Voorbeelden van positiefuncties voor grafieken

In deze voorbeelden wordt de functie rank (VRank) gebruikt, maar ze zijn evenzeer van toepassing op de functie HRank. Let wel dat de functie HRank alleen relevant is voor draaitabellen.

Example 1:  

Bekijk de volgende twee eendimensionale tabellen:

De twee tabellen zijn gelijk, maar de eerste tabel is gesorteerd op de eerste kolom en de tweede tabel op de laatste kolom. Dit laat de basisfunctionaliteit zien van rank. De hoogste waarde heeft de hoogste positie (laagste positienummer).

De functie rank retourneert altijd een lege waarde voor de totaalrijen.

Example 2:  

Bekijk de tweedimensionale draaitabel hieronder:

Deze tabel is gebaseerd op dezelfde gegevens als de twee tabellen in het eerste voorbeeld. U kunt nu zien hoe het huidige kolomsegment de binnengroep is in het geval van meerdere dimensies. De positionering van het veld Maand in groep A verloopt onafhankelijk van het veld Maand in groep B. Door de introductie van de kwalificatie total is een algemene positionering alsnog mogelijk.

Example 3:  

In dit voorbeeld wordt getoond wat het effect is van de verschillende modi voor de numerieke vertegenwoordiging van de rangschikking. Bekijk de tabel hieronder:

De derde kolom toont de positie in tekstweergaven. Kolom 4 - 8 toont de nummerweergave van dezelfde positie in verschillende modi. De uitdrukking in elke kolom is:

num( rank( sum( X ), mode ))

waar mode is 0 tot en met 4.

 

Modus 0 (standaard) Rij 2 en 3 hebben dezelfde rangschikking maar duidelijk in de lagere helft van de totale rangschikking. De nummerweergave ervan is daarom naar beneden afgerond naar 2. Rij 4 en 5 hebben ook dezelfde posities, maar vallen juist boven het midden van de positietabel. Ze krijgen dan ook een nummerweergave van het gemiddelde van de eerste en de laatste positie in de kolom ((1+8)/2=4.5). Deze modus is vooral nuttig als u met visuele aanwijzingen de gegevens met de hoogste en laagste rangschikking in een groep wilt markeren.

Modus 1 In beide gevallen wordt de lagere rangschikking in de groep gebruikt. Dit is 2 voor rij 2 en 3, en 4 voor rij 4 en 5.

Modus 2 In beide gevallen wordt het gemiddelde van de hoge en lage rangschikking in de groep gebruikt. Dit is 2,5 ( (2+3)/2 ) voor rij 2 en 3, en 4,5 ( (4+5)/2 ) voor rij 4 en 5.

Modus 3 In beide gevallen wordt de hogere rangschikking in de groep gebruikt. Dit is 3 voor rij 2 en 3, en 5 voor rij 4 en 5.

Modus 4 Elke rij krijgt een eigen afzonderlijke numerieke waarde. De volgorde binnen groepen met dezelfde posities wordt bepaald door de sorteervolgorde van de grafiekdimensies.

 

Example 4:  

Dit voorbeeld laat het effect zien van een verschillende opmaak voor de tekstweergave van de positiefunctie. Bekijk de tabel hieronder:

In de kolommen 3 - 5 wordt de tekstuele weergave getoond van dezelfde rangschikkingfunctie met verschillende waarden voor de opmaakparameter.

Opmaak 0 (standaard) Rijen met dezelfde rangschikking worden getoond als 'lage waarde – hoge waarde', bijvoorbeeld '2 - 3' en '4 - 5'.

Opmaak 1Rijen met dezelfde rangschikking krijgen altijd het nummer van de laagste positie als tekstuele weergave, in dit geval bijvoorbeeld 2 voor rij 2 en 3.

Opmaak 2 Een rij in elke groep met dezelfde rangschikking krijgt het lage positienummer als tekstuele vertegenwoordiging, terwijl de andere rijen in de groep een lege tekenreeks krijgen. De volgorde in de groepen die dezelfde rangschikking hebben, wordt bepaald door de sorteervolgorde van de dimensies van de grafiek.