Metergrafiek - AJAX/WebView

Met een metergrafiek wordt de waarde van één uitdrukking weergegeven, zonder dimensies.

Metergrafiek: Menu Object

Het objectmenu kan worden geopend als contextmenu door met de rechtermuisknop op een werkbladobject te klikken of door op het pictogram op de titelbalk van het object te klikken (indien weergegeven).

Welke opdrachten in het menu worden weergegeven, is afhankelijk van of u WebView vanuit QlikView gebruikt of dat u het document in een webbrowser opent. Het menu bevat de volgende opdrachten:

Eigenschappen...

Hiermee opent u het dialoogvenster Eigenschappen voor het actieve werkbladobject.

Opmerkingen

Hiermee kunt u opmerkingen maken en uitwisselen over het huidige object.

Notities en opmerkingen

Ontkoppelen Aan de grafiektitel wordt de tekst ''(ontkoppeld)'' toegevoegd. De grafiek wordt niet langer bijgewerkt als er selecties in het document worden opgegeven (maar er kunnen wel nog steeds selecties via de grafiek worden gemaakt). De opdracht is alleen beschikbaar als de grafiek is gekoppeld. Door een kopie te maken van een grafiek en deze te ontkoppelen, kunt u een directe vergelijking maken tussen de kopie en het origineel.
Bijvoegen Hiermee koppelt u een ontkoppelde grafiek. De grafiek wordt dynamisch gekoppeld aan de gegevens. De opdracht is alleen beschikbaar als de grafiek is ontkoppeld.
Referentie instellen Door deze optie te kiezen, stelt u een grafiekreferentie in. Dit betekent dat de grafiek wordt vastgelegd met de huidige selecties. Als u in het document nieuwe selecties opgeeft, blijft de referentieplot zichtbaar, gedimd op de achtergrond. Grafiekassen en dergelijke zullen worden aangepast, zodat ze altijd het maximum aantal achtergrondgegevens en de huidige gegevensset bevatten. De huidige gegevensset wordt altijd boven op de referentieplot getekend. Het is mogelijk dat enkele delen van de referentieplot minder goed zichtbaar zijn. De weergave van referentiegrafiekplots is alleen mogelijk voor sommige grafieksoorten, zoals staafgrafieken, lijngrafieken, combinatiegrafieken, radargrafieken, spreidingsgrafieken, rastergrafieken en metergrafieken met wijzers. Het is niet mogelijk is om een referentie in te stellen voor een grafiek die een drilldowngroep of cyclische groep bevat. De referentie gaat verloren als het document wordt gesloten en als gegevens opnieuw worden geladen. Het maximale aantal objecten dat kan worden opgenomen bij gebruik van de optie Referentie instellen is 500.
Referentie wissen Deze opdracht wordt vervangen door de opdracht Referentie instellen als een referentie is ingesteld. Als u deze opdracht kiest, wordt de eerder ingestelde referentie gewist en wordt de grafiek weer in de normale plotmodus weergegeven.
Alle selecties wissen

Alle huidige selecties in het actieve werkbladobject worden gewist. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect.

Kopiëren

Hiermee worden geselecteerde werkbladobjecten naar het Klembord gekopieerd. Met deze functie worden uitsluitend werkbladobjecten gekopieerd, geen gegevens of afbeeldingen.

Afdrukken...

Hiermee worden een of meer geselecteerde werkbladobjecten in tabelvorm in een ander browservenster geopend. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect.

Verzenden naar Excel

Mogelijke waarden (inclusief geselecteerde) worden geëxporteerd naar Microsoft Excel, dat automatisch wordt gestart als het programma nog niet geopend is. De geëxporteerde waarden verschijnen als één kolom in een nieuw Excel-werkblad. Voor deze functionaliteit moet Microsoft Excel 2007 of later op de computer zijn geïnstalleerd. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect.

Exporteren...

Het dialoogvenster Opslaan als wordt geopend waarin u het pad, de bestandsnaam en het (tabel)bestandstype voor de geëxporteerde gegevens kunt opgeven.

Snelle wijziging

Hiermee kan de huidige grafiek worden gewijzigd in een ander grafiektype. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Uitsluitend beschikbaar als Snelle typewijziging in grafiek is ingeschakeld op het tabblad Titelbalk van het dialoogvenster Eigenschappen.

Minimaliseren

Hiermee wordt het object verkleind tot een pictogram. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Deze opdracht is alleen beschikbaar als minimaliseren is toegestaan in het dialoogvenster Eigenschappen van het object op de pagina Titelbalk.

Herstellen

Hiermee herstelt u het vorige formaat en de vorige locatie van een geminimaliseerd of gemaximaliseerd object. Dubbelklikken op het pictogram van een geminimaliseerd object of klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Deze opdracht is alleen beschikbaar voor geminimaliseerde of gemaximaliseerde objecten.

Maximaliseren

Het object wordt vergroot om het werkblad op te vullen. Klikken op het pictogram op de titelbalk van het object (indien weergegeven) heeft hetzelfde effect. Deze opdracht is alleen beschikbaar als maximaliseren is toegestaan in het dialoogvenster Eigenschappen van het object op de pagina Titelbalk.

Verwijderen

Het geselecteerde object wordt van het werkblad verwijderd.

Eigenschappen meterdiagram

U opent het dialoogventer Eigenschappen door Eigenschappen te selecteren in het menu Object . Als de opdracht Eigenschappen gedimd is, beschikt u waarschijnlijk niet over de rechten die nodig zijn om eigenschappen te wijzigen.

Uitdrukkingen

Kies uitdrukkingen in de vervolgkeuzelijst. Als u een uitdrukking wilt toevoegen, klikt u op . Selecteer een uitdrukking in de vervolgkeuzelijst. Met het pictogram verplaatst u items in de lijst. Met het pictogram verwijdert u items uit de lijst. Klik voor meer informatie op de knop Meer....

Uitdrukking

Activeren

Schakel deze optie in om de geselecteerde uitdrukking te activeren. Als de optie niet is ingeschakeld, wordt de uitdrukking niet gebruikt.

Voorwaardelijk

Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt de uitdrukking dynamisch weergegeven of verborgen, afhankelijk van de waarde van een voorwaardelijke uitdrukking die u invoert, door op de knop in het onderstaande tekstvak te klikken.

Label

Het label van de uitdrukking. Voer de naam in die moet worden weergegeven in de grafiek. Als geen tekst wordt ingevoerd, wordt de tekst van de uitdrukking gebruikt als label. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Uitdrukking

Hiermee wordt de huidige geselecteerde uitdrukking weergegeven.

Opmerking

Voer een opmerking in die het doel en de functie van de uitdrukking beschrijft. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

 
Acties Kies acties in de vervolgkeuzelijst. Voeg een actie toe door te klikken op . Selecteer een actie in de vervolgkeuzelijst. Met het pictogram verplaatst u items in de lijst. Met het pictogram verwijdert u items uit de lijst. Klik op om de pop-up Actie-instellingen te openen.

Pop-up Actie-instellingen

Selecteer

Type

en

Subtype

voor de actie in de vervolgkeuzelijsten:

Selectie

Selecteer in veld

Hiermee selecteert u de waarden en velden die zijn opgegeven. In de Zoektekenreeks kunt u een zoekmasker opgeven. Met (A|B) selecteert u bijvoorbeeld zowel A als B.

Uitgesloten waarden selecteren

Hiermee selecteert u de uitgesloten waarden in het opgegeven veld.

Selecteer mogelijke waarden

Hiermee selecteert u de mogelijke waarden in het opgegeven veld.

Selectie wisselen

Hiermee schakelt u tussen de huidige selectie en het opgegeven Veld en de Zoektekenreeks. In de Zoektekenreeks kunt u een zoekmasker opgeven. Met (A|B) selecteert u bijvoorbeeld zowel A als B.

Volgende

Hiermee gaat u één stap vooruit in de lijst met selecties.

Vorige

Hiermee gaat u één stap terug in de lijst met selecties.

Pareto-selectie

Hiermee maakt u een Pareto-selectie in het opgegeven veld op basis van een uitdrukking en percentage. Met dit type selectie selecteert u de belangrijkste bijdragen aan een maat, in het algemeen in overeenstemming met een algemene 80/20-regel. Als u bijvoorbeeld wilt weten wie de belangrijkste klanten zijn die 80% van de omzet vertegenwoordigen, gebruikt u het volgende: Klant als veld, sum(Omzet) als uitdrukking en 80 als percentage.

Veld vergrendelen

Hiermee vergrendelt u de selecties in het opgegeven veld.

Alles vergrendelen

Hiermee vergrendelt u alle waarden in alle velden.

Ontgrendel veld

Hiermee ontgrendelt u de selecties in het opgegeven veld.

Alles ontgrendelen

Hiermee ontgrendelt u alle waarden in alle velden.

Alle selecties ontgrendelen en opheffen

Hiermee ontgrendelt u alle waarden en wist u alle selecties in alle velden.

Selectie in andere velden opheffen

Hiermee wist u de selecties in alle velden, met uitzondering van het opgegeven veld.

Alles wissen

Hiermee wist u alle selecties, behalve vergrendelde selecties.

Veld wissen

Hiermee wist u een specifiek veld.

Opmaak

Object activeren

Hiermee activeert u het object dat wordt aangegeven door Object-ID. Deze functie werkt niet in AJAX-client.

Werkblad activeren

Hiermee activeert u het werkblad dat wordt aangegeven door Werkblad-ID.

Het volgende werkblad activeren

Hiermee opent u het volgende werkblad in het document.

Het vorige werkblad activeren

Hiermee opent u het vorige werkblad in het document.

Object minimaliseren

Hiermee minimaliseert u het object dat wordt aangegeven door Object-ID.

Object maximaliseren

Hiermee maximaliseert u het object dat wordt aangegeven door Object-ID.

Object herstellen

Hiermee herstelt u het object dat wordt aangegeven door Object-ID.

Bladwijzer

Bladwijzer oproepen

Hiermee past u een bladwijzer toe die wordt aangegeven door Bladwijzer-ID. Als twee bladwijzers dezelfde ID hebben, wordt de documentbladwijzer toegepast. U past de serverbladwijzer toe door Server\bladwijzer-ID op te geven. 

Bladwijzer maken

Hiermee maakt u een bladwijzer voor de huidige selectie. Geef Bladwijzer-ID en Bladwijzernaam op. Selecteer Verborgen om een verborgen bladwijzer te maken.

Bladwijzer vervangen

Hiermee vervangt u de bladwijzer die wordt aangegeven door Bladwijzer-ID door de huidige selectie.

Afdrukken

Object afdrukken

Hiermee drukt u het object af dat wordt aangegeven door Object-ID. Geef de Printer naam op als het object naar een andere printer dan de standaardprinter moet worden gezonden. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)

Werkblad afdrukken

Hiermee drukt u het werkblad af dat wordt aangegeven door Werkblad-ID. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.) Deze functie werkt niet in de AJAX-client.

Rapport afdrukken

Hiermee drukt u het rapport af dat wordt aangegeven door Rapport-ID. Geef de Printer naam op als het rapport naar een andere printer dan de standaardprinter moet worden gezonden. Schakel het selectievakje Toon dialoogvenster afdrukken in als u wilt dat het Windows-dialoogvenster Afdrukken wordt getoond. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)

Extern

Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Exporteren

Hiermee exporteert u een tabel die een specifieke set velden bevat. Alleen de records die van toepassing zijn op de gemaakte selectie, worden geëxporteerd. Klik op de knop Instellen op de pagina Acties om het dialoogvenster Actie instellingen exporteren. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)

Starten

Hiermee start u een extern programma. De volgende instellingen kunnen worden geconfigureerd in het dialoogvenster Acties:
Toepassing
Klik op Bladeren... om de toepassing te zoeken die moet worden gestart. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Bestandsnaam
Voer het pad in naar het bestand dat moet worden geopend met de hierboven opgegeven toepassing. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Parameters
Geef parameters op voor de opdrachtregel waarvan de toepassing wordt gestart. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Werkdirectory
Hiermee wordt de werkdirectory ingesteld voor de te starten toepassing. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Toepassing afsluiten als QlikView wordt gesloten
Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de toepassing wordt afgesloten wanneer QlikView wordt gesloten. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Deze functie werkt niet in AJAX-client.

URL openen

Met URL openen kunt u een URL naar een QlikView-document openen vanuit een ander QlikView-document (documentkoppeling). Met deze instelling wordt de URL in de standaard webbrowser geopend. Deze functie kan niet worden gebruikt als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen. Als u URL openen gebruikt, moet u de documentnaam met kleine letters in de actietekenreeks invoeren.

Gebruik waar mogelijk QlikView-document openen in plaats van URL openen.

QlikView-document openen

Met QlikView-document openen kunt u een QlikView-document openen vanuit een ander QlikView-document (documentkoppeling). De extensie van het doelbestand moet worden aangegeven. Deze functie kan niet worden gebruikt als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen. Relatieve paden voor het navigeren van het ene QlikView-document naar het andere worden in alle clients ondersteund, mits de gekoppelde documenten in dezelfde mapstructuur (mount) worden opgeslagen.

Voorbeelden

De volgende voorbeelden laten zien hoe u het bestandspad naar het doelbestand schrijft om de documentkoppeling in te stellen met QlikView-document openen.

Example: Bestand bevindt zich in dezelfde mapstructuur (dezelfde mount).

  • Als het doelbestand zich in dezelfde map bevindt:
    DestinationDoc.qvw
  • Als het doelbestand zich in een submap bevindt:
    SubFolder/DestinationDoc.qvw
  • Als het doelbestand zich in een bovenliggende map bevindt:
    ../DestinationDoc.qvw
  • Als het doelbestand zich in een bovenliggende en parallelle map bevindt:
    ../ParallelFolder/DestinationDoc.qvw

Example: Bestand bevindt zich in een andere mapstructuur (andere mount).

Het relatieve pad tussen verschillende mapstructuren wordt alleen in de Ajax-client ondersteund.

  • Als het doelbestand zich in een andere mapstructuur bevindt:
    ../DifferentMount/DestinationDoc.qvw

Example: Het koppelingspad gebruiken om een QlikView-document aan te wijzen

Het pad naar gekoppelde mappen instellen wordt alleen in de Ajax-client ondersteund.

  • Als het doelbestand zich in dezelfde gekoppelde map bevindt:
    \Mount\DestinationDoc.qvw
  • Als het doelbestand zich in een andere gekoppelde map bevindt:
    \DifferentMount\DestinationDoc.qvw
Opmerking: Documentkoppeling met gekoppelde mappen werkt niet met de Internet Explorer (IE)-plug-in.

Example: Het absolute pad gebruiken om een QlikView-document aan te wijzen

Het gebruik van absolute paden voor documentkoppeling wordt in de Ajax-client en in QlikView Desktop ondersteund.

  • Het absolute pad naar de lokale hoofdmap of mapstructuur:
    C:\...\DestinationDoc.qvw
  • Het absolute pad naar een netwerkshare:
    \\SharedStorage\...\DestinationDoc.qvw

Selecteer State overbrengen om de selecties van het oorspronkelijke document naar het doeldocument over te brengen. De selecties in het doeldocument worden eerst gewist.
Selecteer State op huidig toepassen om de selecties van het doeldocument te behouden en de selecties van het oorspronkelijke document daar bovenop toe te passen.

Opmerking: Gebruik van State op huidig toepassen kan onverwachte resultaten opleveren als de selecties in de twee documenten strijdig met elkaar zijn.

Selecteer In hetzelfde venster openen om het nieuwe document in hetzelfde browsertabblad te openen als bij het gebruik van de AJAX ZFC-client.

Opmerking: De actie QlikView-document openen wordt niet ondersteund voor niet-domeingebruikers bij gebruik van de Internet Explorer (IE)-plug-in.

Macro uitvoeren

Voer het pad en de naam in van de macro die moet worden uitgevoerd. Typ een willekeurige naam waarmee u later een macro kunt maken in het dialoogvenster Module bewerken, of een voer berekende uitdrukking in om dynamisch bij te werken.

Variabele instellen

Hiermee kent u een waarde toe aan de opgegeven variabele.

Toon info

Hiermee wordt de toegewezen informatie getoond, bijvoorbeeld een tekstbestand of een afbeelding voor het veld dat wordt aangegeven door Veld. Deze functie werkt niet in AJAX-client.

Dit document sluiten

Hiermee sluit u het actieve QlikView-document.

Opnieuw laden

Hiermee wordt het huidige document opnieuw geladen. Deze functie werkt niet in de AJAX-client en de plug-in IE.

Dynamisch bijwerken

Hiermee wordt een dynamische update uitgevoerd vand e gegevens in het momenteel geladen document. De opdracht voor de dynamische bijwerkactie moet worden ingevoerd in het veld Opdracht.

Het beoogde gebruik van Dynamisch bijwerken stelt een QlikView-beheerder in staat beperkte hoeveelheden gegevens in te voeren in een QlikView-document vanuit een enkele bron zonder het document opnieuw te laden. Vervolgens kan dan een analyse worden uitgevoerd door meerdere clients via een verbinding met QlikView Server.

Opmerking! De geüploade informatie wordt opgeslagen in RAM zodat alleen gegevens die worden toegevoegd of bijgewerkt met Dynamisch bijwerken verloren gaan als het document opnieuw wordt geladen.

In de volgende grammatica worden de mogelijke opdrachten en hun onderdelen beschreven die kunnen worden gebruikt met de functie Dynamisch bijwerken:

  • opdrachten ::= opdracht { “;” statement }
  • opdracht ::= insert-opdracht | update-opdracht| delete-opdracht | begin_transaction-opdracht | commit_transaction-opdracht
  • insert-opdracht ::= "INSERT" "INTO" ("*" | tabelnaam) veldenlijst "VALUES" waardenlijst {"," value_list} ["KEY" ["AUTO" | (" (" veldenlijst ")")] ["REPLACE" (["WITH" "ONE"] | "EACH") ]]
  • update-opdracht::= "UPDATE" ("*" | tabelnaam) set-clausule {"," | set_clause} "WHERE" voorwaarde ["AUTO" "INSERT"]
  • delete-opdracht ::= "DELETE" "FROM" ("*" | tabelnaam] "WHERE" voorwaarde
  • opdracht_begin-transactie ::= "BEGIN" ["TRANSACTION" | "TRAN"] [transactienaam]
  • opdracht_commit-transactie ::= "COMMIT" ["TRANSACTION" | "TRAN"] [transactienaam]
  • tabelnaam ::= ID | naam_tussen_aanhalingstekens
  • veldenlijst ::= "(" veldnaam {"," field_name} ")"
  • waardenlijst ::= "("waarde {"," value} ")"
  • set-clausule ::= "SET" veldnaam "=" willekeurige_geldige_niet-geaggregeerde_qlikview-uitdrukking
  • veldnaam ::= ID | tekenreeks tussen aanhalingstekens
  • waarde ::= ID | willekeurig_qlikview-getal | tekenreeks tussen aanhalingstekens
  • voowaarde ::= willekeurige_geldige_niet-geaggregeerde_qlikview-uitdrukking
  • ID ::= willekeurige_qlikview-ID
  • tekenreeks_tussen_aanhalingstekens ::= "[" [^]]+ "]"

Example:  

UPDATE AbcTable SET Discount = 123 WHERE AbcField=1

Opmerking: Als u deze functie wilt gebruiken, moet Dynamisch bijwerken zowel zijn toegestaan in het document als op de server.
Titel tonen Standaard wordt het label van de eerste gedefinieerde uitdrukking ingesteld als grafiektitel. Schakel de optie·uit als u geen grafiektitel wilt weergeven. De titel kan worden gedefinieerd als een berekende formule die dynamisch wordt bijgewerkt. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Meer.../Minder... Klik op deze knop om extra tabbladen in de weergave uit of samen te vouwen.

Eigenschappen metergrafiek: Presentatie

Presentatie

Weergave Selecteer een van de beschikbare weergaven in de vervolgkeuzelijst.
Meter Min. De minimumwaarde van de meter. Dit komt overeen met de laagste positie van de meterindicator.
Meter Max De maximumwaarde van de meter. Dit komt overeen met de hoogste positie van de meterindicator.
Metersegmentinstellingen In deze groep definieert u de segmenten waaruit de meter bestaat. Alle meters, met uitzondering van meters in LED-stijl, hebben ten minste één segment. Bij ronde en lineaire meters vormen de segmenten verschillend gekleurde vlakken in de achtergrond van de meter. Bij verkeerslichtmeters is elk segment gelijk aan een lampje. Er wordt een lijst met segmenten weergegeven en u kunt een segment in de lijst selecteren om de eigenschappen te wijzigen.

Selecteer een segment in de keuzelijst. Voeg een segment toe door te klikken op . Klik op om kleur op de grens te selecteren. Klik op om items uit de lijst te verwijderen. Klik op om de pop-up te openen.

Pop-up Metersegmentinstellingen

Automatisch segmentbreedte

Als deze optie is ingeschakeld, worden de segmentgrenzen automatisch berekend op basis van de Min.- en Max.-waarde van de meter en van het aantal gedefinieerde segmenten.

Logaritmische schaal

Als deze optie is ingeschakeld, is de schaal van de meter logaritmisch.

Relatieve segmentlimieten

Als deze optie is geselecteerd, kunnen de segmentbindingen worden ingevoerd als een getal tussen 0 en 1 om een gedeelte van het totale bereik aan te geven tussen de waarden Min en Max.

Segmentomtrek tonen

Hiermee toont u de omtrek van de metersegmenten.

Segmentgrenzen tonen

Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt er een omtrek getekend bij de segmentgrenzen van ronde en lineaire meters.

Segmenten Klik op om segmenten aan de meter toe te voegen.
Achtergrond Hiermee stelt u de achtergrond van het diagram in. De volgende opties zijn beschikbaar:

Kleur
Klik op om een kleur te selecteren.

Afbeelding
Klik op om de afbeelding te wijzigen.

Dynamische afbeelding
Voer een berekende uitdrukking in om dynamische achtergrondafbeeldingen te tonen die veranderen als de selectie wordt gewijzigd.
Achtergrondtransparantie Voer een waarde in het vak in of sleep de schuifbalk om de transparantie in te stellen voor de grafiek.
Meer.../Minder...

Algemeen

Tabblad Algemeen Snelheidsmeter en Ronde weergave

Meterindicator tonen

De meterwaarde wordt aangegeven met een wijzer.

Indicatorstijl

Hiermee geeft u de stijl van de indicator aan.

Vullen tot waarde

De meterwaarde wordt aangegeven door de achtergrond van de meter tot de huidige waarde te vullen met de gedefinieerde segmentkleur(en). Het resterende gedeelte tot de waarde Max. blijft leeg.

Meterschaal tonen

Schakel deze optie in om een schaal te tonen.

Aantal primaire eenheden

Het aantal primaire maateenheden op de schaal van de meter.

Aantal secundaire eenheden

Het aantal deeleenheden tussen elke primaire eenheid op de schaal van de meter.

Meterlabels tonen

Schakel deze optie in om tekstlabels weer te geven om de schaal van de meter.

Labelfrequentie

U kunt de dichtheid van de labels invoeren in het tekstvak.

Cilinderdikte

De meter wordt meestal getekend als een gevulde cirkel of een gevuld cirkelsegment. Hoe groter het cijfer hier, des te dikker de cilinder. Voer een waarde tussen 0 en 99 in om het percentage van de radius aan te geven dat niet moet worden opgevuld.

Spanwijdte van de hoek

De hoek in graden tussen de waarden Min. en Max. in de meter. Dit moet een waarde zijn 45 en 360.

Hoek

De hoek van de middenwaarde van de meter ten opzichte van de klok. Dit moet een waarde tussen 0 en 360 zijn. 0 geeft het midden boven aan de meter (12 uur) aan.

Pop-up labels

Als deze optie is ingeschakeld, verschijnen de waarden van de dimensie(s) en uitdrukking(en) als pop-upballon als u met de muis naar een gegevenspunt in de grafiek wijst.

Tabblad Algemeen Weergave Standaardmeter

Meterindicator tonen

De meterwaarde wordt aangegeven met een wijzer.

Indicatorstijl

Hiermee geeft u de stijl van de indicator aan.

Vullen tot waarde

De meterwaarde wordt aangegeven door de achtergrond van de meter tot de huidige waarde te vullen met de gedefinieerde segmentkleur(en). Het resterende gedeelte tot de waarde Max. blijft leeg.

Meterschaal tonen

Schakel deze optie in om een schaal te tonen.

Aantal primaire eenheden

Het aantal primaire maateenheden op de schaal van de meter.

Aantal secundaire eenheden

Het aantal deeleenheden tussen elke primaire eenheid op de schaal van de meter.

Meterlabels tonen

Schakel deze optie in om tekstlabels weer te geven om de schaal van de meter.

Labelfrequentie

U kunt de dichtheid van de labels invoeren in het tekstvak.

Pop-up labels

Als deze optie is ingeschakeld, verschijnen de waarden van de dimensie(s) en uitdrukking(en) als pop-upballon als u met de muis naar een gegevenspunt in de grafiek wijst.

Tabblad Algemeen Weergave Stoplicht

Enkel licht

Als deze optie wordt ingeschakeld, wordt er slechts één licht weergegeven.

Indicatorstijl

Hiermee geeft u de stijl op van het gebied rond de lichten.

Vullen tot waarde

De meterwaarde wordt aangegeven door de achtergrond van de meter tot de huidige waarde te vullen met de gedefinieerde segmentkleur(en). Het resterende gedeelte tot de waarde Max. blijft leeg.

Richting omkeren

Als u dit selectievakje inschakelt, worden de lichten in omgekeerde volgorde weergegeven.

Pop-up labels

Als deze optie is ingeschakeld, verschijnen de waarden van de dimensie(s) en uitdrukking(en) als pop-upballon als u met de muis naar een gegevenspunt in de grafiek wijst.

Tabblad Algemeen Weergave LED-stijl

Cijfers

Kies hoeveel cijfers moeten worden getoond.

Kleur van de cijfers

Stel de kleur in door te klikken op .

Pop-up labels

Als deze optie is ingeschakeld, verschijnen de waarden van de dimensie(s) en uitdrukking(en) als pop-upballon als u met de muis naar een gegevenspunt in de grafiek wijst.

Tabblad Algemeen Weergave Testbuis

Kleur van testbuis

Stel de kleur in door te klikken op .

Meterschaal tonen

Schakel deze optie in om een schaal te tonen.

Aantal primaire eenheden

Het aantal primaire maateenheden op de schaal van de meter.

Aantal secundaire eenheden

Het aantal deeleenheden tussen elke primaire eenheid op de schaal van de meter.

Meterlabels tonen

Schakel deze optie in om tekstlabels weer te geven om de schaal van de meter.

Labelfrequentie

U kunt de dichtheid van de labels invoeren in het tekstvak.

Pop-up labels

Als deze optie is ingeschakeld, verschijnen de waarden van de dimensies en uitdrukkingen als pop-upballon als u met de muis naar een gegevenspunt in de grafiek wijst.

Tabblad Algemeen Weergave Gereflecteerde buis

Meterschaal tonen

Schakel deze optie in om een schaal te tonen.

Aantal primaire eenheden

Het aantal primaire maateenheden op de schaal van de meter.

Aantal secundaire eenheden

Het aantal deeleenheden tussen elke primaire eenheid op de schaal van de meter.

Meterlabels tonen

Schakel deze optie in om tekstlabels weer te geven om de schaal van de meter.

Labelfrequentie

U kunt de dichtheid van de labels invoeren in het tekstvak.

Pop-up labels

Als deze optie is ingeschakeld, verschijnen de waarden van de dimensies en uitdrukkingen als pop-upballon als u met de muis naar een gegevenspunt in de grafiek wijst.

Stijlen

Titelstijl grafiek

Stel de tekenkleur voor de diagramtitel in door te klikken op . Stel het lettertype in door te klikken op .

Schaallabel

Stel het lettertype in door te klikken op .

Lettertype titelbalk

Stel het lettertype voor de titelbalk in door te klikken op .

Actieve titelbalk

Klik voor het instellen van de achtergrondkleur voor de actieve titelbalk op . Stel de tekstkleur in door te klikken op .

Niet-actieve titelbalk

Klik voor het instellen van de achtergrondkleur voor de niet-actieve titelbalk op . Stel de tekstkleur in door te klikken op .

Randen gebruiken

Als u dit selectievakje inschakelt, kunt u een rand om het werkbladobject maken. Klik op om de kleur van de rand in te stellen.

Randbreedte

Geef een waarde op of sleep de schuifregelaar om de breedte van de rand in te stellen. De breedte wordt opgegeven in pixels.

Afgeronde hoeken

Klik op om de pop-up Afgeronde hoeken te openen.

Opmerking:

Afgeronde hoeken is alleen beschikbaar als u Geavanceerd als Opmaakmodus hebt geselecteerd in Documenteigenschappen: Algemeen.

Pop-up Afgeronde hoeken

Selecteer

Vast

of

Relatief

voor de afgeronde hoeken en geef aan welke hoeken moeten worden afgerond. Selecteer tevens

Hoekigheid

door een waarde in te voeren. 

Gradennet

Gradennet

Als u een referentielijn wilt toevoegen, klikt u op .

Label in grafiek tonen

Het label wordt naast de gradennetlijn weergegeven.

Label

In het tekstvak kunt u een titel invoeren die op de titelbalk van het object wordt weergegeven. Als geen Label is ingesteld, wordt de naam van het veld gebruikt als Titelbalk tonen is geselecteerd. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

X-as

Selecteer deze optie als de gradennetlijn vanaf de x-as moet worden getekend.

Uitdrukking

De waarde waarmee de gradennetlijn moet worden getekend. Voer een uitdrukking in die u als beginpunt wilt gebruiken.

Lijndikte

De dikte van de gradennetlijn.

Lijnstijl

De stijl van de gradennetlijn.

Lijnkleur

De kleur van de gradennetlijn.

Voorwaarden tonen gebruiken

De gradennetlijn wordt getoond of verborgen, afhankelijk van een voorwaarde-uitdrukking, die telkens als de grafiek moet worden getekend, wordt gecontroleerd. De referentielijn wordt alleen verborgen als de uitdrukking FALSE retourneert.

Voorwaarde

Voer de voorwaardelijke uitdrukking in. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.

Tekst

Tekst in grafiek

Klik op om tekst in het diagram toe te voegen.

Tekst

De tekst die is toegevoegd in Tekst in grafiek, wordt hier weergegeven.

Draaihoek

Geef een hoek tussen 0 en 360 graden op voor de tekst. De standaardwaarde is 0.

Horizontaal uitlijnen

Hiermee stelt u de horizontale uitlijning in.

Altijd zichtbaar

De tekst die is geselecteerd in de lijst, moet altijd zichtbaar zijn bij het tekenen van de grafiek.

Tekststijl

Stel de achtergrondkleur voor de tekst in door te klikken op .
Stel de tekenkleur in door te klikken op . Stel het lettertype in door te klikken op .

Formaat en positie

Hiermee stelt u de positie en het formaat in van de tekst in het object.

 Eigenschappen metergrafiek: Titelbalk

Titelbalk

Label In het tekstvak kunt u een titel invoeren die op de titelbalk van het object wordt weergegeven. Als geen Label is ingesteld, wordt de naam van het veld gebruikt als Titelbalk tonen is geselecteerd. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Titelbalk tonen Als deze optie is ingeschakeld, wordt aan de bovenkant van elk object een titelbalk weergegeven. De titelbalk is standaard ingeschakeld bij keuzelijsten en andere objecten met een vak, en uitgeschakeld bij knoppen, tekstobjecten en lijnen/pijlen.
Uitlijning titelbalk Links/Centreren/Rechts
Titelbalk met meerdere regels (tekstterugloop) Als deze optie is ingeschakeld, wordt de tekst weergegeven op twee of meer regels.
Aantal rijen Als meerdere regels zijn toegestaan voor de titelbalk, geeft u het aantal rijen in het invoerveld op of sleept u de schuifregelaar naar het gewenste aantal.
Uitlijning titelbalk Boven/Centreren/Onder
Meer.../Minder...

Pictogrammen in titelbalk

Mogelijk zijn niet alle opties beschikbaar voor alle objecten.

Menu

Het objectmenu wordt geopend.

Wissen

Alle huidige selecties in het actieve werkbladobject worden gewist.

Afdrukken

Hiermee worden een of meer geselecteerde werkbladobjecten in tabelvorm in een ander browservenster geopend. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Gegevens kopiëren

Hiermee selecteert u de mogelijke waarden in het opgegeven veld. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Afbeelding naar Klembord kopiëren

Hiermee kopieert u een afbeelding van het werkbladobject naar het Klembord. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Verzenden naar Excel

Mogelijke waarden (inclusief geselecteerde) worden geëxporteerd naar Microsoft Excel, dat automatisch wordt gestart als het programma nog niet geopend is. De geëxporteerde waarden verschijnen als één kolom in een nieuw Excel-werkblad. Voor deze functionaliteit moet Microsoft Excel 2007 of later op de computer zijn geïnstalleerd. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Minimaliseren toestaan

Als deze optie is ingeschakeld, wordt een pictogram voor minimaliseren weergegeven in de venstertitelbalk van het werkbladobject, op voorwaarde dat het object geminimaliseerd kan worden. Ook kan het object worden geminimaliseerd door op de titelbalk te dubbelklikken.

Automatisch minimaliseren

Deze optie is beschikbaar als Minimaliseren toestaan is ingeschakeld. Wanneer Automatisch minimaliseren is ingeschakeld voor diverse objecten op hetzelfde werkblad, worden ze telkens allemaal op één na automatisch geminimaliseerd. Dit is bijvoorbeeld nuttig als u verschillende grafieken in hetzelfde werkbladgebied afwisselend wilt weergeven.

Maximaliseren toestaan

Als deze optie is ingeschakeld, wordt een pictogram voor maximaliseren weergegeven in de venstertitelbalk van het werkbladobject, op voorwaarde dat het object gemaximaliseerd kan worden. Ook kan het object worden gemaximaliseerd door op de titelbalk te dubbelklikken. Als zowel Minimaliseren toestaan als Maximaliseren toestaan zijn ingeschakeld, wordt bij dubbelklikken het object geminimaliseerd.

Help-tekst

Hier kunt u een Help-tekst invoeren voor weergave in een pop-upvenster. Deze optie is niet beschikbaar op documentniveau. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
U kunt bijvoorbeeld een omschrijving invoeren van het werkbladobject. Een Help-pictogram wordt toegevoegd aan de venstertitelbalk van het object. Wanneer de muisaanwijzer over het pictogram beweegt, wordt de tekst in een pop-upvenster weergegeven.

Snelle wijziging door typen

Hier kunt u overschakelen tussen grafiektypen inschakelen. Niet beschikbaar voor alle objecten. Klik op om de pop-up te openen.

Pop-up Snelle type-instellingen

Schakel de selectievakjes in voor de grafiektypen waartussen u wilt schakelen met snelle typewijziging.

Eigenschappen metergrafiek: Opties

Opties

Mogelijk zijn niet alle opties beschikbaar voor alle objecten.

Alleen-lezen De grafiek wordt alleen-lezen. Dit betekent dat u geen selecties kunt maken door met de muis te klikken of te slepen in de grafiek.
Positie/grootte wijzigen toestaan Als deze optie is uitgeschakeld, kan niet langer de positie of de grootte van een werkbladobject worden gewijzigd.
Kopiëren/klonen toestaan Als deze optie is uitgeschakeld, kan niet langer een kopie van het werkbladobject worden gemaakt. Deze instelling is wellicht niet voor alle clients mogelijk.
Objectomvang in gegevens In principe worden de randen van alle tabelobjecten in QlikView verkleind als de tabel door bepaalde selecties kleiner wordt dan de ruimte die eraan toegewezen is. Als u deze optie uitschakelt, wordt deze automatische formaataanpassing uitgeschakeld en wordt de overtollige ruimte leeg gelaten.
Info in titelbalk tonen toestaan Wanneer de functie Info in gebruik is, wordt een infopictogram weergegeven in de venstertitelbalk wanneer aan een veldwaarde informatie is gekoppeld. Als u geen infopictogram wilt weergeven in de titelbalk, kunt u deze optie uitschakelen. Alleen beschikbaar voor keuzelijst, statistiekobject, meervoudige keuzelijst en invoerobject.
Schuifpositie behouden Wanneer dit selectievakje en het bijbehorende vakje op de pagina Gebruikersvoorkeuzen, Objecten zijn ingeschakeld, probeert de QlikView de verticale schuifpositie te behouden nadat een selectie is gemaakt in tabelobjecten.
Voorwaarden tonen gebruiken Het werkbladobject wordt getoond of verborgen, afhankelijk van een voorwaardelijke uitdrukking die voortdurend wordt geëvalueerd, bijvoorbeeld op basis van gemaakte selecties, enz. Het werkbladobject wordt alleen verborgen als de voorwaarde false retourneert. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Normaal Geef de positie van het object op door de marges Links en Boven en de Breedte en Hoogte van het object in te stellen.
Geminimaliseerd Geef de positie van het geminimaliseerde werkbladobject op door de marges Links en Boven en de Breedte en Hoogte van het geminimaliseerde object in te stellen.
Meer.../Minder...

Opties

Eigenaar Domein en gebruikers-ID van de eigenaar.
Object delen Schakel dit vakje in als u objecten wilt delen met anderen. Als deze selectie wordt ingeschakeld, worden de opties eronder actief.
Delen met Kies Iedereen machtigen of Machtigen per gebruikersnaam.
Gebruikers (domein\gebruikers-ID) Als Machtigen per gebruikersnaam is gekozen, wordt een lijst met toegevoegde gebruikers getoond. Als u gebruikers wilt toevoegen, klikt u op . Er wordt een rij toegevoegd. Markeer de rij om deze te ontgrendelen en bewerk de gebruikersgegevens. Als u gebruikers wilt verwijderen, klikt u op achter elke gebruiker die moet worden verwijderd.