Tekstobject - AJAX/WebView

Tekstobjecten kunnen worden gebruikt voor de weergave van informatie of een afbeelding in de opmaak.

Tekstobject: Objectmenu

Het objectmenu kan worden geopend als contextmenu door met de rechtermuisknop op een werkbladobject te klikken of door op het pictogram in de titelbalk van het object (indien weergegeven).

Welke opdrachten in het menu worden weergegeven, is afhankelijk van of u WebView vanuit QlikView gebruikt of dat u het document in een webbrowser opent. Het menu bevat de volgende opdrachten:

Eigenschappen...

Hiermee opent u het dialoogvenster Eigenschappen voor het actieve werkbladobject.

Opmerkingen

Hiermee kunt u opmerkingen maken en uitwisselen over het huidige object.

Zie: Notities en opmerkingen

Kopiëren

Hiermee worden geselecteerde werkbladobjecten naar het Klembord gekopieerd. Met deze functie worden uitsluitend werkbladobjecten gekopieerd, geen gegevens of afbeeldingen.

Verwijderen

Het geselecteerde object wordt van het werkblad verwijderd.

Eigenschappen tekstobject

U opent het dialoogvenster Eigenschappen door Eigenschappen in het menu Object te selecteren. Als de opdracht Eigenschappen grijs wordt weergegeven, beschikt u waarschijnlijk niet over de rechten die nodig zijn om eigenschappen te wijzigen.

Tekst Voer de tekst voor weergave in het tekstobject in. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Acties Klik op om een actie toe te voegen. De pop-up Actie instellingen voor de nieuwe actie wordt direct geopend. U kunt ook een actie selecteren in de keuzelijst en op klikken om de actie te bewerken. Met het pictogram verplaatst u items in de lijst. Met het pictogram verwijdert u items uit de lijst.

Pop-up Actie-instellingen

Type
Kies een type in de keuzelijst.
Subtype
Kies een subtype in de keuzelijst. Welke subtypen beschikbaar zijn, is afhankelijk van het gekozen actietype.

Actietypes en acties

Actietypes en acties

Selectie

Selectie

Selecteer in veld

Hiermee selecteert u de waarden en velden die zijn opgegeven. In de Zoektekenreeks kunt u een zoekmasker opgeven. Met (A|B) selecteert u bijvoorbeeld zowel A als B.

Uitgesloten waarden selecteren

Hiermee selecteert u de uitgesloten waarden in het opgegeven veld.

Selecteer mogelijke waarden

Hiermee selecteert u de mogelijke waarden in het opgegeven veld.

Selectie wisselen

Hiermee schakelt u tussen de huidige selectie en het opgegeven Veld en de Zoektekenreeks. In de Zoektekenreeks kunt u een zoekmasker opgeven. Met (A|B) selecteert u bijvoorbeeld zowel A als B.

Volgende

Hiermee gaat u één stap vooruit in de lijst met selecties.

Vorige

Hiermee gaat u één stap terug in de lijst met selecties.

Pareto-selectie

Hiermee maakt u een Pareto-selectie in het opgegeven veld op basis van een uitdrukking en percentage. Met dit type selectie selecteert u de belangrijkste bijdragen aan een maat, in het algemeen in overeenstemming met een algemene 80/20-regel. Als u bijvoorbeeld wilt weten wie de belangrijkste klanten zijn die 80% van de omzet vertegenwoordigen, gebruikt u het volgende: Klant als veld, sum(Omzet) als uitdrukking en 80 als percentage.

Veld vergrendelen

Hiermee vergrendelt u de selecties in het opgegeven veld.

Alles vergrendelen

Hiermee vergrendelt u alle waarden in alle velden.

Ontgrendel veld

Hiermee ontgrendelt u de selecties in het opgegeven veld.

Alles ontgrendelen

Hiermee ontgrendelt u alle waarden in alle velden.

Alle selecties ontgrendelen en opheffen

Hiermee ontgrendelt u alle waarden en wist u alle selecties in alle velden.

Selectie in andere velden opheffen

Hiermee wist u de selecties in alle velden, met uitzondering van het opgegeven veld.

Alles wissen

Hiermee wist u alle selecties, behalve vergrendelde selecties.

Veld wissen

Hiermee wist u een specifiek veld.

Opmaak

Object activeren

Hiermee activeert u het object dat wordt aangegeven door Object-ID. Deze functie werkt niet in AJAX-client.

Werkblad activeren

Hiermee activeert u het werkblad dat wordt aangegeven door Werkblad-ID.

Het volgende werkblad activeren

Hiermee opent u het volgende werkblad in het document.

Het vorige werkblad activeren

Hiermee opent u het vorige werkblad in het document.

Object minimaliseren

Hiermee minimaliseert u het object dat wordt aangegeven door Object-ID.

Object maximaliseren

Hiermee maximaliseert u het object dat wordt aangegeven door Object-ID.

Object herstellen

Hiermee herstelt u het object dat wordt aangegeven door Object-ID.

Bladwijzer

Bladwijzer oproepen

Hiermee past u een bladwijzer toe die wordt aangegeven door Bladwijzer-ID. Als twee bladwijzers dezelfde ID hebben, wordt de documentbladwijzer toegepast. U past de serverbladwijzer toe door Server\bladwijzer-ID op te geven. 

Bladwijzer maken

Hiermee maakt u een bladwijzer voor de huidige selectie. Geef Bladwijzer-ID en Bladwijzernaam op. Selecteer Verborgen om een verborgen bladwijzer te maken.

Bladwijzer vervangen

Hiermee vervangt u de bladwijzer die wordt aangegeven door Bladwijzer-ID door de huidige selectie.

Afdrukken

Object afdrukken

Hiermee drukt u het object af dat wordt aangegeven door Object-ID. Geef de Printer naam op als het object naar een andere printer dan de standaardprinter moet worden gezonden. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)

Werkblad afdrukken

Hiermee drukt u het werkblad af dat wordt aangegeven door Werkblad-ID. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.) Deze functie werkt niet in AJAX-client.

Rapport afdrukken

Hiermee drukt u het rapport af dat wordt aangegeven door Rapport-ID. Geef de Printer naam op als het rapport naar een andere printer dan de standaardprinter moet worden gezonden. Schakel het selectievakje Toon dialoogvenster afdrukken in als u wilt dat het Windows-dialoogvenster Afdrukken wordt getoond. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)

Extern

Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

 

Exporteren

Hiermee exporteert u een tabel die een specifieke set velden bevat. Alleen de records die van toepassing zijn op de gemaakte selectie, worden geëxporteerd. Klik op de knop Instellen op de pagina Acties om het dialoogvenster Actie instellingen exporteren te openen. (niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen)

Starten

Hiermee start u een extern programma. De volgende instellingen kunnen worden geconfigureerd in het dialoogvenster Acties:
Toepassing
Klik op Bladeren... om de toepassing te zoeken die moet worden gestart. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Bestandsnaam
Voer het pad in naar het bestand dat moet worden geopend met de hierboven opgegeven toepassing. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Parameters
Geef parameters op voor de opdrachtregel waarvan de toepassing wordt gestart. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Werkmap
Hiermee wordt de werkmap ingesteld voor de te starten toepassing. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Toepassing afsluiten als QlikView wordt gesloten
Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de toepassing wordt afgesloten als QlikView wordt gesloten. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Deze functie werkt niet in de AJAX-client.

URL openen

Hiermee opent u de URL in de standaard webbrowser. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)

QlikView-document openen

Hiermee wordt het opgegeven document geopend. De bestandsextensie moet worden aangegeven. (Niet beschikbaar als reactieveroorzaker voor documenten en werkbladen.)
Schakel het selectievakje Status overbrengen in om de selecties van het oorspronkelijke document over te brengen naar het document dat u wilt openen. De selecties voor het geopende document worden eerst gewist.
Schakel Status op huidig toepassen in om de selecties van het tweede document te behouden en de selecties van het oorspronkelijke document daar bovenop toe te passen.

Opmerking: Wees voorzichtig bij het gebruik van Status op huidig toepassen, aangezien dit tot onvoorspelbare resultaten kan leiden als de twee documentselecties tegenstrijdig zijn. In de meeste gevallen zou het gebruik van de optie Status overbrengen moeten volstaan.

In hetzelfde venster openen opent het nieuwe document in hetzelfde browsertabblad als bij het gebruik van de AJAX ZFC-client.

Opmerking: De actie QlikView-document openen wordt niet ondersteund voor niet-domeingebruikers bij gebruik van de Internet Explorer plug-in

Macro uitvoeren

Voer het pad en de naam in van de macro die moet worden uitgevoerd. Typ een willekeurige naam waarmee u later een macro kunt maken in het dialoogvenster Module bewerken, of een voer berekende uitdrukking in om dynamisch bij te werken.

Variabele instellen

Hiermee kent u een waarde toe aan de opgegeven variabele.

Toon info

Hiermee wordt de toegewezen informatie getoond, bijvoorbeeld een tekstbestand of een afbeelding voor het veld dat wordt aangegeven door Veld. Deze functie werkt niet in AJAX-client.

Dit document sluiten

Hiermee sluit u het actieve QlikView-document.

Opnieuw laden

Hiermee wordt het huidige document opnieuw geladen. Deze functie werkt niet in de AJAX-client en de plug-in IE.

Dynamisch bijwerken

Hiermee wordt een dynamische update uitgevoerd vand e gegevens in het momenteel geladen document. De opdracht voor de dynamische bijwerkactie moet worden ingevoerd in het veld Opdracht.

Het beoogde gebruik van Dynamisch bijwerken stelt een QlikView-beheerder in staat beperkte hoeveelheden gegevens in te voeren in een QlikView-document vanuit een enkele bron zonder het document opnieuw te laden. Vervolgens kan dan een analyse worden uitgevoerd door meerdere clients via een verbinding met QlikView Server.

Opmerking! De geüploade informatie wordt opgeslagen in RAM zodat alleen gegevens die worden toegevoegd of bijgewerkt met Dynamisch bijwerken verloren gaan als het document opnieuw wordt geladen.

In de volgende grammatica worden de mogelijke opdrachten en hun onderdelen beschreven die kunnen worden gebruikt met de functie Dynamisch bijwerken:

  • opdrachten ::= opdracht { “;” opdracht }
  • opdracht ::= insert-opdracht | update-opdracht| delete-opdracht | begin_transaction-opdracht | commit_transaction-opdracht
  • insert-opdracht ::= "INSERT" "INTO" ("*" | tabelnaam) veldenlijst "VALUES" waardenlijst {"," waardenlijst} ["KEY" ["AUTO" | (" (" veldenlijst ")")] ["REPLACE" (["WITH" "ONE"] | "EACH") ]]
  • update-opdracht::= "UPDATE" ("*" | tabelnaam) set-clausule {"," | set-clausule} "WHERE" voorwaarde ["AUTO" "INSERT"]
  • delete-opdracht ::= "DELETE" "FROM" ("*" | tabelnaam] "WHERE" voorwaarde
  • opdracht_begin-transactie ::= "BEGIN" ["TRANSACTION" | "TRAN"] [transactienaam]
  • opdracht_commit-transactie ::= "COMMIT" ["TRANSACTION" | "TRAN"] [transactienaam]
  • tabelnaam ::= ID | naam_tussen_aanhalingstekens
  • veldenlijst ::= "(" veldnaam {"," veldnaam} ")"
  • waardenlijst ::= "("waarde {"," waarde} ")"
  • set-clausule ::= "SET" veldnaam "=" willekeurige_geldige_niet-geaggregeerde_qlikview-uitdrukking
  • veldnaam ::= ID | tekenreeks tussen aanhalingstekens
  • waarde ::= ID | willekeurig_qlikview-getal | tekenreeks tussen aanhalingstekens
  • voowaarde ::= willekeurige_geldige_niet-geaggregeerde_qlikview-uitdrukking
  • ID ::= willekeurige_qlikview-ID
  • tekenreeks_tussen_aanhalingstekens ::= "[" [^]]+ "]"

Voorbeeld:  

UPDATE AbcTable SET Discount = 123 WHERE AbcField=1

Opmerking: Als u deze functie wilt gebruiken, moet Dynamisch bijwerken zowel zijn toegestaan in het document als op de server.

Eigenschappen tekstobject: Presentatie

Presentatie

Representatie De tekst in het tekstobject kan ook worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar een afbeelding in het geheugen of op schijf. Als u Tekst selecteert, wordt de inhoud van het tekstobject altijd als tekst geïnterpreteerd en weergegeven. Als u Afbeelding selecteert, wordt de tekstinhoud geïnterpreteerd als verwijzing naar een afbeelding. Deze referentie kan een pad naar een afbeeldingsbestand op schijf zijn of in het qvw-document zelf. De referentie kan ook een info-functie zijn, die is gekoppeld aan een veld dat afbeeldingsinfo bevat. Als de tekstinhoud niet kan worden geïnterpreteerd als een geldige verwijzing naar een afbeelding, dan wordt de tekst zelf weergegeven. Klik op om de pop-up te openen.

Opmaak
Niet uitrekken

Hiermee wordt de afbeelding zonder uitrekken weergegeven. Hierdoor kunnen delen van de afbeelding onzichtbaar blijven of kan slechts een gedeelte van het object worden opgevuld.


Opvullen

De afbeelding wordt uitgerekt om het objectgebied op te vullen, zonder dat er rekening wordt gehouden met de hoogte/breedteverhouding van de afbeelding.


Hoogte/breedteverhouding behouden

De afbeelding wordt zo veel mogelijk uitgerekt om het objectgebied op te vullen, waarbij de correcte hoogte/breedteverhouding van de afbeelding behouden blijft.


Vullen met behoud van hoogte/breedte

De afbeelding wordt uitgerekt om het objectgebied aan beide kanten op te vullen, waarbij de hoogte/breedteverhouding van de afbeelding behouden blijft.


Horizontaal De opties Links, Centreren of Rechts zijn beschikbaar voor het uitlijnen van de tekst of de afbeelding.
Verticaal De opties Boven, Centreren of Onder zijn beschikbaar voor het uitlijnen van de tekst of de afbeelding.
Tekstmarge Hiermee stelt u de marge in tussen de buitenranden van het tekstobject en de tekst zelf.
Horizontale schuifbalk tonen Als deze optie is ingeschakeld, wordt een horizontale schuifbalk aan het tekstobject toegevoegd als de tekstinhoud te breed is voor het betreffende gebied.
Verticale schuifbalk tonen Als deze optie is ingeschakeld, wordt een verticale schuifbalk aan het tekstobject toegevoegd als de tekstinhoud te lang is voor het betreffende gebied.
Achtergrondstijl Kleur
Hiermee wordt de achtergrond ingesteld op een kleur, een effen kleur of een kleurverloop. Klik op om de kleur te kiezen.
Afbeelding
Hiermee stelt u een afbeelding als achtergrond in. Klik op om naar een afbeelding te bladeren. Klik op om de pop-up Afbeelding te openen.

Opmaak 

Niet uitrekken
Hiermee wordt de afbeelding zonder uitrekken weergegeven. Hierdoor kunnen delen van de afbeelding onzichtbaar blijven of kan slechts een gedeelte van het object worden opgevuld.
Opvullen 
De afbeelding wordt uitgerekt om het objectgebied op te vullen, zonder dat er rekening wordt gehouden met de hoogte/breedteverhouding van de afbeelding.
Hoogte/breedteverhouding behouden 
De afbeelding wordt zo veel mogelijk uitgerekt om het objectgebied op te vullen, waarbij de correcte hoogte/breedteverhouding van de afbeelding behouden blijft.
Vullen met behoud van hoogte/breedte 
De afbeelding wordt uitgerekt om het objectgebied in beide richtingen op te vullen, waarbij de hoogte/breedteverhouding van de afbeelding behouden blijft.

Uitlijning: Horizontaal
Links, Gecentreerd of Rechts.

Uitlijning: Verticaal
Boven, Gecentreerd of Onderaan.

Transparantie
Hiermee stelt u de mate van transparantie in door een waarde in te voeren of de schuifregelaar te slepen. Bij 100% is de achtergrond volledig transparant.

Achtergrondtransparantie Hiermee stelt u de mate van transparantie van de achtergrond van een tekstobject in. Bij 100% is de achtergrond volledig transparant.
Meer.../Minder... Klik op deze knop om extra tabbladen in de weergave uit of samen te vouwen.

Stijlen

Tekst Klik op om de tekstkleur in te stellen. Om het lettertype in te stellen, klikt u op .
Lettertype titelbalk

Om het lettertype voor de titelbalk in te stellen, klikt u op .

Actieve titelbalkKlik voor het instellen van de achtergrondkleur voor de actieve titelbalk op . Klik op om de tekstkleur in te stellen.
Niet-actieve titelbalkKlik voor het instellen van de achtergrondkleur voor de niet-actieve titelbalk op . Klik op om de tekstkleur in te stellen.
Randen gebruikenAls u deze optie inschakelt, kunt u een rand om het object maken. Klik op om de kleur van de rand in te stellen.
RandbreedteGeef de breedte van de rand van het invoerveld op of sleep de schuifregelaar om de gewenste breedte in te stellen. De breedte wordt opgegeven in pixels.
Afgeronde hoekenKlik op om de pop-up Afgeronde hoeken te openen.

Eigenschappen tekstobject: Titelbalk

Titelbalk

Label In het tekstvak kunt u een titel invoeren die op de titelbalk van het object wordt weergegeven. Als geen Label is ingesteld, wordt de naam van het veld gebruikt als Titelbalk tonen is geselecteerd. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Titelbalk tonen Als deze optie is ingeschakeld, wordt aan de bovenkant van elk object een titelbalk weergegeven. De titelbalk is standaard ingeschakeld bij keuzelijsten en andere objecten met een vak, en uitgeschakeld bij knoppen, tekstobjecten en lijnen/pijlen.
Uitlijning titelbalk Links/Centreren/Rechts
Titelbalk met meerdere regels (tekstterugloop) Als deze optie is ingeschakeld, wordt de tekst weergegeven op twee of meer regels.
Aantal rijen Als meerdere regels zijn toegestaan voor de titelbalk, geeft u het aantal rijen in het invoerveld op of sleept u de schuifregelaar naar het gewenste aantal.
Uitlijning titelbalk Boven/Centreren/Onder
Meer.../Minder...

Pictogrammen in titelbalk

Mogelijk zijn niet alle opties beschikbaar voor alle objecten.

Menu

Het objectmenu wordt geopend.

Wissen

Alle huidige selecties in het actieve werkbladobject worden gewist.

Afdrukken

Hiermee worden een of meer geselecteerde werkbladobjecten in tabelvorm in een ander browservenster geopend. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Gegevens kopiëren

Hiermee selecteert u de mogelijke waarden in het opgegeven veld. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Afbeelding naar Klembord kopiëren

Hiermee kopieert u een afbeelding van het werkbladobject naar het Klembord. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Verzenden naar Excel

Mogelijke waarden (inclusief geselecteerde) worden geëxporteerd naar Microsoft Excel, dat automatisch wordt gestart als het programma nog niet geopend is. De geëxporteerde waarden verschijnen als één kolom in een nieuw Excel-werkblad. Voor deze functionaliteit moet Microsoft Excel 97 of hoger op de computer zijn geïnstalleerd. Deze instelling werkt niet bij sommige clients!

Minimaliseren toestaan

Als deze optie is ingeschakeld, wordt een pictogram voor minimaliseren weergegeven in de venstertitelbalk van het werkbladobject, op voorwaarde dat het object geminimaliseerd kan worden. Ook kan het object worden geminimaliseerd door op de titelbalk te dubbelklikken.

Automatisch minimaliseren

Deze optie is beschikbaar als Minimaliseren toestaan is ingeschakeld. Wanneer Automatisch minimaliseren is ingeschakeld voor diverse objecten op hetzelfde werkblad, worden ze telkens allemaal op één na automatisch geminimaliseerd. Dit is bijvoorbeeld nuttig als u verschillende grafieken in hetzelfde werkbladgebied afwisselend wilt weergeven.

Maximaliseren toestaan

Als deze optie is ingeschakeld, wordt een pictogram voor maximaliseren weergegeven in de venstertitelbalk van het werkbladobject, op voorwaarde dat het object gemaximaliseerd kan worden. Ook kan het object worden gemaximaliseerd door op de titelbalk te dubbelklikken. Als zowel Minimaliseren toestaan als Maximaliseren toestaan zijn ingeschakeld, wordt bij dubbelklikken het object geminimaliseerd.

Help-tekst

Hier kunt u een Help-tekst invoeren voor weergave in een pop-upvenster. Deze optie is niet beschikbaar op documentniveau. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
U kunt bijvoorbeeld een omschrijving invoeren van het werkbladobject. Een Help-pictogram wordt toegevoegd aan de venstertitelbalk van het object. Wanneer de muisaanwijzer over het pictogram beweegt, wordt de tekst in een pop-upvenster weergegeven.

Snelle wijziging door typen

Hier kunt u overschakelen tussen grafiektypen inschakelen. Niet beschikbaar voor alle objecten. Klik op om de pop-up te openen.

Pop-up Snelle type-instellingen

Schakel de selectievakjes in voor de grafiektypen waartussen u wilt schakelen met snelle typewijziging.

Eigenschappen tekstobject: Opties

Opties

Mogelijk zijn niet alle opties beschikbaar voor alle objecten.

Alleen-lezen De grafiek wordt alleen-lezen. Dit betekent dat u geen selecties kunt maken door met de muis te klikken of te slepen in de grafiek.
Positie/grootte wijzigen toestaan Als deze optie is uitgeschakeld, kan niet langer de positie of de grootte van een werkbladobject worden gewijzigd.
Kopiëren/klonen toestaan Als deze optie is uitgeschakeld, kan niet langer een kopie van het werkbladobject worden gemaakt. Deze instelling is wellicht niet voor alle clients mogelijk.
Objectomvang in gegevens In principe worden de randen van alle tabelobjecten in QlikView verkleind als de tabel door bepaalde selecties kleiner wordt dan de ruimte die eraan toegewezen is. Als u deze optie uitschakelt, wordt deze automatische formaataanpassing uitgeschakeld en wordt de overtollige ruimte leeg gelaten.
Info in titelbalk tonen toestaan Wanneer de functie Info in gebruik is, wordt een infopictogram weergegeven in de venstertitelbalk wanneer aan een veldwaarde informatie is gekoppeld. Als u geen infopictogram wilt weergeven in de titelbalk, kunt u deze optie uitschakelen. Alleen beschikbaar voor keuzelijst, statistiekobject, meervoudige keuzelijst en invoerobject.
Schuifpositie behouden Wanneer dit selectievakje en het bijbehorende vakje op de pagina Gebruikersvoorkeuzen, Objecten zijn ingeschakeld, probeert de QlikView de verticale schuifpositie te behouden nadat een selectie is gemaakt in tabelobjecten.
Voorwaarden tonen gebruiken Het werkbladobject wordt getoond of verborgen, afhankelijk van een voorwaarde-uitdrukking die voortdurend wordt geëvalueerd, bijvoorbeeld op basis van gemaakte selecties etc. De objecten worden alleen zichtbaar als de voorwaarde waar retourneert. De waarde kan worden ingevoerd als berekende formule. Klik op om het dialoogvenster Uitdrukking bewerken te openen.
Normaal Geef de positie van het object op door de marges Links en Boven en de Breedte en Hoogte van het object in te stellen.
Geminimaliseerd Geef de positie van het geminimaliseerde werkbladobject op door de marges Links en Boven en de Breedte en Hoogte van het geminimaliseerde object in te stellen.
Meer.../Minder...

Opties

Eigenaar Domein en gebruikers-ID van de eigenaar.
Object delen Schakel dit vakje in als u objecten wilt delen met anderen. Als deze selectie wordt ingeschakeld, worden de opties eronder actief.
Delen met Kies Iedereen machtigen of Machtigen per gebruikersnaam.
Gebruikers (domein\gebruikers-ID) Als Machtigen per gebruikersnaam is gekozen, wordt een lijst met toegevoegde gebruikers getoond. Klik op om gebruikers toe te voegen. Er wordt een rij toegevoegd, markeer de rij om deze te ontgrendelen, en bewerk de gebruikersgegevens. U verwijdert gebruikers door te klikken op na de gebruiker die u wilt verwijderen.