Macro's en automatisering

De automatiseringsinterface van QlikView

QlikView is uitgerust met een automatiseringsinterface (automatisering werd voorheen aangeduid met de term OLE-automatisering). Via deze interface kan de QlikView-toepassing worden benaderd en bestuurd vanuit externe programma's of interne macro's.

De volledige specificatie van de automatiseringsinterface van QlikView vindt u in de map Documentatie van uw QlikView-toepassing.

U hoeft geen speciale taken uit te voeren om de automatiseringsinterface te activeren, die een integraal onderdeel van QlikView vormt.

Besturing van QlikView via automatisering en macro's

Externe besturing van QlikView

QlikView-objecten zijn via automatisering toegankelijk vanuit externe programma's, bijvoorbeeld programma's die geschreven zijn in Visual Basic of C++ en automatisering ondersteunen.

Met dergelijke programma's kan QlikView vanuit andere toepassingen of zelfstandige programma's worden bestuurd.

Zelfstandige programma's kunnen door middel van startknoppen vanuit een QlikView-document worden gestart.

Interne Macro Interpreter

QlikView-objecten zijn via automatisering ook toegankelijk vanuit QlikView zelf, door middel van de ingebouwde macro-interpreter.

Macro's die in een QlikView-document zijn geschreven in VBScript of JScript kunnen op verschillende manieren worden aangeroepen:

Documentgebeurtenissen:

  • Een macro kan worden uitgevoerd na het openen van een QlikView-document.
  • Een macro kan worden uitgevoerd na opnieuw uitvoeren van het script.
  • Een macro kan worden uitgevoerd na de opdracht Gegevens reduceren.
  • Een macro kan worden uitgevoerd na een selectie in een willekeurig veld in het document.

Werkbladgebeurtenissen:

  • Een macro kan worden uitgevoerd na het activeren van een werkblad.
  • Een macro kan worden uitgevoerd bij het deactiveren van een werkblad.

Objectgebeurtenissen:

  • Een macro kan worden uitgevoerd na het activeren van een werkbladobject.
  • Een macro kan worden uitgevoerd bij het deactiveren van een werkbladobject.

Knopgebeurtenissen:

  • Een knopwerkbladobject kan aan een macro worden gekoppeld.

Veldgebeurtenissen:

  • Een macro kan worden uitgevoerd na een selectie in een opgegeven veld.
  • Een macro kan worden uitgevoerd na een selectie in een veld dat logisch is verbonden met een opgegeven veld.
  • Een macro kan worden uitgevoerd bij de vergrendeling van selecties in een opgegeven veld.
  • Een macro kan worden uitgevoerd bij de ontgrendeling van selecties in een opgegeven veld.

Variabele-gebeurtenissen:

  • Een macro kan worden uitgevoerd na invoer van een waarde voor een opgegeven variabele.
  • Een macro kan worden uitgevoerd na wijziging van de waarde van een opgegeven variabele die een formule bevat, ten gevolge van een wijziging in de formulewaarde.