Grafiekeigenschappen

Als u op de knop Nieuwe grafiek op de werkbalk klikt, wordt het dialoogvenster Grafiekeigenschappen geopend. Hiermee kunt u de eigenschappen van de grafiek instellen, zoals grafiektype, dimensies en titels.

Na aanmaak van de grafiek kunt u de eigenschappen ervan altijd wijzigen. Kies Eigenschappen in het menu Object voor grafieken om het dialoogvenster Grafiekeigenschappen te openen. Als de opdracht Eigenschappen grijst wordt weergegeven, beschikt u waarschijnlijk niet over de rechten die nodig zijn om eigenschappen te wijzigen.

Werkbladeigenschappen: Beveiliging

Welke instellingen beschikbaar zijn op de verschillende eigenschappenpagina's van het dialoogvenster Grafiekeigenschappen, is afhankelijk van het grafiektype dat u hebt gekozen op de eerste pagina (Algemeen). Voor meer informatie over de verschillende pagina's van het dialoogvenster Grafiekeigenschappen (behalve de pagina Algemeen die hieronder wordt beschreven), verwijzen we u naar de hoofdstukken over de specifieke grafieken.

Algemeen

Op de pagina Algemeen kunt u eigenschappen instellen als titels en grafiektype. Het is de eerste pagina in de wizard Snelle grafiek en in het dialoogvenster Grafiekeigenschappen.

Vensternaam

De titel die moet worden weergegeven in de koptekst van het venster. De titel kan ook worden gedefinieerd als een berekende formule. De tekst van het label wordt dan dynamisch bijgewerkt. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen. Hierin kunt u lange formules eenvoudiger bewerken.

Uitdrukkingssyntaxis voor berekende formules

Titel in grafiek tonen

Standaard wordt het label van de eerste gedefinieerde uitdrukking ingesteld als grafiektitel. Schakel het selectievakje uit als u geen grafiektitel wilt weergeven. Als u de oorspronkelijke titel wilt weergeven, schakelt u het selectievakje gewoon in. De titel kan ook worden gedefinieerd als een berekende formule. De tekst van het label wordt dan dynamisch bijgewerkt. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen. Hierin kunt u lange formules eenvoudiger bewerken. De grafiektitel wordt niet weergegeven in draaitabellen of standaard tabellen.

Uitdrukkingssyntaxis voor berekende formules

Titelinstellingen Klik op de knop Titelinstellingen om geavanceerde instellingen voor de grafiektitel te definiëren.
Afdrukinstellingen

Als u op de knop Afdrukinstellingen klikt, wordt het dialoogvenster Afdrukinstellingen geopend waarin u marges en de opmaak van kop- en voetteksten kunt definiëren. Het dialoogvenster Afdrukinstellingen bevat twee pagina's: Afdrukken: Opmaak en Afdrukken: Koptekst/voettekst.

Afdrukken: Opmaak en Afdrukken: Koptekst/voettekst

Alternatieve status Kies een van de beschikbare statussen in de lijst. De volgende alternatieve statussen zijn altijd beschikbaar.
Overgenomen
De werkbladen en werkbladobjecten hebben altijd de status overgenomen, tenzij de QlikView-ontwikkelaar anders beslist. Deze instelling wordt overgenomen van het object op het bovenliggende niveau: een grafiek in een werkblad krijgt dezelfde instellingen als het werkblad als overgenomen wordt gekozen.
Standaardstatus
Dit is de status waarbij de meeste QlikView-activiteiten plaatsvinden. Deze wordt aangeduid met $. Het QlikView-document bevindt zich altijd in de standaardstatus.
Object-ID

Deze ID wordt gebruikt voor macrodoeleinden. Aan elk werkbladobject wordt een unieke ID toegewezen. Het is aan te bevelen in de ID alleen alfanumerieke tekens te gebruiken. Bij grafieken begint de ID met CH01. Gekoppelde objecten hebben dezelfde object-ID. U kunt dit ID-nummer later bewerken.

Interne Macro Interpreter

Ontkoppeld Als u deze optie inschakelt, wordt de grafiek ontkoppelt. De grafiek wordt dan niet meer dynamisch bijgewerkt als er selecties worden gemaakt.
Alleen-lezen Als deze optie is ingeschakeld, wordt de grafiek alleen-lezen. Dit betekent dat u geen selecties kunt maken door met de muis te klikken of te slepen in de grafiek.
Berekeningsvoorwaarde Door een uitdrukking in dit tekstvak te typen, stelt u een voorwaarde in. De grafiek wordt dan alleen weergegeven als hieraan is voldaan. Als niet aan de voorwaarde is voldaan, wordt de tekst "Niet voldaan aan berekeningsvoorwaarde" weergegeven in de grafiek. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op de knop ... om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Grafiektype In de groep Grafiektype selecteert u de basisopmaak van de grafiek. Zie Grafiektypen voor meer informatie over de afzonderlijke grafiektypen.
Snelle wijziging door typen In deze groep kunt u een pictogram in de grafiek activeren waarmee de gebruiker het grafiektype kan wijzigen zonder het eigenschappenvenster voor de grafiek te gebruiken.
Toegestane typen
In deze lijst kunt u selecteren welke grafiektypen moeten worden weergegeven in de keuzelijst. De functie Snelle typewijziging kan alleen worden ingeschakeld als er ten minste twee typen zijn geselecteerd.
Voorkeurspositie pictogram
In grafieken kan het pictogram voor snelle typewijziging worden geplaatst in de grafiek of in de titelbalk van het werkbladobject. In tabelgrafieken is de titelbalk de enige optie.
Gebruikersformaat opnieuw instellen Door op deze knop te klikken, herstelt u alle door de gebruiker aangepaste formaten van legenda's, titels, enzovoort in grafieken. De docking van afzonderlijke elementen wordt niet veranderd.
Gebruikersdocking opnieuw instellen Door op deze knop te klikken herstelt u de door de gebruiker aangepaste docking van legenda's, titels, enzovoort in grafieken.
Foutberichten

Het dialoogvenster Aangepaste foutberichten wordt geopend.

Aangepaste foutberichten

Referentiemodus Opties voor het tekenen van de referentie-achtergrond als u gebruikmaakt van de optie Referentie instellen in het contextmenu van de grafiek. Deze instelling is alleen zinvol voor bepaalde grafieken.