# AutoNumber

Deze instructie genereert een uniek geheel getal voor elke afzonderlijk geëvalueerde waarde in een veld die tijdens de uitvoering van een script wordt aangetroffen.

Het is ook mogelijk om de functie [autonumber Scriptfunctie](https://help.qlik.com/nl-NL/cloud-services/Subsystems/Hub/Content/Sense_Hub/Scripting/CounterFunctions/autonumber.htm) te gebruiken in een LOAD-instructie, maar dit heeft enige beperkingen als u een geoptimaliseerde lading wilt gebruiken. U kunt een geoptimaliseerde lading maken door de gegevens eerst op te halen vanuit een QVD-bestand. Vervolgens kunt u de instructie AutoNumber gebruiken om de waarden naar symboolsleutels te converteren.

Syntaxis:

AutoNumber \*fieldlist [Using namespace] ]

Argumenten:

Argumenten

| Argument | Beschrijving |
| --- | --- |
| \*fieldlist | Een door komma's gescheiden lijst met de velden waarin de waarden moeten worden vervangen door een uniek geheel getal.<br><br>U kunt de jokertekens ? en \* in de veldnamen gebruiken om alle velden met een overeenkomstige naam toe te voegen U kunt ook \* gebruiken om alle velden toe te voegen. U moet de veldnamen tussen aanhalingstekens plaatsen als u jokertekens gebruikt. |
| namespace | Using namespace is optioneel. U kunt deze optie gebruiken als u een naamruimte wilt maken waarin identieke waarden in verschillende velden dezelfde sleutel delen.<br><br>Als u deze optie niet gebruikt, wordt voor alle velden een afzonderlijke sleutelindex gebruikt. |

Beperkingen:

Als u verschillende LOAD-instructies gebruikt in het script, moet de AutoNumber-instructie achter de laatste LOAD-instructie worden geplaatst.

[](https://help.qlik.com/en-US/cloud-services/Subsystems/Hub/Content/Sense_Hub/Scripting/ScriptRegularStatements/Autonumber.htm)

#### Voorbeeld - script met AutoNumber

## Scriptvoorbeeld

In dit voorbeeld worden de gegevens eerst geladen zonder de AutoNumber-instructie. Vervolgens wordt de AutoNumber-instructie toegevoegd om het effect ervan te laten zien.

### Gebruikte gegevens in voorbeeld

Laad de volgende gegevens als een inline-load in de editor voor laden van gegevens om het onderstaande scriptvoorbeeld te maken. Laat de AutoNumber-instructie eerst uitgeschakeld in de vorm van een commentaarregel.

```
RegionSales:
LOAD *, 
Region &'|'& Year &'|'& Month as KeyToOtherTable
INLINE
[ Region, Year, Month, Sales
North,	2014,	May,	245
North,	2014,	May,	347
North,	2014,	June,	127
South,	2014,	June,	645
South,	2013,	May, 	367
South,	2013,	May,	221
];
					
Budget:
LOAD Budget,  
Region &'|'& Year &'|'& Month as KeyToOtherTable
INLINE
[Region, Year, Month, Budget
North,  2014,   May,    200
North,  2014,   May,    350
North,  2014,   June,   150
South,  2014,   June,   500
South,  2013,   May,    300
South,  2013,   May,    200
];

//AutoNumber KeyToOtherTable;

```

Voor meer informatie over inline loads, raadpleegt u [Inline-ladingen gebruiken om gegevens te laden](https://help.qlik.com/nl-NL/cloud-services/Subsystems/Hub/Content/Sense_Hub/Scripting/inline-loads-qs.htm).

### Visualisaties maken

Maak twee tabelvisualisaties in een Qlik Sense-werkblad. Voeg KeyToOtherTable, Region, Year, Month en Sales toe als dimensies aan de eerste tabel. Voeg KeyToOtherTable, Region, Year, Month en Budget toe als dimensies aan de tweede tabel.

### Resultaat

Tabel RegionSales

| KeyToOtherTable | Region | Year | Month | Sales |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| North\|2014\|June | North | 2014 | June | 127 |
| North\|2014\|May | North | 2014 | May | 245 |
| North\|2014\|May | North | 2014 | May | 347 |
| South\|2013\|May | South | 2013 | May | 221 |
| South\|2013\|May | South | 2013 | May | 367 |
| South\|2014\|June | South | 2014 | June | 645 |

Tabel Budget

| KeyToOtherTable | Region | Year | Month | Budget |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| North\|2014\|June | North | 2014 | June | 150 |
| North\|2014\|May | North | 2014 | May | 200 |
| North\|2014\|May | North | 2014 | May | 350 |
| South\|2013\|May | South | 2013 | May | 200 |
| South\|2013\|May | South | 2013 | May | 300 |
| South\|2014\|June | South | 2014 | June | 500 |

### Uitleg

In het voorbeeld ziet u een composietveld KeyToOtherTable waarmee de twee tabellen worden gekoppeld. AutoNumber wordt niet gebruikt. Kijk naar de lengte van de KeyToOtherTable-waarden.

### AutoNumber-instructie toevoegen

Verwijder de commentaaraanduiding van de AutoNumber-instructie in het load-script.

```
AutoNumber KeyToOtherTable;
```

### Resultaat

Tabel RegionSales

| KeyToOtherTable | Region | Year | Month | Sales |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| 1 | North | 2014 | June | 127 |
| 1 | North | 2014 | May | 245 |
| 2 | North | 2014 | May | 347 |
| 3 | South | 2013 | May | 221 |
| 4 | South | 2013 | May | 367 |
| 4 | South | 2014 | June | 645 |

Tabel Budget

| KeyToOtherTable | Region | Year | Month | Budget |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| 1 | North | 2014 | June | 150 |
| 1 | North | 2014 | May | 200 |
| 2 | North | 2014 | May | 350 |
| 3 | South | 2013 | May | 200 |
| 4 | South | 2013 | May | 300 |
| 4 | South | 2014 | June | 500 |

### Uitleg

De KeyToOtherTable-veldwaarden zijn vervangen door unieke gehele getalswaarden en daardoor is de lengte van de veldwaarden gereduceerd, wat geheugen bespaart. AutoNumber heeft een effect op de sleutelvelden in beide tabellen en de tabellen blijven gekoppeld. Het voorbeeld is kort vanwege demonstratiedoeleinden, maar zou relevant zijn bij een tabel met een groot aantal rijen.