Tips voor het gebruik van gegevensmodellen

In deze sectie is een aantal verschillende manieren beschreven om gegevens in het QlikView-document te laden, afhankelijk van hoe de gegevens zijn gestructureerd en welk gegevensmodel u wilt bereiken.

Over het algemeen kan de manier waarop u gegevens in het document laadt, worden verklaard met de procedure Extraheren-Transformeren-Laden:

  1. Extraheren

    De eerste stap is het extraheren van gegevens uit de gegevensbron. In het script gebruikt u hier de opdrachten SELECT en LOAD voor. De verschillen tussen deze opdrachten:

    • SELECT wordt gebruikt om gegevens uit een ODBC-gegevensbron of een OLE DB-provider te selecteren. De opdracht SELECT SQL wordt geëvalueerd door de gegevensprovider, niet door QlikView.
    • LOAD wordt gebruikt om gegevens te laden uit een bestand, uit gegevens die in het script zijn gedefinieerd, uit een eerder geladen tabel, van een webpagina, uit het resultaat van een daaropvolgende SELECT-opdracht of door gegevens automatisch te genereren.
  2. Transformeren

    Bij de transformatiestap worden gegevens gemanipuleerd met de functies en regels in een script, om daaruit de gewenste structuur van het gegevensmodel af te leiden. Typische bewerkingen zijn:

    • Nieuwe waarden berekenen
    • Gecodeerde waarden vertalen
    • Velden hernoemen
    • Tabellen samenvoegen
    • Waarden aggregeren
    • Draaien
    • Gegevens valideren
  3. Load

    In de laatste stap voert u het script uit om het gegevensmodel dat u in het document hebt gedefinieerd, te laden.

Uw doel moet zijn om een gegevensmodel op te stellen dat de efficiënte verwerking van de gegevens in QlikView mogelijk maakt. Doorgaans betekent dit dat u moet streven naar een redelijk genormaliseerd sterrenschema of sneeuwvlokschema zonder cirkelreferenties, oftewel een model waarbij elke entiteit in een aparte tabel wordt opgeslagen. Met andere woorden een typisch gegevensmodel ziet er ongeveer als volgt uit:

  • een centrale feitentabel met sleutels voor de dimensies en de getallen voor de berekening van metingen (zoals het aantal eenheden, verkoopbedragen en budgetbedragen).
  • omringende tabellen die de dimensies bevatten met al hun kenmerken (zoals producten, klanten, categorieën, agenda en leveranciers).
Opmerking: Vaak is het mogelijk om een oplossing te vinden voor een taak, bijvoorbeeld aggregaties, door een uitgebreider gegevensmodel in het load-script samen te stellen of door de aggregaties in de grafiekuitdrukkingen uit te voeren. In het algemeen zult u beter presteren als u gegevenstransformaties in het load-script houdt.
Tip: Het is verstandig om uw gegevensmodel op papier uit te tekenen. Dit zal u helpen structuur te geven aan de gegevens die moeten worden geëxtraheerd en de transformaties die moeten worden uitgevoerd.

Elke tabel in het gegevensmodel correspondeert meestal met een SELECT- of een LOAD-opdracht. De verschillen tussen deze opdrachten:

  • SELECT wordt gebruikt om gegevens uit een ODBC-gegevensbron of een OLE DB-provider te selecteren. De opdracht SELECT SQL wordt geëvalueerd door de gegevensprovider, niet door QlikView.
  • LOAD wordt gebruikt om gegevens te laden uit een bestand, uit gegevens die in het script zijn gedefinieerd, uit een eerder geladen tabel, van een webpagina, uit het resultaat van een daaropvolgende SELECT-opdracht of door gegevens automatisch te genereren.