Documenteigenschappen: Algemeen

 

Titel Hier kunt u de titel invoeren die moet worden weergegeven in de titelbalk van het venster. Standaard wordt de bestandsnaam van het document gebruikt. U kunt een andere naam invoeren in het tekstvak Titel.
Auteur In het tekstvak Auteur kunt u de auteur van het QlikView-bestand opgeven.
Opslagindeling

In deze groep kunt u het compressieniveau voor de QlikView-bestanden instellen.
Compressie
Met de opties Middel en Hoog maakt u de grootte van het QlikView-bestand aanzienlijk kleiner, maar hiervoor offert u enige snelheid bij het laden en opslaan op. Compressie-opties die u instelt onder Documenteigenschappen, worden toegepast op het huidige document. Compressie-opties die u instelt onder Gebruikersvoorkeuren, worden toegepast op alle nieuwe documenten.

Zie: Gebruikersvoorkeuren: Opslaan

Waarschuwingspop-ups Met deze knop opent u het dialoogvenster Pop-up-vensterinstellingen. Hierin kunt u het standaarduiterlijk van pop-upberichten met waarschuwingen vastleggen.
Help-pop-ups Met deze knop opent u het dialoogvenster Pop-up-vensterinstellingen. Hierin kunt u het standaarduiterlijk van Help-pop-upberichten met waarschuwingen vastleggen.
Alternatieve statussen...

Functionaliteit voor alternatieve statussen wordt ingeschakeld door een QlikView-ontwikkelaar. De ontwikkelaar opent het dialoogvenster Alternatieve statussen door op deze knop te klikken.

Zie: Alternatieve status.

Opmerking: Schakel deze functionaliteit alleen in als deze echt nodig is in het QlikView-document.
Geheugenstatistieken Klik op deze knop om een tabelbestand op te slaan met statistieken over het geheugengebruik voor het huidige QlikView-document. Dit bestand kan bijvoorbeeld worden gelezen door QlikView voor een analyse van de geheugenvereisten voor verschillende delen van het document.
Standaard werkbladachtergrond U kunt de Achtergrondkleur voor de Standaard werkbladachtergrond van het documentvenster aanpassen door dit alternatief aan te vinken. U kunt deze kleur instellen als effen kleur of als kleurovergang in het dialoogvenster Kleurgebied. U opent dit dialoogvenster door op de knop te klikken. U kunt ook een achtergrondafbeelding instellen door de optie Achtergrondafbeelding in te schakelen en op de knop Wijzigen te klikken. Hiermee opent u het dialoogvenster Achtergrond wijzigen waarin u een afbeeldingsbestand kunt selecteren. U kunt de achtergrondafbeelding wijzigen met de volgende opties.

Afbeeldingsopmaak:
Niet uitrekken:
De afbeelding wordt zonder aanpassingen weergegeven. Dit kan leiden tot problemen met de opvulling.
Opvullen:
De afbeelding wordt uitgerekt om het werkblad op te vullen. Er wordt geen rekening gehouden met de hoogte/breedteverhouding.
Hoogte/breedteverhouding behouden
De afbeelding wordt zoveel mogelijk uitgerekt waarbij de correcte hoogte/breedteverhouding behouden blijft.
Vullen met behoud van hoogte/breedte:
De afbeelding wordt zoveel mogelijk uitgerekt waarbij de correcte hoogte/breedteverhouding behouden blijft. Gebieden die niet worden bedekt, worden gevuld door de afbeelding bij te snijden.
Naast elkaar:
Als deze optie is geselecteerd, wordt de afbeelding naast elkaar geplaatst, zo vaak als de ruimte toestaat.

Horizontale en Verticale stand:
Horizontaal:
De afbeelding kan horizontaal worden uitgelijnd:: Links, Centreren of Rechts.
Verticaal:
De afbeelding kan verticaal worden uitgelijnd: Boven, Centreren of Onder.
Passief FTP-protocol gebruiken

Als de optie Passief FTP-protocol gebruiken is ingeschakeld, wordt het passieve FTP-protocol ingeschakeld. De optie voor een passief protocol wordt gebruikt voor communicatie met een server via een firewall.

Zie: Internetbestanden openen of QlikView-document openen

Logbestand aanmaken Als u de uitvoering van het load-script wilt bijhouden, selecteert u Logbestand aanmaken. De informatie die wordt weergegeven in het venster Voortgang tijdens de uitvoering van het script, wordt opgeslagen als qv.log.
Tijdsstempel in logfile naam Hiermee plaatst u een tijdsstempel in de naam van het logbestand, bijvoorbeeld sales.qvw.2009_02_26_12_09_50.log. De instelling is alleen beschikbaar als het selectievakje Logbestand aanmaken is ingeschakeld.
Niet-beschikbare menuopties verbergen De instelling Niet-beschikbare menuopties verbergen wordt gebruikt in combinatie met de beveiligingsinstellingen. Menuopties die normaal gesproken grijs worden weergegeven, worden dan volledig verborgen voor de gebruiker.
Tabrij verbergen De tabrij op het QlikView-werkblad kan worden verborgen door de optie Tabrij verbergen in te schakelen. Als u wilt overschakelen tussen werkbladen, gebruikt u de acties Volgende blad/Vorige blad of de werkbalk Werkblad van het menu Beeld. U kunt de besturing ook automatiseren. Hiermee dwingt u de gebruiker te schakelen tussen werkbladen en zelfs selecties in een bepaalde volgorde te maken.
Ongerefereerde QVD-buffers behouden De instelling Ongerefereerde QVD-buffers behouden heeft prioriteit over de normale procedure waarbij alle automatisch gemaakte QVD-bestande direct na uitvoering van het script worden gewist als ze niet langer worden gebruikt in het document waardoor ze zijn gemaakt. We raden u aan deze instelling niet te activeren.
Bestaande fractielberekening Als de optie Bestaande fractielberekening is ingeschakeld, gebruikt QlikView discrete waarden als het resultaat van de functie fractielaggregatie. Als deze optie is uitgeschakeld, wordt er een geïnterpoleerde waarde gebruikt, zoals bekend van de percentielfunctie in Microsoft Excel.
Ongedaan maken van layout uitschakelen Als de optie Ongedaan maken van layout uitschakelen is ingeschakeld, wordt de buffer voor het ongedaan maken van layout onderdrukt. Dit kan handig zijn om onnodig geheugengebruik te voorkomen als u werkt met bepaalde QlikView-documenten. Elke keer dat een gebruiker of een macro de opmaak wijzigt, worden normaal gesproken gegevens toegevoegd aan de buffer voor het ongedaan maken van opmaakwijzigingen. Als de geaccumuleerde buffer heel veel geheugen vraagt, kan dit tot problemen leiden met het functioneren van documenten op een QlikView Server.
WebView in opmaak gebruiken Hiermee wordt de WebView-modus in- of uitgeschakeld, waarbij de interne webbrowser in QlikView de documentopmaak als AJAX-pagina weergeeft.
Standaard exportcodering Gebruik Standaard exportcodering om de standaardtekenset voor het exporteren naar nieuwe documenten in te stellen. Kies een van deze opties: ANSI, Unicode of UTF-8.
Opmaak modus In de vervolgkeuzelijst Stijlmodus kunt u de objectstijl selecteren voor alle werkbladobjecten.

In Geavanceerde modus kunt u op de pagina Opmaak van de objecten diverse instellingen configureren, zoals de Stijl werkbladobject en het type rand dat moet worden gebruikt.

In de Eenvoudige modus kunt u ook de Stijl werkbladobject kiezen, maar in deze modus worden de meeste instellingen automatisch geconfigureerd. Instellingen voor bijvoorbeeld de Schuifbalkstijl en randen worden automatisch geselecteerd. Sommige instellingen kunnen nog wel worden gewijzigd op de pagina layout voor de objecten.
Stijl werkbladobject In de keuzelijst Standaard werkblad object opmaak kunt u een stijl selecteren voor objecttitelbalken. De geselecteerde stijl wordt gebruikt voor alle werkbladobjecten met een titelbalk in het document.
Tabelrijstijl Onder Tabregelstijl kunt u in de keuzelijst een van de beschikbare stijlen voor de weergave van tabregels selecteren. De geselecteerde stijl wordt gebruikt voor alle tabbladen in het document.
Selectieweergave

QlikView ondersteunt een aantal verschillende wijzen voor de weergave van gegevens en het maken van selecties in keuzelijsten en meervoudige keuzelijsten. In de stijlen QlikView Classic, Extra info hoek, LED en LED-selectievakjes wordt door middel van kleuren aangegeven welke waarden geselecteerd, mogelijk en uitgesloten zijn. De stijl Windows-selectievakjes en de stijl LED-selectievakjes bootsen de standaard Windows-interface na met een selectievakje bij elke waarde. Als u in dit besturingselement een specifieke stijl kiest, kan het document na het openen geforceerd in een of andere stijl worden weergegeven. Als u selectiestijlen gebruikt op basis van kleur, kunt u kiezen uit een aantal verschillende kleurenschema's. Het kleurenschema met de basisinstellingen (groen voor geselecteerd, blauw voor vergrendeld, enz.) kan niet worden gewijzigd, maar het is wel mogelijk te variëren in toon en intensiteit.

Zie: Gebruikersvoorkeuren: Algemeen en Keuzelijst

Stijl
Hiermee kunt u de selectiestijl voor het document instellen. Maak een keuze uit de beschikbare alternatieven in de vervolgkeuzelijst. Als u <Gebruikersstandaard> kiest, wordt het document altijd geopend met de selectiestijl die door de gebruiker is ingesteld bij Gebruikersvoorkeuren op de computer waarop het document wordt geopend.
Kleurenschema
Hiermee kunt u het selectiekleurenschema voor het document instellen. Maak een keuze uit de beschikbare alternatieven in de vervolgkeuzelijst. Als u <Gebruikersstandaard> kiest, wordt het document altijd geopend met het selectiekleurenschema dat door de gebruiker is ingesteld bij Gebruikersvoorkeuren op de computer waarop het document wordt geopend.
Transparantie
Hiermee stelt u de transparantie van de selectiekleur in keuzelijsten en meervoudige keuzelijsten in.

Tabrijachtergrond U kunt een aangepaste kleur instellen voor de achtergrond van de tabrij door te klikken op de corresponderende knop Tabrijachtergrond.