoorbeeld om lege waarden in een grafiek te tellen.
Legenda tonen

Schakel deze optie in om een legenda op te nemen in de grafiek (standaard ingeschakeld). U kunt de legenda ook wijzigen door op de knop Instellingen... te klikken. Als de grafiek geen dimensies heeft maar wel diverse uitdrukkingen, worden de uitdrukkingen op de as weergegeven als u dit selectievakje uitschakelt.

Legenda beperken (tekens) Schakel dit selectievakje in om de lengte van de tekenreeksen met dimensiewaarden te beperken die worden weergegeven op assen en in de legenda van de grafiek. Als waarden worden afgekapt, wordt aan het einde ... weergegeven.
Schuifbalk voor x-as tonen Schakel dit selectievakje in als u in plaats van de x-as een schuifbalk wilt weergeven. Met de schuifbalk bladert u naar de selectie van x-aswaarden die worden weergegeven. Het aantal waarden dat wordt getoond, wordt ingesteld onder Bij aantal items groter dan.
Omgekeerd Als u dit selectievakje inschakelt, worden de waarden in omgekeerde volgorde weergegeven.
Toevoegen Hiermee opent u het dialoogvenster Referentielijnen, waarin u een nieuwe referentielijn in de grafiek kunt maken.
Bewerken Selecteer een bestaande referentielijn in de lijst en klik op deze knop om de eigenschappen te bewerken in het dialoogvenster Referentielijnen.
Verwijderen Selecteer een bestaande referentielijn in de lijst en klik op deze knop om de referentielijn te verwijderen uit de lijst.
Toevoegen Hiermee opent u het dialoogvenster Grafiektekst, waarin u een nieuwe grafiektekst kunt maken.
Bewerken Selecteer een bestaande tekst in de lijst en klik op deze knop om de eigenschappen te bewerken in het dialoogvenster Grafiektekst.
Verwijderen Selecteer een bestaande tekst in de lijst en klik op deze knop om de tekst te verwijderen uit de lijst.

Formaat en positie van grafiekcomponenten wijzigen

Assen

Op de pagina Assen stelt u de weergave-eigenschappen van de x- en y-as in. Deze pagina is gelijk aan de pagina Assen voor de staafgrafiek en enkele andere objecten.

Diagrameigenschappen: Kleuren

De pagina Diagrameigenschappen: Kleuren opent u door met de rechtermuisknop op een diagramvenster te klikken en de opdracht Eigenschappen te kiezen in het menu Object.

In de groep Gegevensweergave kunt u tot 18 verschillende kleuren toewijzen aan waarden in de dimensievelden van grafieken.

Kleuren 1 - 18 Een kleur kan worden gedefinieerd als een effen kleur of als kleurovergang. U kunt een kleur aanpassen door op de bijbehorende knop te klikken om het dialoogvenster Kleurgebied te openen.
Met de knop Standaardkleuren ophalen herstelt u de standaardinstellingen van QlikView voor de kleurenkaart.
Met de knop Kleurwijziging ongedaan maken herstelt u de kleurinstellingen die van toepassing waren op het moment dat u dit dialoogvenster opende.
Met de knop Geavanceerd... opent u het dialoogvenster Geavanceerde kleurenkaart, waarin kleurenkaarten kunnen worden ingesteld en opgehaald op het niveau van werkblad, document en gebruiker, en op het QlikView-standaardniveau.
Meerkleurig Als u deze optie uitschakelt, krijgen alle balken dezelfde kleur.
Kleuren bij selectie behouden Als u deze optie inschakelt, worden de kleurdefinities vergrendeld. Dit betekent dat aan elke waarde permanent een kleur is toegewezen.
Laatste kleur herhalen Als deze optie is ingeschakeld, wordt de 18e kleur in de kleurkaart toegewezen aan elke waarde na de 18e waarde. Als deze optie niet is ingeschakeld, worden kleuren achter elkaar herhaald van 1 tot 18.

In de groep Kaderachtergrond legt u kleurinstellingen vast voor de achtergrond van het tekengebied en voor de achtergrond van het gebied rond het tekengebied.

Kleur

De grafiek wordt getekend met een gekleurde achtergrond. U kunt verschillende kleuren instellen voor het tekengebied en het gebied rond het tekengebied.

Als op een van deze knoppen wordt geklikt, wordt het dialoogvenster Kleurgebied geopend.

Tip: De instelling Achtergrondkleur kan worden gecombineerd met de onderstaande opties Afbeelding en/of Alleen tekengebied.
Achtergrond De kleur die wordt gebruikt voor de achtergrond rond het tekengebied of, zoals voor sommige grafieken, voor de achtergrond van de hele grafiek. U kunt deze kleur instellen als effen kleur of als kleurovergang in het dialoogvenster Kleurgebied. U opent dit venster door te klikken op de knop. De standaardkleur is wit.
Tekengebied De kleur die wordt gebruikt voor het tekengebied van de grafiek. U kunt deze kleur instellen als effen kleur of als kleurovergang in het dialoogvenster Kleurgebied. U opent dit venster door te klikken op de knop. De standaardkleur is lichtgrijs. Deze instelling is niet beschikbaar voor cirkelgrafieken, blokgrafieken, trechtergrafieken en radargrafieken.
Afbeelding Selecteer dit alternatief en klik op de knop Afbeelding om het dialoogvenster Afbeelding selecteren te openen, waarin u een achtergrondafbeelding kunt importeren.
Beperk de geïmporteerde afbeelding tot Alleen tekengebied door deze optie in te schakelen.
Dynamische afbeelding Voer een berekende uitdrukking in om dynamische achtergrondafbeeldingen te tonen die veranderen als de selectie wordt gewijzigd. Beschikbaar voor staaf-, lijn-, combinatie-, spreidings- en rastergrafieken.
Transparantie Hiermee stelt u de mate van transparantie van de achtergrond van een grafiek in. Bij 0% is de achtergrondkleur die onder Achtergrondkleur hierboven is gedefinieerd, volledig ondoorzichtig. Bij 100% is de achtergrond volledig transparant.

In de groep Rand van tekengebied kunt u Breedte en Kleur toewijzen voor de rechthoek rondom het tekengebied.

See also:

 
  • In percentage (%) tonenGetallenGeheel getalVast aan
  • DecimaalDuizendScheidingstekens
  • Symbool
  • ISO
  • Systeem
  • LettertypeTekenstijlPunten
  • Eigenschappen object: LettertypeToepassen op objectenDocumenteigenschappen: Lettertype
  • Documenteigenschappen: Lettertype
  • Gebruikersvoorkeuren: Lettertype
  • kleurvastberekend
  • Kleurfuncties

  • Randen gebruiken
  • VereenvoudigdOpmaakmodusDocumenteigenschappen: AlgemeenSchaduwintensiteitRandbreedte
  • Afgeronde hoeken
  • Afgeronde hoekenAfgeronde hoekenGeavanceerdOpmaakmodusDocumenteigenschappen: Algemeen
  • Laag
  • Laag
  • Thema-editor...
  • Thema's
  • Thema toepassen...
  • Opmaakthema's
  • Tonen
  • Tonen
  • Opties
  • OptiesDocumenteigenschappen: OpmaakWerkbladeigenschappen: Beveiliging
  • Schuifbalken
  • Schuifbalken
  • Objecteigenschappen
    Documenteigenschappen
  • Titelbalk
  • Actieve kleurenInactieve kleuren
  • AchtergrondkleurTekstkleurKleurgebiedachtergrondkleureffen kleurkleurovergangKleurgebiedTekstkleurvasteberekende
  • Kleurfuncties
  • normaalgeminimaliseerd
  • Titelbalkuitlijning
  • Speciale pictogrammen

Diagrameigenschappen: Getal

Uitdrukkingsstandaard Numerieke waarden worden weergegeven met de getalnotatie van de uitdrukking.
Getal Numerieke waarden worden weergegeven met het aantal cijfers dat is ingesteld in het ringveld Precisie.
Geheel getal Numerieke waarden worden weergegeven als hele getallen.
Vast aan Numerieke waarden worden weergegeven als decimale waarden met het aantal decimalen dat is ingesteld in het ringveld Decimalen.
Geld Numerieke waarden worden weergegeven in de notatie die wordt weergegeven in het tekstvak Voorbeeld. De standaardnotatie is de valuta-instelling van Windows.
Datum Waarden die kunnen worden geïnterpreteerd als datum, worden weergegeven in de notatie die is ingesteld in het tekstvak Opmaakpatroon. Een voorbeeld van de notatie wordt getoond in het tekstvak Voorbeeld.
Tijd Waarden die kunnen worden geïnterpreteerd als tijd, worden weergegeven in de notatie die is ingesteld in het tekstvak Opmaakpatroon. Een voorbeeld van de notatie wordt getoond in het tekstvak Voorbeeld.
Tijdsstempel Waarden die kunnen worden geïnterpreteerd als datum + tijd, worden weergegeven in de notatie die is ingesteld in het tekstvak Opmaakpatroon. Een voorbeeld van de notatie wordt getoond in het tekstvak Voorbeeld.
Interval De tijd wordt weergegeven als sequentieel tijdincrement (als notatie = mm wordt de waarde bijvoorbeeld weergegeven als het aantal verstreken minuten sinds het begin van de kalender ( 1899:12:30:24:00).

Lettertype

  1. Het eerste standaard lettertype (Keuzelijsten, Grafieken enz.) wordt gebruikt voor de meeste objecten, zoals keuzelijsten en grafieken.
  2. Het tweede standaard lettertype (Tekstobjecten en -knoppen) wordt gebruikt voor knoppen en tekstvakken, waarvoor meestal een groter lettertype nodig is.
Slagschaduw Als u deze optie inschakelt, wordt een slagschaduw aan de tekst toegevoegd.
Onderstrepen Als u deze optie inschakelt, wordt de tekst onderstreept.

Opmaak

Schaduwintensiteit Met de vervolgkeuzelijst Schaduwintensiteit kunt u de intensiteit instellen van de schaduw rond de werkbladobjecten. Ook kunt u Geen schaduw kiezen.
Randstijl De volgende vooraf gedefinieerde randtypen zijn beschikbaar:
Ononderbroken
Een ononderbroken rand in één kleur.
Verlaagd
Met deze rand lijkt het werkbladobject te zijn verlaagd ten opzichte van de achtergrond.
Verhoogd
Met deze rand lijkt het werkbladobject te zijn verhoogd ten opzichte van de achtergrond.
Omrand
Met deze rand lijkt het werkbladobject te zijn ingelijst.
Randbreedte Deze optie is beschikbaar voor alle randtypen. De breedte kan worden opgegeven in mm, cm, inches (", inch), pixels (px, pxl, pixel), punten (pt, pts, point) of docunits (du, docunit).
Kleur Met deze knop opent u een dialoogvenster, waarin u voor alle randtypen een geschikte basiskleur uit het kleurenpalet kunt kiezen.
Regenboog Hiermee kunt u voor alle randtypen een regenboogeffect creëren. De regenboog wordt aan de bovenkant van het object vanuit de basiskleur opgebouwd.
Afgeronde hoeken Schakel deze optie in om de opties voor afgeronde hoeken beschikbaar te maken.
Hoeken Hoeken waarvoor de optie niet is ingeschakeld, krijgen een rechte hoek.
Kwadraatheid Een variabel nummer tussen 2 en 100, waarbij 100 een rechthoek definieert met perfect vierkante hoeken en 2 met een perfecte ellipsvorm (een cirkel met een aspectverhouding van 1:1). Een hoekigheid tussen 2 en 5 is doorgaans optimaal voor afgeronde hoeken.
Hoekradius Hier geeft u de radius van de hoeken op, als vaste afstand (Vast) of als percentage van het totale kwadrant (Relatief (%)). Met deze instelling bepaalt u de mate waarin de hoeken worden beïnvloed door de onderliggende algemene vorm die bij Hoekigheid is ingesteld. De afstand kan worden opgegeven in mm, cm, inches (", inch), pixels (px, pxl, pixel), punten (pt, pts, point) of docunits (du, docunit).
Bottom Een object met de laageigenschap Onderste kan nooit objecten in de lagen Normaal en Bovenste bedekken. Het kan alleen boven andere objecten in de laag Onderste worden geplaatst.
Normaal Bij aanmaak worden objecten standaard in de normale (middelste) laag geplaatst. Een object met de laageigenschap Normaal kan nooit worden bedekt door objecten in de laag Onderste en kan zelf nooit objecten in de laag Bovenste bedekken.
Top Een object in de laag Bovenste kan nooit worden bedekt door objecten in de lagen Normaal en Onderste. Alleen andere objecten in de laag Bovenste kunnen erboven worden geplaatst.
Aangepast De lagen Bovenste, Normaal en Onderste komen overeen met respectievelijk de interne laagnummers 1, 0 en -1. Alle waarden tussen -128 en 127 worden echter geaccepteerd. Kies deze optie als u een zelfgekozen waarde binnen dit bereik wilt opgeven.
Altijd Het werkbladobject wordt altijd getoond.
Voorwaardelijk

Het werkbladobject wordt getoond of verborgen, afhankelijk van een voorwaardelijke uitdrukking die voortdurend wordt geëvalueerd, bijvoorbeeld op basis van gemaakte selecties etc. Het werkbladobject wordt alleen verborgen als de voorwaarde FALSE retourneert.

Voorwaardenfuncties

Opmerking:

Gebruikers met beheerdersbevoegdheden voor het document kunnen alle voorwaarden voor tonen opheffen met behulp van de optie Alle werkbladen en objecten tonen in Documenteigenschappen: Beveiliging. Deze functionaliteit kan worden in- of uitgeschakeld door op Ctrl+Shift+S te drukken.

Documenteigenschappen: Beveiliging

Positie/grootte wijzigen toestaan Als deze optie is uitgeschakeld, kan niet langer de positie of de grootte van een werkbladobject worden gewijzigd.
Kopiëren/klonen toestaan Als deze optie is uitgeschakeld, kan niet langer een kopie van het werkbladobject worden gemaakt.
Info toestaan

Wanneer de functie info in gebruik is, wordt een infopictogram weergegeven in de venstertitelbalk wanneer aan een veldwaarde informatie is gekoppeld. Als u geen infopictogram wilt weergeven in de titelbalk, kunt u deze optie uitschakelen.

Info

Omvang in gegevens In principe worden de randen van alle tabelobjecten in QlikView verkleind als de tabel door bepaalde selecties kleiner wordt dan de ruimte die eraan toegewezen is. Als u deze optie uitschakelt, wordt deze automatische formaataanpassing uitgeschakeld en wordt de overtollige ruimte leeg gelaten.
Schuifpositie behouden

Als deze instelling is ingeschakeld, behoudt QlikView zo mogelijk de schuifpositie van tabellen en grafieken met een schuifbalk wanneer een selectie wordt gemaakt in een ander object. De instelling moet ook worden ingeschakeld in Gebruikersvoorkeuren: Objecten.

De schuifpositie blijft niet bewaard als u het document sluit.

Schuifknoppen Hier stelt u de kleur van de schuifknoppen in. Selecteer een kleur door op de knop te klikken. Middelgrijze kleuren zijn overigens zeer geschikt voor schuifbalken. Beide kunt u instellen als effen kleur of als kleurovergang in het dialoogvenster Kleurgebied. U opent dit venster door te klikken op de betreffende knop.
Achtergrond schuiven

Hier stelt u de achtergrondkleur van de schuifbalken in. Selecteer een kleur door op de knop te klikken.

Schuifbalkbreedte Deze instelling wordt toegepast op de breedte en de relatieve grootte van de schuifbalksymbolen.
Schuifstijl

Hier stelt u de stijl van de schuifbalken in. Selecteer een stijl in de vervolgkeuzelijst. De schuifstijl Klassiek komt overeen met de schuifbalkstijl in QlikView 4/5. De schuifstijl Standaard is moderner. De derde stijl is Licht. Deze heeft een dunnere, lichtere balk.

De schuifbalkstijl is alleen zichtbaar als de Opmaakmodus is ingesteld op Geavanceerd. U vindt deze instelling door het vervolgkeuzemenu Instellingen te openen, Documenteigenschappen te selecteren en naar het tabblad Algemeen te gaan.

Toepassen op... Hiermee opent u het dialoogvenster Eigenschappen titelbalk en rand, waarin u kunt instellen waarop de eigenschappen moeten worden toegepast die u instelt op de pagina Opmaak.

Titelbalk

Titelbalk tonen Als deze optie is ingeschakeld, wordt aan de bovenkant van elk object een titelbalk weergegeven. De titelbalk is standaard ingeschakeld bij keuzelijsten en andere objecten met een vak, en uitgeschakeld bij knoppen, tekstobjecten en lijnen/pijlen.
Titeltekst In het tekstvak kunt u een titel invoeren die op de titelbalk van het object wordt weergegeven. Gebruik de knop Lettertype... om het lettertype van de titelbalk te wijzigen.
Tekstterugloop Als deze optie is ingeschakeld, wordt de titel weergegeven op twee of meer regels.
Titelbalkhoogte (regels) U stelt het aantal titelbalkregels in dit tekstvak in.
X-pos. Hiermee stelt u de horizontale positie van de linkerzijde van het werkbladobject in ten opzichte van de linkerrand van het werkblad.
Y-pos. Hiermee stelt u de verticale positie van de bovenzijde van het werkbladobject in ten opzichte van de bovenrand van het werkblad.
Breedte Hiermee stelt u de breedte van het QlikView-werkbladobject in.
Hoogte Hiermee stelt u de hoogte van het QlikView-werkbladobject in.
Horizontaal Het label kan horizontaal worden uitgelijnd: Links, Centreren of Rechts binnen het titelbalkgebied.
Verticaal Het label kan verticaal worden uitgelijnd: Boven, Centreren of Onder binnen het titelbalkgebied.
Opmerking: Stel een beperkt aantal pictogrammen in voor de titelbalk. Te veel pictogrammen zijn verwarrend voor de gebruiker.
Minimaliseren toestaan Als deze optie is ingeschakeld, wordt een pictogram voor minimaliseren weergegeven in de venstertitelbalk van het werkbladobject, op voorwaarde dat het object geminimaliseerd kan worden. Ook kan het object worden geminimaliseerd door op de titelbalk te dubbelklikken.
Automatisch minimaliseren Deze optie is beschikbaar als Minimaliseren toestaan is ingeschakeld. Wanneer Automatisch minimaliseren is ingeschakeld voor diverse objecten op hetzelfde werkblad, worden ze telkens allemaal op één na automatisch geminimaliseerd. Dit is bijvoorbeeld nuttig als u verschillende grafieken in hetzelfde werkbladgebied afwisselend wilt weergeven.
Maximaliseren toestaan Als deze optie is ingeschakeld, wordt een pictogram voor maximaliseren weergegeven in de venstertitelbalk van het werkbladobject, op voorwaarde dat het object gemaximaliseerd kan worden. Ook kan het object worden gemaximaliseerd door op de titelbalk te dubbelklikken. Als zowel Minimaliseren toestaan als Maximaliseren toestaan zijn ingeschakeld, wordt bij dubbelklikken het object geminimaliseerd.
Help-tekst

Hier kunt u een Help-tekst invoeren voor weergave in een pop-upvenster. De Help-tekst kan worden opgegeven als berekende formule. Deze optie is niet beschikbaar op documentniveau. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen. Hierin kunt u lange formules eenvoudiger bewerken.

Uitdrukkingssyntaxis voor berekende formules

U kunt bijvoorbeeld een omschrijving invoeren van het werkbladobject. Een Help-pictogram wordt toegevoegd aan de venstertitelbalk van het object. Wanneer de muisaanwijzer over het pictogram beweegt, wordt de tekst in een pop-upvenster weergegeven.